Partijen zijn gescheiden ouders van drie minderjarige kinderen. Ondanks intensieve hulpverlening is de communicatie tussen hen ernstig verstoord gebleven, met voortdurende conflicten en wantrouwen. De vader neemt regelmatig eenzijdige beslissingen zonder overleg, wat leidt tot onrust en gedragsproblemen bij de kinderen.
De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan haar toe te kennen, evenals het vaststellen van een omgangsregeling. De vader verzet zich tegen beëindiging van het gezag, maar vraagt om een ruimere omgangsregeling voor twee kinderen en geen contact met de oudste.
De Raad voor de Kinderbescherming constateert dat de kinderen klem en verloren raken tussen de ouders en adviseert het gezag te wijzigen en de omgangsregeling te handhaven. De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is en kent het gezag toe aan de moeder. De omgangsregeling wordt vastgesteld zoals in het vonnis van december 2023, met rust en voorspelbaarheid als uitgangspunt.
De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.