Uitspraak
1.[persoon 1] ,
2.
[persoon 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- het tussenvonnis van 28 mei 2025 en de daarin genoemde processtukken;
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte eiswijziging met producties 19 tot en met 46 van 28 oktober 2025;
- de akte van TMS tot inbreng nadere producties 13 tot en met 18 van 28 oktober 2025;
- de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de door partijen overgelegde spreekaantekeningen;
- de akte uitlaten eiswijziging van TMS met overlegging productie 19 van 26 november 2025;
- de antwoordakte eiswijziging van [verhuurder] met overlegging producties 47 tot en met 51 van 24 december 2025;
- de akte uitlaten eiswijzing van TMS van 21 januari 2026.
3.De feiten
“(…)Ik ben tot de ontdekking gekomen dat de laatste huurverhoging al weer van april 2017 is geweest.
“Enorm bedankt, dit waarderen wij.”
“Wij hebben een afspraak gemaakt tijdens corona.Ik begrijp dat jij die nu van tafel wil vegen met een arrest wat niet van toepassing is op ons huurcontract.Dus bij deze is de korting op de huur verhoging uit mijn mail van 29 maart 2022 ook van tafel en berken ik deze alsnog aan jullie (…)”
€ 3.193,21 € 488,15Totaal € 40.214,78 € 33.675,11
4.Het geschil in conventie
5.Het geschil in voorwaardelijke reconventie
6.De beoordeling in conventieAlgemene bepalingen van toepassing?
1 april 2022 (productie 6 [verhuurder] ) en door betaling van de indexeringen heeft bevestigd en daarom op grond van artikel 3:55 lid 1 BW Pro geen beroep meer kan doen op vernietiging van de algemene bepalingen.
“Enorm bedankt, dit waarderen wij.”enkel ziet op het kwijtschelden van indexeringen. TMS stelt dat zij pas na inschakeling van haar gemachtigde ervan op de hoogte was dat de algemene bepalingen vernietigbaar waren.
Daarnaast is sprake van een verwerend beroep van TMS op vernietiging van artikel 16.8 van de algemene bepalingen waardoor dat beroep op vernietiging niet is verjaard. Dit betekent dat artikel 16.8 geen grondslag biedt voor verhoging van het voorschot servicekosten. Dit betekent dat uitgegaan wordt van het bedrag aan servicekosten in de huurovereenkomst van € 514,25 inclusief btw. De totaal verschuldigde huurprijs komt dan neer op € 2.142,70 inclusief btw per maand. Over de maanden januari, maart, augustus en oktober tot en met december 2023 bedraagt de huur en het voorschot servicekosten dan totaal € 12.856,20 (6 x € 2.142,70) en rekening houdend met de betalingen over die maanden van totaal € 6.539,67 (€ 40.214,78 -/- € 33.675,11), is een nog te betalen bedrag verschuldigd van
€ 6.316,53 inclusief btw.
ik ben aan het afwerken, geen probleem dat ik het meeneem en dan hoef je geen aannemer in te schakelen.”
€ 1.817,30 inclusief btw(€ 507,47 + € 1.309,83) verschuldigd.
bij het sluitenvan een overeenkomst. Bij het sluiten van de huurovereenkomst (in december 2013) was [verhuurder] geen contractspartij waardoor [verhuurder] toen geen mededelingsplicht kan hebben geschonden. [verhuurder] is op grond van artikel 7:226 lid 1 BW Pro verhuurder geworden waarbij – anders dan bij contractsovername ex artikel 6:159 BW Pro – niet alle rechten en verplichtingen mee overgaan op de nieuwe eigenaar. Op grond van artikel 7:226 BW Pro gaan alleen bedingen van de huurovereenkomst over die onmiddellijk verband houden met het doen hebben van het gebruik van de zaak tegen een door de huurder te betalen tegenprestatie. Dwaling ten aanzien van de voorstelling van zaken bij aanvang van de overeenkomst van contractspartijen valt daar niet onder. Hierdoor kan dwaling niet tegen [verhuurder] worden ingeroepen. Het beroep op dwaling slaagt daarom niet.
€ 4.777,09(€ 2.324,44 + € 2.066,94 - € 1.000,40 - € 2.158,12 - € 3.278,76 - € 2.221,45 - € 509,74) teveel heeft betaald aan servicekosten. De vordering van [verhuurder] tot nabetaling van servicekosten zal daarom worden afgewezen.
€ 3.356,74 inclusief btw(€ 6.316,53
+€ 1.817,30 - € 4.777,09).