Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3037

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/02/445939 / FA RK 26-1275
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging wegens bipolaire stoornis en persoonlijkheidsstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1993 in Roemenië, die verblijft in een psychiatrische accommodatie. Betrokkene lijdt aan een bipolaire-stemmingsstoornis en een borderline persoonlijkheidsstoornis, met ernstige emotieregulatiestoornissen en manisch-psychotische ontregeling.

Tijdens de zitting werd betrokkene gehoord, bijgestaan door een advocaat en tolk, evenals een psychiater en andere zorgprofessionals. Betrokkene wenst terug te keren naar Roemenië vanwege familieomstandigheden, maar de psychiater stelde dat haar psychische toestand nog niet stabiel genoeg is voor vertrek. Betrokkene vertoont wisselende emoties, impulsiviteit en agressie, en is medicatie-ontrouw.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, agressie naar derden en maatschappelijke problemen. Vrijwillige zorg is niet mogelijk vanwege medicatie-ontrouw en gebrek aan ziekte-inzicht. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk.

De toegewezen zorgmachtiging geldt voor zes maanden en omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht. Beperkingen op communicatiemiddelen zijn afgewezen. De machtiging is evenredig en gericht op stabilisatie en veiligheid. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden wegens ernstig nadeel door bipolaire stoornis en persoonlijkheidsstoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445939 / FA RK 26-1275
Datum uitspraak: 16 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , Roemenië,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend op een bij de rechtbank onbekend adres in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. T. Geerdink te Borne.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 maart 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en een tolk Roemeens (telefonisch);
  • dhr. [persoon 1] , psychiater.
Daarnaast waren als toehoorders aanwezig:
  • dhr. [persoon 2] , klinisch psycholoog in opleiding;
  • dhr. [persoon 3] , ondersteuner;
  • een co-assistent.
1.3.
De officier van justitie is, zoals aangegeven in het verzoekschrift, niet verschenen en dus ook niet gehoord.
1.4.
Gelet op de nauwe samenhang van het onderhavige verzoek met het verzoek van de officier van justitie tot het wijzigen van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, bij de rechtbank bekend onder zaaknummer
C/02/445960 / FA RK 26-1291, zijn de verzoeken gezamenlijk behandeld. Er zal per separate beschikking worden beslist.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft bij beschikking van 20 februari 2026 een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 13 maart 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in de [accommodatie] te [plaats 2] .

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vertelt dat de psychiater haar het beste kent, hetgeen maakt dat zij wenst dat hij namens haar het woord voert. De psychiater weet immers wat zij nodig heeft. Het gaat goed met betrokkene. Ze is stabiel en voelt zich op haar gemak. Betrokkene wil graag tijdelijk terug naar Roemenië, omdat haar opa ziek is. Daarna wil ze weer terugkomen naar Nederland om te werken. Het klopt dat betrokkene zich soms heel verdrietig voelt en op andere momenten juist weer heel blij. Ze heeft borderline, hetgeen zich uit in het ongeduldig en impulsief zijn. Het is moeilijk om om te gaan met de steeds maar wisselende (extreme) emoties. Betrokkene doet echter niemand kwaad. Het enige dat betrokkene tot rust brengt, is het gebruik van cannabis. Betrokkene wil tot slot niet langer opgenomen blijven.
4.2.
De advocaat stelt zich namens betrokkene op het standpunt dat betrokkene graag naar Roemenië wil, hetgeen maakt dat het verzoek moet worden afgewezen. Als de zorgmachtiging toch wordt toegewezen, dan is de zorgvorm “het toedienen van vocht en voeding” niet noodzakelijk. Deze kan dan ook worden afgewezen. Tot slot is het van belang dat de opname zo kort mogelijk is.
4.3.
De psychiater licht toe dat er bij betrokkene sprake is van een manische uiting van een psychotisch ziektebeeld. De manische kenmerken in het kader van een bipolaire stoornis staan bij betrokkene op de voorgrond. Zo betrekt betrokkene veel zaken op zichzelf, heeft ze weinig geduld en kan ze impulsief en agressief worden. De borderline persoonlijkheidsstoornis van betrokkene is secundair. Betrokkene herkent de symptomen deels, maar er zijn ook momenten dat zij weinig ziekte-inzicht heeft. Het probleem zit vooral in het feit dat betrokkene weinig slaapt en zeer veel onrust ervaart, ondanks zeer hoge doseringen slaapmedicatie. Ook bestaat er een risico op het slachtoffer worden van misbruik door anderen, nu betrokkene door haar manie zaken niet goed overziet, en kan ze agressief worden naar derden. De psychiater verklaart voorts dat de psychische toestand van betrokkene nog niet stabiel genoeg is om haar naar Roemenië te doen vertrekken. Mocht betrokkene inderdaad voornemens zijn om uiteindelijk weer terug te keren naar Nederland, dan is de betrokkenheid van een ambulant zorgteam noodzakelijk.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten bipolaire-stemmingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Bij betrokkene is sprake van ernstige emotieregulatiestoornissen, vermoedelijk als gevolg van vroegkinderlijk trauma kaderend in persoonlijkheidsproblematiek, waarbij betrokkene manisch-psychotisch kan decompenseren en kampt met paranoïde gedachten. Er is tevens sprake van decorumverlies, agitatie, ontremd gedrag en een desoriëntatie in tijd. Ook kan betrokkene snel wisselen in emoties en vindt ze het lastig om haar boosheid onder controle te houden. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de psychiater toegelicht dat de bipolaire stoornis van betrokkene voorliggend is, gelet op het feit dat betrokkene kampt met ernstige onrust en niet reageert op zeer hoge doseringen slaapmedicatie. De borderline persoonlijkheidsstoornis van betrokkene is secundair. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een stoornis in de zin van de Wvggz.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene moeite heeft met het onder controle houden van haar emoties, hetgeen kan leiden tot verbale en fysieke agressie en dreiging richting derden. Zo heeft betrokkene de politie aangevallen en een hulpverlener in het gezicht geslagen en aan de haren getrokken. Ook gooit ze met spullen. Daarnaast doet betrokkene ongeremde seksuele en suïcidale uitspraken, gaat ze op de kamers van andere patiënten zitten en drong ze onbevoegd gebouwen binnen, hetgeen mogelijk agressie van anderen kan oproepen. Voorts zorgt een onbehandelde manisch-psychotische ontregeling voor een risico op ernstige psychische schade. Tot slot kampt betrokkene met sociaal-maatschappelijke problemen, aangezien zij geen werk en woonruimte heeft.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene niet langer opgenomen wil zijn. Daarnaast is betrokkene medicatie-ontrouw. Tot slot lijkt betrokkene soms een deel van de symptomen te herkennen, maar zijn er ook momenten dat betrokkene geen ziekte-inzicht heeft en niet achter de behandeling staat. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank wijst het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten met betrekking tot het beperken van de communicatiemiddelen af, aangezien de psychiater tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat dit niet nodig is om het ernstig nadeel af te wenden.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , Roemenië, wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
16 september 2026;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 30 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.