Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3031

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/02/442097 / JE RK 25-2052 & C/02/445687 / JE RK 26-367
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Hendriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met PTSS en complexe problematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 maart 2026 een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Middelburg om machtigingen te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2010. De minderjarige verblijft sinds augustus 2025 in een gesloten accommodatie vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen, waaronder PTSS, suïcidepogingen, automutilatie en middelengebruik.

Het college verzocht om verlenging van de machtiging voor een resterende periode van twee maanden en aansluitend nog drie maanden, waarbij ouders en een onafhankelijke gedragswetenschapper instemden. De minderjarige zelf was niet aanwezig bij de zitting, maar werd vertegenwoordigd door een advocaat die namens haar afwijzing van de verzoeken bepleitte, met het oog op haar wens tot begeleid zelfstandig wonen.

De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet was voldaan, gezien de ernst van de problematiek en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven. De gesloten setting is noodzakelijk om de veiligheid en voortgang van de traumabehandeling te waarborgen. De machtigingen werden daarom voor de gevraagde periode toegekend, met het oog op continuïteit en het voorkomen van onnodige belasting van de minderjarige.

Tegelijkertijd werd benadrukt dat er gewerkt wordt aan een passende lichtere vervolgplek en dat de minderjarige tijdig zal worden aangemeld zodra dit mogelijk is. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De rechtbank verleent machtigingen voor gesloten jeugdhulp aan de minderjarige voor een periode van vijf maanden wegens noodzaak en instemming.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummers:
  • C/02/442097 / JE RK 25-2052
  • C/02/445687 / JE RK 26-367
Datum uitspraak: 16 maart 2026
(Nadere) beschikking machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaken van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE MIDDELBURG,zetelende te Middelburg,
hierna te noemen: het college,
betreffende
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[persoon 1] en [persoon 2] ,medewerksters van
[jeugdzorginstelling] ,
hierna te noemen: [jeugdzorginstelling] .

1.Het (nadere) verloop van de procedures

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
In de zaak met kenmerk JE RK 25-2052:
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 2 december 2025, en alle daarin opgenomen en vermelde stukken;
- het (nadere) verzoekschrift van het college van 18 februari 2026 met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2026;
- de door het college overgelegde instemmingsverklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper van 24 februari 2026, ontvangen op 24 februari 2026.
In de zaak met kenmerk JE RK 26-367:
- het verzoekschrift van het college van 18 februari 2026 met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2026;
- de instemmingsverklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper van 24 februari 2026, ontvangen op 24 februari 2026.
1.2.
Op 16 maart 2026 heeft de kinderrechter beide zaken, omwille van de samenhang en met instemming van alle betrokkenen, tijdens de zitting met gesloten deuren (nader) behandeld. Daarbij waren aanwezig:
- mr. Kouijzer, advocaat, namens [minderjarige] , die vooraf ook apart is gehoord,
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordigster van het college;
- twee medewerksters van [jeugdzorginstelling] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om afzonderlijk te worden gehoord en bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn. [minderjarige] heeft hier geen gebruik van gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 26 augustus 2025 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en verblijven met ingang van 26 augustus 2025 en tot 9 september 2025, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. Het overige deel van het verzoek is aangehouden.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 8 september 2025 is het resterende deel van het verzoek tot het verlenen van een spoedmachtiging om [minderjarige] te doen opnemen en verblijven in een accommodatie voor jeugdhulp afgewezen en is een machtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven met ingang van 9 september 2025 en tot 9 december 2025.
2.4.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 2 december 2025 is een machtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven met ingang van 9 december 2025 en tot 9 april 2026. Het overige deel van het verzoek is aangehouden.
2.5.
[minderjarige] verblijft op basis van de laatstgenoemde beschikking bij [accommodatie] te [plaats] .

3.De verzoeken

In de zaak met kenmerk JE RK 25-2052:
3.1.
Het college verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
Op dit punt in de procedure moet de kinderrechter nog een beslissing nemen over het resterende deel van het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige] , te weten voor de periode van 9 april 2026 en tot 9 juni 2026.
In de zaak met kenmerk JE RK 26-367:
3.3.
Het college verzoekt een (aansluitende) machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
In de beide zaken met kenmerken JE RK 25-2052 en JE RK 26-367:
3.4.
De onafhankelijke gedragswetenschapper, de heer drs. [persoon 3] , stemt blijkens de instemmingsverklaring van 24 februari 2026 in met de beide (restant)verzoeken tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige] voor de duur van in totaal vijf maanden.
3.5.
De ouders van [minderjarige] stemmen ook in met de beide (restant)verzoeken voor de duur van in totaal vijf maanden. Dat blijkt uit de bij het (nadere) verzoekschrift van 18 februari 2026 bijgevoegde instemmingsverklaring van 18 februari 2026.

4.De (nadere) standpunten

4.1.
Het college handhaaft de verzoeken. Namens het college is daartoe in de stukken en tijdens de zitting, samengevat, aangegeven dat [minderjarige] de afgelopen tijd goede stappen heeft gezet. Zij is na lange tijd nu voorzichtig aan het stabiliseren. Het traject binnen [accommodatie] is zwaar, maar helpend voor [minderjarige] . Tegelijkertijd blijft de situatie van [minderjarige] op dit moment nog heel risicovol, kwetsbaar en complex. Inmiddels is de traumadiagnostiek afgerond. Hieruit is gebleken dat [minderjarige] is belast met PTSS. Er wordt nu daarom eerst traumabehandeling voor [minderjarige] ingezet. Pas als deze is afgerond kan er verdere diagnostiek plaatsvinden en vervolgens behandeling worden ingezet. Dit kan niet binnen twee maanden worden gerealiseerd. [minderjarige] is daarvan al op de hoogte gebracht. De gesloten setting is de komende tijd bovendien nog nodig om de behandelingen op een veilige manier te kunnen voortzetten en om onveilige gedragingen van [minderjarige] op te kunnen vangen. Dit kan [minderjarige] niet op een open groep worden geboden. Daarom verzoekt het college om naast het restantverzoek voor de duur van twee maanden ook direct een aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden voor [minderjarige] te verlenen. Telkens nieuwe verzoeken en nieuwe zittingen zijn enorm belastend voor [minderjarige] . Dit maakt ook dat zij vandaag niet is verschenen. Mocht de komende tijd blijken dat een gesloten machtiging toch al eerder niet meer nodig is voor [minderjarige] , dan zal deze worden geschorst. Verder zal de focus voor na het behandeltraject van [minderjarige] liggen op zo zelfstandig als mogelijk wonen. De mogelijkheden hiertoe zullen op basis van de uitkomsten van de behandelingen van [accommodatie] in kaart worden gebracht. Zover is het nu dus nog niet, maar er wordt wel hard aan gewerkt. Wel lijkt het op dit moment in ieder geval passender voor [minderjarige] om na de geslotenheid eerst een periode op een open groep te verblijven, voordat zij de stap zet naar begeleid zelfstandig wonen, zoals zij zelf graag wil.
4.2.
De ouders stemmen in met de verzoeken. [minderjarige] doet het goed op de gesloten groep, maar zij blijft heel kwetsbaar voor invloeden van buitenaf, met name drugs en alcohol. Begin dit jaar is er nog sprake geweest van middelengebruik. [minderjarige] wil zelf niet langer in [accommodatie] blijven, maar zij weet ook dat haar traject binnen [accommodatie] niet al over twee maanden is afgerond. Het zou volgens de ouders ook zonde zijn als de behandelingen vroegtijdig worden afgesloten, [minderjarige] een terugval krijgt en al haar harde werk straks voor niets is geweest. De ouders vinden het belangrijk dat [minderjarige] goed gebruikt maakt van de behandelingen en therapie die haar nu geboden worden, en deze goed afrondt. Bovendien vindt er nu op korte termijn een zitting plaats in de strafzaak van [minderjarige] . [minderjarige] heeft daar veel stress over. Het lijkt de ouders niet handig als er dan ook nog een zitting voor de aansluitende machtiging gesloten plaatsing wordt gepland. Daarom dienen beide verzoeken nu te worden toegewezen.
4.3.
De medewerksters van [jeugdzorginstelling] sluiten zich aan bij hetgeen namens het college naar voren is gebracht. Hopelijk blijft [minderjarige] de komende tijd goede stappen zetten. De komende periode zal aan de hand van de behandelingen van [minderjarige] worden onderzocht wat er verder nodig is voor [minderjarige] en wat de mogelijkheden zijn voor een passende vervolgplek voor [minderjarige] . Hierbij zullen ook de wensen van [minderjarige] worden meegenomen.
4.4.
De advocaat bepleit namens [minderjarige] afwijzing van de verzoeken. [minderjarige] wil niet langer in [accommodatie] blijven, maar weet ook niet waar zij dan naar toe moet. [minderjarige] zou het liefst zo snel mogelijk begeleid zelfstandig wonen. Ze hoopt dat ze hier zo snel mogelijk voor wordt aangemeld. Het idee van een tussenstap op een open groep is iets waar zij nog aan moet wennen. Het is voor [minderjarige] in ieder geval van belang dat er duidelijkheid komt over de termijn dat ze nog bij [accommodatie] moet blijven. Zij heeft behoefte aan een stip aan de horizon om naar toe te werken. [minderjarige] ziet erg op tegen de traumabehandeling. Zij is bang voor wat dit met haar gaat doen en voor een mogelijke terugval. Toch zal [minderjarige] hier aan gaan meewerken. De advocaat acht het verder in het belang van [minderjarige] dat er nu ook direct op het aansluitende verzoek wordt beslist, zodat [minderjarige] niet langer in onzekerheid zal verkeren over hoelang zij nog in [accommodatie] zal moeten blijven met een machtiging gesloten jeugdhulp. [minderjarige] heeft veel spanningen rondom de juridische procedures die aanhangig zijn en is daarom ook niet naar de zitting gekomen. De advocaat brengt nog naar voren dat juridisch gezien is voldaan aan de vereisten voor toewijzing van beide (restant)verzoeken en dat zij zich als advocaat refereert.

5.De (verdere) beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Daarnaast dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Ook moet zijn gebleken dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
Inhoudelijke beoordeling
5.2.
De kinderrechter is op basis van de beschikbare informatie en hetgeen is besproken tijdens de zitting van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet alsmede aan de formele vereisten in de Jeugdwet, aangezien de ouders van [minderjarige] instemmen met de beide (restant)verzoeken van het college en de gekwalificeerde gedragswetenschapper, die [minderjarige] recent (nogmaals) heeft gesproken en onderzocht, een instemmende verklaring heeft afgegeven voor de duur van vijf maanden. Daarom zal de kinderrechter de beide (restant)verzoeken van het college toewijzen. Dit betekent dat de kinderrechter de machtigingen voor opname en verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de resterende duur van twee maanden en voor de aansluitende duur van drie maanden zal verlenen. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissingen neemt.
5.3.
Uit de overgelegde stukken en het gesprek tijdens de zitting is het de kinderrechter gebleken dat [minderjarige] de afgelopen tijd goede stappen heeft gezet. [minderjarige] is in [accommodatie] voorzichtig aan het stabiliseren, gedraagt zich goed op de gesloten groep en zet zich in voor haar zware traject in [accommodatie] . Zo is [minderjarige] ondanks haar angst en weerstand bereid om mee te werken aan de traumabehandeling. Dit vindt de kinderrechter heel positief en [minderjarige] verdient hiervoor een compliment. Tegelijkertijd stelt de kinderrechter vast dat de eerdere, grote zorgen over het welzijn en de veiligheid van [minderjarige] , gelegen in suïcidepogingen, forse automutilatie, overdosissen en agressie, op dit moment nog niet zijn weggenomen. De situatie van [minderjarige] blijft risicovol, kwetsbaar en complex. Er is onlangs nog sprake geweest van middelengebruik. De kans op een nieuwe terugval is op dit moment dan ook nog groot.
5.4.
Vanwege het voorgaande en om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft, acht de kinderrechter voortzetting van de gesloten jeugdhulp op dit moment nodig voor [minderjarige] . De veilige en gestructureerde setting en het toezicht van [accommodatie] zijn nog steeds noodzakelijk om [minderjarige] te helpen verder te stabiliseren en de benodigde traumabehandeling, nadere diagnostiek en verdere behandelingen te ondergaan. De behandelingen zijn als gezegd zwaar voor [minderjarige] en vergen veel van haar. Daarom is het van belang dat deze voorlopig nog binnen het gesloten kader plaatsvinden. Op die manier kan de veiligheid van [minderjarige] geborgd worden en is de kans het grootst dat haar behandeling slaagt. Er is nu nog geen lichter alternatief voor handen voor de gesloten plaatsing van [minderjarige] in [accommodatie] , omdat haar veiligheid dan onvoldoende kan worden geborgd. De kinderrechter vindt wel dat hiertoe moet worden overgegaan zodra dat wel mogelijk en passend is voor [minderjarige] . De kinderrechter verwacht van het college en [accommodatie] dat de komende periode duidelijk gaat worden naar welke lichtere voorziening [minderjarige] kan uitstromen en dat zij hiervoor tijdig wordt aangemeld.
5.5.
Gelet op het vorenstaande zal de kinderrechter het resterende deel van het verzoek toewijzen. Ook zal de kinderrechter het aansluitende verzoek toewijzen. De kinderrechter is met alle aanwezigen op de zitting van mening dat het aanhouden van dit verzoek en het opnieuw behandelen op een nadere zitting erg belastend is voor [minderjarige] , en daarom niet in haar belang is. [minderjarige] heeft nu duidelijkheid nodig over hoelang de gesloten jeugdhulp nog maximaal zal voortduren, zodat zij zich hopelijk kan blijven focussen op en inzetten voor haar behandelingen. De kinderrechter wenst [minderjarige] veel kracht toe om haar traject in [accommodatie] op een goede wijze voort te zetten.
5.6.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissingen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
In de zaak met kenmerk JE RK 25-2052:
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de resterende duur van twee maanden, met ingang van 9 april 2026 en tot 9 juni 2026.
In de zaak met kenmerk JE RK 26-367:
6.2.
verleent een (aansluitende) machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden, met ingang van 9 juni 2026 en tot 9 september 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. Hendriks, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier, en op schrift gesteld op 23 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.