De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 maart 2026 het verzoek van de vader om het gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind aan hem alleen toe te wijzen. De moeder is sinds enige tijd onbereikbaar en niet betrokken bij het leven van het kind, waardoor het gezamenlijk gezag niet effectief kan worden uitgeoefend.
De vader en moeder hadden gezamenlijk gezag over het kind, dat bij de vader woont. Na ernstige mentale problemen bij de moeder en het beëindigen van hun relatie, is de moeder vertrokken en sindsdien niet meer bereikbaar. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het verzoek van de vader toe te wijzen, omdat het in het belang van het kind is dat de vader de beslissingen kan nemen.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar is. De moeder oefent geen gezag uit en is niet bereikbaar, waardoor het kind het risico loopt klem te raken tussen ouders. Daarom wordt het gezag aan de vader alleen toegekend, waarmee de juridische situatie wordt aangepast aan de feitelijke situatie.