Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mw. [persoon 1] , behandelaar;
- mw. [persoon 2] , verpleegkundig specialist in opleiding;
- mw. [persoon 3] , verpleegkundige.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die verblijft in een verpleeghuis. Betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening en vertoont geen verzet tegen de opname. Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, en zorgverleners gehoord.
De behandelaar gaf aan dat voortzetting van de inbewaringstelling niet noodzakelijk is omdat betrokkene zonder dwangkader op de afdeling kan blijven en de benodigde zorg kan ontvangen. De verpleegkundig specialist meldde dat betrokkene baat heeft bij de structuur en 24-uurs zorg, maar geen sprake is van verzet. De advocaat bepleitte afwijzing van het verzoek vanwege het ontbreken van onvrijwillige opname.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van verzet en dat de wettelijke voorwaarden voor voortzetting van de inbewaringstelling niet zijn vervuld. De behandelaar kan zonder dwangmaatregelen de veiligheid waarborgen en de zorg voortzetten. Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voortzetting inbewaringstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van verzet en mogelijkheid tot zorg zonder dwang.