Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In dit kort geding staat de vraag centraal of een houten scherm dat door gedaagde tegen de tuindeuren van eiser is geplaatst, onredelijke hinder oplevert. Eiser is sinds mei 2024 eigenaar van de woning en ondervindt door het scherm ernstige belemmering van lichtinval, ventilatie en uitzicht, wat zijn woongenot aantast.
Gedaagde betwist de onrechtmatigheid en stelt dat eiser de woning met het scherm heeft aanvaard en dat het scherm privacy beschermt. De kantonrechter oordeelt dat ondanks het scherm bij aankoop aanwezig was, het burenrecht van toepassing blijft en onrechtmatige hinder kan worden geëist.
De rechter stelt vast dat het scherm de lichtinval en het uitzicht aanzienlijk vermindert en onderhoud aan de ramen belemmert, wat in strijd is met het burenrecht. De vordering tot verwijdering van het scherm wordt toegewezen met een dwangsom, terwijl andere vorderingen worden afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld het houten scherm binnen 48 uur te verwijderen wegens onrechtmatige hinder, met oplegging van een dwangsom en veroordeling in proceskosten.