AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Rechtbank beveelt UWV tot tijdige beslissing en legt dwangsom op wegens overschrijding beslistermijn WIA-aanvraag
Recruit a Student personeelsdiensten B.V. heeft bij het UWV een verzoek ingediend tot herbeoordeling van een WIA-uitkering voor een voormalige werknemer. Het UWV ontving de aanvraag op 5 oktober 2023 en had uiterlijk 30 november 2023 moeten beslissen. Na het verstrijken van deze termijn stelde eiseres het UWV op 6 december 2023 in gebreke, waarna het UWV nog steeds geen besluit nam.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de beperkte artsencapaciteit acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 AwbPro en is openbaar gemaakt op 10 april 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beveelt het UWV binnen vier maanden alsnog te beslissen en legt een dwangsom op wegens overschrijding van de beslistermijn.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/884
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen
Recruit a Student personeelsdiensten B.V, uit Breda, eiseres,
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
het UWV.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek (aanvraag) van 4 oktober 2023, door het UWV ontvangen op 5 oktober 2023, om herbeoordeling van de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet wia) van [persoon] , een (ex-)werkneemster van eiseres.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep kennelijk gegrond?
3. Het beroep is kennelijk gegrond. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 4 oktober 2023 en het UWV heeft de aanvraag op 5 oktober 2023 ontvangen. Het UWV moet binnen acht weken, na ontvangst van de aanvraag, beslissen op de aanvraag. [2] Het UWV had dus uiterlijk op 30 november 2023 moeten beslissen. De termijn waarbinnen het UWV moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiseres heeft het UWV op 6 december 2023 in gebreke gesteld en het UWV heeft de ingebrekestelling op 7 december 2023 ontvangen. Sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
Welke beslistermijn moet aan het UWV worden opgelegd?
4. Omdat het UWV nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het UWV dit alsnog moet doen.
4.1.
Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het UWV dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen.
4.2.
In het verweerschrift van 11 maart 2026 heeft het UWV aangegeven dat het vanwege het nijpende tekort aan artsencapaciteit nog niet mogelijk was om een afspraak te maken met de (ex-)werkneemster voor een spreekuur bij de verzekeringsarts van het UWV. Het UWV kan dan ook niet inschatten op welke termijn het een besluit kan nemen op de aanvraag van eiseres.
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank moet een termijn recht doen aan de reële mogelijkheden om op de aanvraag te beslissen, maar ook aan het belang om binnen afzienbare tijd een beslissing te ontvangen. Een langere termijn dan twee weken acht de rechtbank in dit geval aangewezen vanwege het belang van een zorgvuldige besluitvorming. In dit geval acht de rechtbank het redelijk dat het UWV vier maanden de tijd krijgt de beslissing te nemen.
Welke dwangsom wordt aan het UWV opgelegd?
5. De rechtbank bepaalt dat het UWV een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het UWV. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, het UWV de onder 4.3. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het UWV de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding voor haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
draagt het UWV op binnen vier maanden na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat het UWV aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 397,- aan eiseres moet vergoeden;
veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 10 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Voetnoten
1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 vanPro de Awb.
2.Dit staat in artikel 102, derde lid, van de Wet wia.