Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 24 februari 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De onderbewindgestelde, eigenaar van een woning, vordert in kort geding dat de verkoop van zijn woning door de bewindvoerder wordt verboden en geschorst. De kantonrechter had eerder toestemming gegeven voor verkoop, maar deze beschikking was niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De onderbewindgestelde is ontevreden over zijn huurwoning en wil in zijn koopwoning blijven. Hij stelt dat het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor is geschonden bij de eerdere beslissing. De bewindvoerder voert aan dat de verkoop noodzakelijk is vanwege dubbele lasten en dat zij bij hoger beroep de verkoopvoorbereidingen zal staken.
De rechtbank oordeelt dat het ingestelde hoger beroep automatisch schorsende werking heeft op de beschikking, waardoor de vorderingen van de onderbewindgestelde geen belang hebben. Er zijn geen aanwijzingen dat de bewindvoerder de verkoop zal voortzetten ondanks het hoger beroep. De vorderingen worden daarom afgewezen en de onderbewindgestelde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot schorsing en verbod van de tenuitvoerlegging van de verkoopbeslissing worden afgewezen vanwege het hoger beroep met schorsende werking.