Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
Toetsingskader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 28 januari 2025;
- wijst het gebouw, gelegen aan de [adres] , kadastraal bekend onder [kadastrale aanduiding] aan als gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 5 van Pro de Erfgoedverordening Breda 2022 met als redengevende omschrijving van het gebouw de tabel op pagina 33 van het rapport “Voormalig [pand] [bank 2] -Bank, Breda [adres] : cultuurhistorische waardestelling met erfgoedmeetlat (QuickScan)”, van 22 oktober 2022 opgesteld door [adviseur] in cultuurhistorie;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit;
- draagt het college op dit gemeentelijk monument te registreren in het gemeentelijk erfgoedregister, de beleidsadvieskaart Breda’s Erfgoed en in de Basisregistratie Kadaster – publiekrechtelijke beperkingen.
- draagt het college op het griffierecht van € 385,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 3.200,- aan proceskosten aan eiseres
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
erfgoedmeetlat: een objectieve weging van de cultuurhistorische waarden, waaronder de archeologische, architectuurhistorische, ensemblewaarden, alsmede de gaafheid/herkenbaarheid, zeldzaamheid en belevingswaarde, als onderbouwing voor besluiten inzake bescherming (bijlage 1 bij deze verordening)