De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 maart 2026 een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Middelburg om machtigingen te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2010. De minderjarige verblijft sinds augustus 2025 in een gesloten accommodatie vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen, waaronder PTSS, suïcidepogingen, automutilatie en middelengebruik.
Het college verzocht om verlenging van de machtiging voor een resterende periode van twee maanden en aansluitend nog drie maanden, waarbij ouders en een onafhankelijke gedragswetenschapper instemden. De minderjarige zelf was niet aanwezig bij de zitting, maar werd vertegenwoordigd door een advocaat die namens haar afwijzing van de verzoeken bepleitte, met het oog op haar wens tot begeleid zelfstandig wonen.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet was voldaan, gezien de ernst van de problematiek en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven. De gesloten setting is noodzakelijk om de veiligheid en voortgang van de traumabehandeling te waarborgen. De machtigingen werden daarom voor de gevraagde periode toegekend, met het oog op continuïteit en het voorkomen van onnodige belasting van de minderjarige.
Tegelijkertijd werd benadrukt dat er gewerkt wordt aan een passende lichtere vervolgplek en dat de minderjarige tijdig zal worden aangemeld zodra dit mogelijk is. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.