Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3033

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/02/445532 / FA RK 26-1068
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking zorgmachtiging voor betrokkene met schizofrenie en autismespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1978. Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en een autismespectrumstoornis. De rechtbank baseert dit op een medische verklaring van een onafhankelijke psychiater.

Betrokkene is op eigen initiatief gestopt met medicatie, wat leidde tot verergering van haar toestand, waaronder angst, verward gedrag en verminderde zelfzorg. De behandelaar gaf aan dat een onbehandelde psychose ernstige psychische schade kan veroorzaken. Betrokkene staat niet open voor dwangmedicatie en vertoont zorgmijding.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van ernstig nadeel door de psychische stoornis, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg is niet mogelijk vanwege het gebrek aan ziekte-inzicht en bestendige vrijwilligheid.

Daarom verleent de rechtbank een zorgmachtiging voor zes maanden, waarbij verplichte zorg bestaat uit medicatietoediening, medische controles en beperkingen in bewegingsvrijheid alleen bij opname, uitsluitend voor het instellen van medicatie. Beperkingen op het gebruik van communicatiemiddelen worden afgewezen. De machtiging geldt tot 16 september 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie en opname alleen indien ambulante zorg niet mogelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445532 / FA RK 26-1068
Datum uitspraak: 16 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. M. Kalle te Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 2 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 2 maart 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mw. [persoon] , behandelaar, verbonden aan het FACT-team [plaats] (telefonisch).
1.3.
De officier van justitie is, zoals reeds aangekondigd in het verzoekschrift, niet ter zitting verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene verklaart dat ze inmiddels is hersteld van de clozapine-afbouw, hetgeen haar bijna fataal is geworden. Alle belevingen en ervaringen kwamen in een keer naar boven. Daarnaast is betrokkene afgekickt van aripiprazol. Dit doet wel een beroep op haar immuunsysteem. Ze staat niet open voor dwangmedicatie, want ze heeft hier veel last van gehad. Betrokkene is vermagerd, maar ze eet en drinkt heel goed. Verder geeft betrokkene aan dat ze af en toe de politie belde over criminelen en dat haar woning opgeknapt moet worden. Er is geen sprake van vervuiling. Betrokkene zou graag meer vertrouwen willen krijgen in de zorg, alsmede wensen dat de zorg meer vertrouwen krijgt in haar. Ze gaat tot slot graag in gesprek met het FACT-team.
3.2.
De advocaat stelt zich namens betrokkene op het standpunt dat er volgens betrokkene geen sprake is van een psychische stoornis. Daarnaast is er geen sprake van ernstig nadeel. Betrokkene erkent dat ze een lastige periode heeft gehad en dat ze de hulpdiensten niet veelvuldig had moeten contacteren, maar dit is na november 2025 niet meer gebeurd. Het gaat momenteel goed met haar. Ook is betrokkene bereid om in het vrijwillige kader gesprekken aan te gaan met het ambulante FACT-team. Onderling vertrouwen en coulance is voor haar heel belangrijk. Dit maakt dat de advocaat primair verzoekt om het verzoek af te wijzen. Subsidiair stelt de advocaat dat een verplichte opname juist voor extra spanningen zorgt bij betrokkene. De zorgmachtiging dient daarom beperkt te worden en enkel de verplichte zorgvormen ten aanzien van de medicatie en de contacten met het FACT-team te bevatten. Mocht een opname in de toekomst toch nodig blijken, dan kan een nieuw verzoek worden ingediend. De onderbouwing van het ernstig nadeel is immers mager en een opname gaat vooralsnog te ver. Betrokkene zou graag de kans krijgen om in het vrijwillige kader te laten zien dat zij stappen kan zetten.
3.3.
De behandelaar licht toe dat zij betrokkene al een tijdje niet meer heeft gezien, maar enkel telefonisch heeft gesproken. Betrokkene is afhoudend in het contact. Sinds betrokkene op eigen initiatief is gestopt met de inname van haar medicatie (aripiprazol), gaat het minder goed met haar. Ze is angstiger, liep regelmatig verward over straat, belde veelvuldig de hulpdiensten en het lukt haar minder goed om dingen te organiseren en voor zichzelf te zorgen. De grootste zorg is momenteel dat een onbehandelde psychose psychische schade aanricht bij betrokkene. Aangezien de behandelaar al een langere tijd niet meer in de woning van betrokkene is geweest, is het niet mogelijk om de zorgen met betrekking tot de zelfzorg en de staat van de woning verder te onderbouwen. Aripiprazol is niet het meest passende middel, maar betrokkene heeft wel medicatie en behandeling nodig in het kader van de bij haar gediagnosticeerde schizofrenie. De behandelaar is voornemens om in overleg met betrokkene te onderzoeken welke medicatievorm wel passend is.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is – anders dan betrokkene – op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen). Bij betrokkene is sprake van een psychotisch toestandsbeeld in het kader van schizofrenie en een autismespectrumstoornis. Deze diagnoses zijn door de onafhankelijke psychiater in de medische verklaring gesteld. De rechtbank ziet geen redenen om hieraan te twijfelen.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige immateriële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, ernstige verstoorde ontwikkeling en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat een onbehandelde psychose ernstige (permanente) psychische schade bij betrokkene kan veroorzaken. Daarnaast is het gebleken dat betrokkene vermagerd is en niet altijd goed eet en drinkt, hetgeen maakt dat er zorgen zijn omtrent de zelfzorg van betrokkene. Het lukt haar onvoldoende om dit te organiseren. Ook is het de rechtbank gebleken dat betrokkene angstig is en tot eind vorig jaar verward en overlastgevend gedrag vertoonde. Zo heeft ze de hulpdiensten herhaaldelijk gebeld en liep ze verward over straat. Tot slot functioneert betrokkene door haar toestandsbeeld niet adequaat in de maatschappij. Ze trekt zich immers terug en is afhoudend in contact.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene op eigen initiatief is gestopt met de inname van haar medicatie. Daarnaast geeft betrokkene aan niet open te staan voor (dwang)medicatie en is er geen sprake van ziektebesef en -inzicht. Ook is betrokkene afhoudend in contact en is ze bekend met zorgmijding. Er is derhalve geen sprake van een voldoende bestendige vrijwilligheid. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk
indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid –
enkel in het geval van een opname;
- opnemen in een accommodatie –
zo kort mogelijk en enkel ten behoeve van het instellen op medicatie.
De rechtbank wijst tot slot het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten met betrekking tot het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen af, nu tijdens de mondelinge behandeling door de behandelaar is verklaard dat dit niet noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in r.o. 4.6. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
16 september 2026.
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 30 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.