Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3036

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/02/445383 / FA RK 26-984
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Snoeks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij bipolaire stoornis en verslaving

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 maart 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1998, voor de duur van twaalf maanden. Het verzoek was ingediend door de officier van justitie op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Betrokkene lijdt aan bipolaire-stemmingsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, die leiden tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, maatschappelijke teloorgang en risico op agressie en misbruik. Betrokkene heeft weinig ziekte-inzicht en weinig vertrouwen in medicatie, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De toegewezen zorg omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar die hetzelfde effect bereiken. De zorgmachtiging geldt tot en met 16 maart 2027 en is mondeling uitgesproken door rechter Snoeks. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden vanwege ernstig nadeel en noodzaak tot verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445383 / FA RK 26-984
Datum uitspraak: 16 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , Polen,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat: mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, via een telefonische verbinding, bijgestaan door haar advocaat en een tolk;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager.
1.3.
Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord:
- de heer [persoon 2] , casemanager.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 2 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het niet goed met haar gaat omdat zij aankomende vrijdag haar woning moet verlaten. Haar vriend is op dit moment aan het rondbellen om te zoeken naar een plek waar zij kan gaan wonen. Voorts geeft betrokkene aan dat zij liever niet bij [accommodatie] verblijft omdat zij op dit moment een bed nodig heeft en van mening is dat [accommodatie] niet een goede plek is voor haar. Betrokkene geeft aan dat zij het eens is met verlenging van de zorgmachtiging omdat zij van mening is dat ze het nodig heeft.
4.2.
De casemanager verklaart dat betrokkene sinds augustus terug in beeld is nadat zij naar [plaats 2] was vertrokken. Betrokkene is gedurende een korte tijd opgenomen geweest vanwege een katatoon beeld. Na haar ontslag had betrokkene geen woning meer doordat ze niet meer bij haar ex-man en dochter mocht wonen. Betrokkene is gaan zwerven en woont nu bij haar vriend, waar ze aanstaande vrijdag de woning van moet verlaten omdat er geen toestemming is dat zij daar woont. Voorts geeft de casemanager aan dat het beter gaat met betrokkene nu zij bij haar huidige vriend woont. De zorgen zijn vooral vanaf aanstaande vrijdag wanneer betrokkene op straat komt te staan. Volgens de casemanager neemt betrokkene op dit moment tijdig haar medicatie in, maar dit is lastig te controleren omdat betrokkene in [plaats 3] verblijft.
4.3.
De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan bipolaire-stemmingsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.
5.3.
Deze stoornissen veroorzaken ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat wanneer betrokkene haar medicatie staakt en/of vervalt in alcohol- en/of drugsgebruik er een verhoogd risico bestaat op maniforme decompensatie. Dit kan leiden tot seksueel ontremd en grensoverschrijdend gedrag in contact met onbekende mannen. Betrokkene loopt daardoor het risico slachtoffer te worden van misbruik of agressie. Voort is betrokkene eerder ook gekend geweest met suïcidale periodes.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is sprake van enig ziektebesef en beperkt ziekte-inzicht. Daarnaast heeft betrokkene weinig vertrouwen in de medicatie doordat zij het idee heeft dat deze niet werkt. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten (factzorg), waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , Polen, wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 maart 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 23 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.