Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3044

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/02/441345 / FA RK 25-5541
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan vader wegens onbereikbaarheid en gebrek aan betrokkenheid moeder

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 maart 2026 het verzoek van de vader om het gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind aan hem alleen toe te wijzen. De moeder is sinds enige tijd onbereikbaar en niet betrokken bij het leven van het kind, waardoor het gezamenlijk gezag niet effectief kan worden uitgeoefend.

De vader en moeder hadden gezamenlijk gezag over het kind, dat bij de vader woont. Na ernstige mentale problemen bij de moeder en het beëindigen van hun relatie, is de moeder vertrokken en sindsdien niet meer bereikbaar. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het verzoek van de vader toe te wijzen, omdat het in het belang van het kind is dat de vader de beslissingen kan nemen.

De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar is. De moeder oefent geen gezag uit en is niet bereikbaar, waardoor het kind het risico loopt klem te raken tussen ouders. Daarom wordt het gezag aan de vader alleen toegekend, waarmee de juridische situatie wordt aangepast aan de feitelijke situatie.

Uitkomst: Het gezag over de minderjarige wordt eenhoofdig aan de vader toegekend vanwege de onbereikbaarheid en het gebrek aan betrokkenheid van de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/441345 / FA RK 25-5541
datum uitspraak 16 maart 2026
beschikking over het ouderlijk gezag
in de zaak van
[de man],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M.P.J. Brouwers,
en
[de vrouw],
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,
hierna te noemen de vrouw.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 28 oktober 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de man;
- de oproeping van de griffier van deze rechtbank in de Staatscourant;
- de brief van mr. Brouwers van 22 januari 2026 met bijlage.
1.2 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 5 maart 2026. Daarbij was aanwezig de man, bijgestaan door zijn advocaat. Ook was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad.
1.3 Hoewel de vrouw behoorlijk is opgeroepen, is zij niet op de mondelinge behandeling verschenen. Evenmin heeft zij een verweerschrift ingediend.

2.De feiten

Zoals blijkt uit de stellingen en ingediende stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen hebben een relatie met elkaar gehad;
- tijdens deze relatie is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren:
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] ;
- de man heeft [minderjarige] erkend. Partijen hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige] ;
- [minderjarige] woont bij de man.

3.Het verzoek

De man verzoekt te bepalen dat voortaan aan hem alleen het ouderlijk gezag over [minderjarige] toekomt.

4.De beoordeling

4.1
Voor de onderbouwing van zijn verzoek geeft de man aan dat de omstandigheden zijn gewijzigd, waardoor een wijziging van het gezag nodig is. Na de geboorte van [minderjarige] verbleven partijen bij Sterk Huis op de [afdeling] . Het gezin had een positieve start, maar in februari 2025 veranderde dit. De vrouw kreeg te maken met ernstige mentale problemen, maar zij weigerde behandeling hiervoor. Uiteindelijk besloot de vrouw de relatie te beëindigen, waardoor partijen door Sterk Huis werden gescheiden en zij ieder hun eigen unit kregen. [minderjarige] is bij de man geplaatst en de vrouw had één uur per dag contact met [minderjarige] . Na twee weken bleek dat het allemaal teveel werd voor de vrouw en zij wilde niets meer met de man en haar zoon te maken hebben. De vrouw is vertrokken bij Sterk Huis en sindsdien lukt het de man en Sterk Huis niet meer om in contact te komen met haar. Voor zover bij de man bekend, leeft de vrouw op straat. Het lukt hem niet om haar in het leven van [minderjarige] te betrekken, waardoor hij geen zaken rondom [minderjarige] met haar kan bespreken en kan afstemmen. De vrouw geeft geen invulling aan haar ouderschap en is ook niet op een andere manier betrokken in het leven van [minderjarige] .
4.2
Op de mondelinge behandeling heeft de Raad geadviseerd het verzoek van de man toe te wijzen. Een wijziging in het gezag is in het belang van [minderjarige] noodzakelijk, omdat de vrouw niet beschikbaar voor hem is. De vrouw is al enige tijd uit beeld en het lijkt haar niet te lukken om een rol te spelen in het leven van [minderjarige] . Zolang dat het geval is, vindt de Raad het belangrijk dat de man de belangrijke beslissingen over [minderjarige] kan nemen.
Juridisch kader
4.3
De rechtbank kan op grond van artikel 1:253n in verbinding met artikel 1:251a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek op verzoek van niet met elkaar getrouwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd, en bepalen dat het gezag voortaan aan één ouder toekomt. Dit is aan de orde indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wanneer wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is.
4.4
Gezamenlijk gezag vereist dat de ouders in staat zijn tot enige vorm van communicatie met elkaar en dat zij beslissingen van enig belang over de kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen.
4.5
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en de toelichting op de mondelinge behandeling komt naar voren dat de vrouw al geruime tijd geen rol speelt in het leven van [minderjarige] . De vrouw heeft vanwege persoonlijke problematiek kort na de geboorte van [minderjarige] zelf de stap gezet om niet langer in het leven van [minderjarige] betrokken te zijn en sindsdien geen enkele uitoefening aan haar gezag gegeven. Het lukt de man en de hulpverlening niet om met haar in contact te komen. Gelet op de onbereikbaarheid van de vrouw en het gebrek aan betrokkenheid bij het leven van [minderjarige] valt niet te verwachten dat de vrouw binnen afzienbare tijd op een voor [minderjarige] geschikte manier invulling kan geven aan het gezag. Mede gelet op het advies van de Raad komt de rechtbank tot het oordeel dat het anderszins in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat de man alleen wordt belast met het gezag over hem. Hierdoor wordt de juridische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1
bepaalt dat het gezag over de minderjarige [minderjarige] , geboren op
[geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] voortaan alleen aan de man toekomt;
5.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.