Uitspraak
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
1.Het procesverloop
- het op 30 september 2025 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van 2 januari 2026 van mr. Verlijsdonk-Gerards met daarin een wijziging van het verzoek, met bijlagen;
- het F9-formulier van 7 januari 2026 van mr. Verlijsdonk-Gerards, met bijlage.
- de vrouw, bijgestaan door mr. Verlijsdonk-Gerards;
- de man;
- een vertegenwoordigster namens de Raad;
- een vertegenwoordigster namens de GI (via een digitale tweezijdige beeld- en geluidsverbinding via MS Teams).
2.De feiten
- De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest van 20 september 2011 tot 16 januari 2017. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn tijdens dit huwelijk geboren;
- De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw;
- Van de echtscheidingsbeschikking van 19 december 2016 maakt het door partijen ondertekende ouderschapsplan deel uit. Hierin hebben partijen afspraken gemaakt over een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
3.De verzoeken van de vrouw en de onderbouwing daarvan
- in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen partijen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te bepalen dat de voorlopige zorg- en contactregeling zoals bepaald bij wijze van provisionele voorziening te laten doorlopen totdat de rechtbank naar aanleiding van het advies van de Raad en/of de bijzondere curator definitief beslist;
- op grond van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) een bijzondere curator voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te benoemen met als taakopdracht advies uitbrengen over de wijze waarop de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken moet worden ingevuld, welke hulpverlening nodig en passend is, welke medische zorg nodig is, welke schoolkeuze voor [minderjarige 2] passend is en of het wenselijk/noodzakelijk is dat het gezamenlijk ouderlijk gezag in stand blijft en de vrouw dient te worden belast met het eenhoofdig gezag, althans een advies door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
- de vrouw toestemming te verlenen, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man, voor het inzetten dan wel het voortzetten van de bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] betrokken hulpverleningsinstanties te weten Crossroads, De GezinsManager en Samen Sterker, alsmede eventuele andere door Crossroads geadviseerde onderaannemers.
4.De standpunten van de man en de GI alsmede het advies van de Raad
5.De beoordeling
6.De beslissing
- de zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige 1] blijft vooralsnog geschorst;
- de man en [minderjarige 2] hebben wekelijks op zaterdag van 09.00 uur tot 12.00 uur het recht op contact met elkaar, waarbij de vrouw ervoor zorgt dat [minderjarige 2] naar de man wordt gebracht en dat hij weer wordt opgehaald;
- de regie over de (verdere) vormgeving en uitbreiding van de zorg- en contactregeling tussen de man en beide kinderen wordt bij de GI belegd, met dien verstande dat er, zodra daarvoor bij de kinderen ruimte ontstaat en dit door de betrokken (jeugd)professionals ook in hun belang wordt geacht, er zal worden ingezet op contactherstel (bij [minderjarige 1] ) dan wel op uitbreiding van de contacten (bij [minderjarige 2] );
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.