Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3048

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
02-298211-22
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen bankhelpdeskfraude met gevangenisstraf en taakstraf

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte schuldig bevonden aan medeplegen van bankhelpdeskfraude, poging tot oplichting, computervredebreuk en diefstal. De feiten vonden plaats tussen augustus 2022 en januari 2023, waarbij slachtoffers telefonisch werden benaderd en gemanipuleerd om geld over te maken of bankpassen af te geven. Verdachte werkte samen met anderen in een georganiseerd belcentrum.

Het bewijs bestond uit telefoongegevens, chatberichten, aangiftes en een inval in de woning waar het belcentrum was gevestigd. Verdachte bekende betrokkenheid en gebruikte meerdere telefoons en aliassen. De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele feiten wegens onvoldoende bewijs.

De rechtbank oordeelde dat het onderzoek aan de telefoons van verdachte een vormverzuim bevatte, maar dit woog niet zwaar genoeg om het bewijs uit te sluiten. Verdachte had een strafblad en zat nog in proeftijd bij eerdere veroordelingen, maar toonde positieve gedragsveranderingen.

De redelijke termijn was met ruim een jaar overschreden, wat strafverminderend werd meegewogen. Gezien de ernst van de feiten en de maatschappelijke impact legde de rechtbank een gevangenisstraf van 16 maanden op, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, en een maximale taakstraf van 240 uur. Tevens werden schadevergoedingen aan slachtoffers en banken toegewezen en iPhones verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf (waarvan 8 maanden voorwaardelijk) en 240 uur taakstraf wegens medeplegen bankhelpdeskfraude.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-298211-22
Parketnummer TUL: 18-189006-20
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 april 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres 1] ,
raadsman mr. R.P. Eefting, advocaat te Assen.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. C.J. de Pagter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. Het onderzoek is gesloten op 16 april 2026.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is op 19 mei 2025 gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een of meer anderen
feit 1:in de periode van 30 augustus 2022 tot en met 30 december 2022 zeventien personen heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 2:in de periode van 19 september 2022 tot en met 9 januari 2023 heeft geprobeerd acht personen op te lichten door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 3:in de periode van 15 september 2022 tot en met 6 januari 2023 computervredebreuk
heeft gepleegd;
feit 4:op 9 januari 2023 een Samsung laptop en bankpassen heeft weggenomen door
middel van bankhelpdeskfraude.
feit 5:op 9 januari 2023 lijsten met persoons- en adresgegevens, telefoonnummers, bankrekeningnummers en e-mailadressen (‘leads’) voorhanden heeft gehad, bestemd voor het plegen van die bankhelpdeskfraude.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij verzoekt verdachte wel partieel vrij te spreken van de computervredebreuk van de rekening van [aangever 1] (feit 4), omdat in die zaak niet vastgesteld kan worden dat verdachte en/of zijn medeverdachten hebben ingelogd op de rekening.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt verdachte partieel vrij te spreken van de oplichtingen van aangevers [aangever 2] , [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 6] en [aangever 7] en van de pogingen tot oplichting van aangevers [aangever 8] , [aangever 9] , [aangever 10] en [aangever 11] , zoals deze onder feiten 1 en 2 ten laste zijn gelegd, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte hierin een aandeel heeft gehad. Het enkele feit dat verdachte zich in dezelfde woning bevond als de beller of dat de telefoon van verdachte in een bepaald zendmastgebied aanstraalde, is hiervoor onvoldoende. Voor het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Daarnaast verzoekt de verdediging verdachte partieel vrij te spreken van de computervrede-breuk aangaande de aangevers [aangever 2] , [aangever 5] en [aangever 1] , zoals onder feit 3 ten laste is gelegd, nu het bewijs daarvoor ontbreekt. Bij [aangever 1] is het slechts bij een poging gebleven.
Nu vrijspraak is bepleit van de poging tot oplichting van [aangever 11] , dient ook vrijspraak te volgen voor de gekwalificeerde diefstal van zijn laptop en pinpassen, zoals onder feit 4 ten laste is gelegd. Wanneer de rechtbank de verdediging niet in dit standpunt volgt, verzoekt zij verdachte in ieder geval vrij te spreken van de diefstal van de Samsung laptop, nu [aangever 11] heeft aangegeven dat hij alleen een tablet heeft afgegeven.
Voor feit 5 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Algemeen
Deze zaak gaat over bankhelpdeskfraude. Over een periode van een groot aantal maanden zijn tientallen meldingen bij banken binnen gekomen van klanten vanuit het hele land die slachtoffer waren geworden van deze specifieke vorm van oplichting. Naast de ABN AMRO, de ING en de Rabobank hebben ook meerdere klanten aangifte gedaan. De politie is vervolgens strafrechtelijk onderzoek ‘Salford’ gestart om deze fraudegevallen te onderzoeken. De onderzoeksresultaten leidden ertoe dat er uiteindelijk 34 aangiftes met elkaar in verband zijn gebracht, waarbij een dadergroep in beeld is gekomen. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 4] zijn hierbij als verdachten aangemerkt.
Modus operandi
Uit voornoemde aangiftes blijkt dat de daders steeds een min of meer vaste werkwijze hanteerden om de aangevers geld afhandig te maken. De aangevers werden allemaal gebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van de bank met een verhaal over fraude, een verdachte transactie of een ander probleem met de bankrekening. Tijdens het gesprek werd de aangevers voorgehouden dat de bank hen wilde helpen om het geld veilig te stellen. De aangevers werden (uren)lang aan de telefoon gehouden en vaak doorverbonden met een andere zogenaamde bankmedewerker. In meerdere gevallen moesten aangevers het programma Anydesk (of een soortgelijk remote control programma) installeren, waarmee de computer of een ander apparaat van de aangever op afstand kon worden overgenomen. Vervolgens moesten de aangevers inloggen in hun internetbankierenomgeving en geld overboeken naar een bepaalde rekening of een overboeking goedkeuren die al klaarstond. Indien Anydesk niet werd geïnstalleerd, werd de aangevers gevraagd geld naar een rekening over te boeken. De aangevers waren in de veronderstelling dat zij daarmee het geld veiligstelden. In werkelijkheid werd het geld overgemaakt naar een rekening van een money mule. In een aantal gevallen werd de aangevers verteld dat er iemand zou langskomen om hun bankpas(sen) op te halen. In die gevallen kwam er kort daarna ook daadwerkelijk een persoon aan de deur. Deze persoon nam de bankpas(sen) in ontvangst en ook de daarbij behorende pincode(s). In sommige gevallen werden ook andere waardevolle spullen meegenomen, zoals laptops en telefoons. Kort daarna werd dan met de bankpas(sen) geld gepind. Tegen de tijd dat de aangevers erachter kwamen dat er iets niet in orde was, was het leed al geschied.
Medeplegen/dadergroepBij deze vorm van oplichting gaat de rechtbank er vanuit dat er een zekere vorm van organisatie noodzakelijk is, waarbij verschillende mensen betrokken zijn en eenieder een bepaalde rol vervult. Het regelen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen om het geld weg te kunnen sluizen, het bellen met de aangevers, het met elkaar doorverbinden, het verkrijgen van toegang tot de bankrekeningen van de aangevers en het (laten) overboeken van geldbedragen van de bankrekeningen van de aangevers naar de bankrekeningen van money mules zijn allemaal handelingen die een nauwgezette planning en afstemming vereisen. In enkele gevallen moesten er ook nog bankpassen worden opgehaald en daarmee vervolgens geld worden opgenomen. Vanaf het moment dat er contact wordt gelegd met de aangevers, is snelheid geboden. De hiervoor genoemde handelingen moeten immers worden verricht voordat de frauduleuze overboekingen en geldopnames met de bankpassen worden ontdekt, de betreffende geldbedragen kunnen worden teruggestort en/of de betreffende bankrekeningen kunnen worden geblokkeerd.
In de gehele keten van voornoemde handelingen is het uiteindelijke doel om in korte tijd zoveel mogelijk geld van de aangevers weg te nemen. Deze handelingen, die noodzakelijk zijn voor een geslaagde bankhelpdeskfraude, hangen in een nauw en chronologisch verband samen. Deze werkwijze vergt een goed geplande en doordachte samenwerking, waarbij de betrokken verdachten, ieder in zijn of haar eigen rol, afhankelijk zijn van elkaar. Uit het dossier blijkt dat deze planning, samenwerking en afstemming ook daadwerkelijk plaatsvonden. Zo waren op verschillende dagen meerdere personen tegelijkertijd op één locatie aanwezig, werden er leads voor elkaar klaargezet en werd er met elkaar doorverbonden.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat wanneer er in een zaak kan worden bewezen dat de verdachte tenminste één van de hiervoor genoemde handelingen heeft verricht, er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de andere personen die op de locatie aanwezig waren, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering, waaraan de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd.
Voltooid delict
De rechtbank gaat in zaken waarin de daadwerkelijke schade € 0,- bedraagt er vanuit dat de bank zelf de overboeking heeft tegengehouden voordat het op de tegenrekening is gestort, omdat zij voorzienend heeft opgetreden. Dat de schade €0,- bedraagt is in die gevallen dus te danken aan de alertheid van de bank en niet aan verdachte en/of haar medeverdachten. Gelet daarop gaat de rechtbank ook in die gevallen uit van een voltooid delict. De aangevers zijn in dat geval immers al bewogen tot het overmaken van geld naar een ander.
Aanknopingspunten voor deze dadergroep
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een aangifte van [aangeefster] . Zij werd op 16 september 2022 gebeld door iemand die zich voorstelde als [naam 1] , directeur van de Rabobank. Hij vertelde haar dat haar account was gehackt, dat er een lening was aangevraagd door ene [naam 2] en dat er al een bedrag van € 2.000,- klaar stond om overgeboekt te worden naar het buitenland. Aangeefster werd tijdens het gesprek doorverbonden met een collega van deze [naam 1] , ene [naam 3] , die als ICT-specialist bij de Rabobank zou werken. Aangeefster kreeg van hem de instructie om Anydesk te downloaden, vervolgens in te loggen in haar internetbankieromgeving en geld over te maken naar wat door deze [naam 3] een ‘kluisrekening’ werd genoemd. Aangeefster is daarna nog gebeld door ene [naam 4] , die als verzekeringsaccountmanager bij de Rabobank zou werken. In totaal heeft aangeefster een bedrag van € 50.370,- overgemaakt naar het [rekeningnummer] op naam van [omschrijving] .
Naar aanleiding van deze aangifte zijn de historische gegevens van het [telefoonnummer]
, waar aangeefster mee was gebeld, opgevraagd. Hieruit bleek dat het telefoonnummer hoorde bij een iPhone 11 met [IMEI-nummer] . Deze telefoon werd vaker voor bankhelpdeskfraude gebruikt. Er werden nog zeker zeven aangiftes gevonden, waarbij sprake was van een soortgelijke modus operandi. Van de iPhone 11 met [IMEI-nummer] werd de telecommunicatie opgenomen om live oplichtingsgesprekken mee te kunnen luisteren en de gebruiker te kunnen lokaliseren. Dit leidde tot een observatie van [adres 2] te [plaats]
Op 9 januari 2023 is de politie binnengevallen in de woning van [medeverdachte 1] aan [adres 2] in [plaats] . Daar waren op dat moment [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] aanwezig. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zaten op de bank achter de salontafel in de woonkamer. [verdachte] stond achter de bank. [medeverdachte 4] was die dag ook in de woning aanwezig geweest, maar was al weg toen de politie binnenviel.
In de woning van [medeverdachte 1] zijn meerdere laptops en telefoons in beslag genomen. In de woonkamer was een soort ‘belcentrum’ ingericht, waarin alle voorzieningen waren getroffen voor het plegen van bankhelpdeskfraude. Op de salontafel lagen twee opengeklapte laptops (een Acer laptop waarop ‘helpdesk’ stond en een HP laptop waarop een logo van ABN AMRO stond), een headset en vijf mobiele telefoons (een iPhone 11, een iPhone X, een iPhone SE, een iPhone 7 en een Alcatel). Op één van die telefoons
(de iPhone 7) was al vijftig minuten een telefoongesprek gaande met aangever [aangever 11] . Deze telefoon was verbonden met de headset die op de salontafel lag. [medeverdachte 2] had ten tijde van de inval een mobiele telefoon (een Samsung S9) vast. Bij [medeverdachte 3] werd ook nog een mobiele telefoon (een iPhone 11 met een hoesje met groene streepjes) aangetroffen. In een laptoptas die naast de bank stond, lagen meerdere simkaarten.
Op de laptops en de telefoons zijn zaken aangetroffen die direct zijn te relateren aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Salford. Hierbij valt te denken aan chatgesprekken met medeverdachten over bankhelpdeskfraude, belscripts, leads, namen (aliassen) van fictieve bankmedewerkers, Anydesk, Teamviewer en foto’s van internetbankieromgevingen en bankpassen van aangevers en money mules.
Gebruikte telefoons
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat [verdachte] de gebruiker was van de inbeslaggenomen iPhone 11 en iPhone X, [medeverdachte 1] de gebruiker van de inbeslaggenomen iPhone SE en de iPhone 7, [medeverdachte 2] de gebruiker van de inbeslaggenomen Samsung S9 en [medeverdachte 3] de gebruiker van de inbeslaggenomen iPhone 11 met het hoesje met groene streepjes.
In de woning van [medeverdachte 1] is ook nog een Alcatel telefoon aangetroffen. Ook deze telefoon is gebruikt bij de bankhelpdeskfraude. De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen van wie deze telefoon was. De rechtbank zal daarom hieraan geen gewicht toekennen.
Gebruikte aliassen
De aangevers hebben allen, onafhankelijk van elkaar, verklaard dat zij zijn gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank. Sommige aangevers hebben daarbij de naam (alias) van de betreffende medewerker genoemd. Een aantal van die aliassen (zoals [naam 5] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 6] ) is teruggevonden in de in beslag genomen telefoons. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat deze aliassen vaker in bankhelpdeskfraudezaken worden gebruikt en dus niet persoonsgebonden zijn. De rechtbank zal daarom hieraan geen gewicht toekennen.
Verklaring van verdachte
[verdachte] heeft bij de politie en op zitting verklaard dat hij betrokken is geweest bij deze bankhelpdeskfraude. Hij heeft telefoongesprekken gevoerd onder een alias (in ieder geval ‘ [naam 5] ’) namens een bank. Hij heeft daarbij het belscript gebruikt dat op de laptop in de woning van [medeverdachte 1] is aangetroffen. Hij voerde de gesprekken altijd samen met anderen vanuit één ruimte. Dit waren vaak dezelfde personen. Er moest namelijk ook wel eens met elkaar worden doorverbonden. Hij kreeg betaald voor ieder geslaagd gesprek.
Feiten 1 en 2
Gelet op het voorgaande en op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van aangevers [aangeefster] , [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 12] , [aangever 13] , [aangever 14] , [aangever 15] , [aangever 16] , [aangever 17] , [aangever 18] , [aangever 19] , [aangever 8] en [aangever 7] (feit 1) en het medeplegen van poging tot oplichting van aangevers [aangever 20] , [aangever 21] , [aangever 22] , [aangever 9] , [aangever 23] , [aangever 24] , [aangever 10] en [aangever 11] (feit 2).
Feit 1
Voor aangevers [aangeefster] , [aangever 1] , [aangever 13] en [aangever 18] heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd.
Voor aangevers [aangever 14] , [aangever 17] , [aangever 8] , [aangever 12] en [aangever 19] geldt dat ze met de telefoon van verdachte zijn gebeld.
Voor aangevers [aangever 15] en [aangever 7] geldt dat de telefoon van verdachte aanstraalt op dezelfde mast als de mast die wordt aangestraald door het bellende telefoonnummer.
Voor aangever [aangever 16] geldt dat het geld van aangever is overgemaakt naar een neef van verdachte, ene [de neef] . Bovendien zit er in het dossier een chatgesprek met [medeverdachte 1] waarin de gegevens van aangever worden gedeeld.
Voor aangever [aangever 2] geldt dat er geld is overgemaakt naar de rekening van de schoonvader van verdachte.
Voor aangever [aangever 18] geldt dat het geld is overgemaakt naar een Litouws rekeningnummer op naam van verdachte.
Feit 2
Voor aangevers [aangever 21] , [aangever 24] , [aangever 23] en [aangever 22] geldt dat ze met de telefoon van verdachte zijn gebeld.
Voor aangevers [aangever 20] , [aangever 10] en [aangever 9] geldt dat de telefoon van verdachte aanstraalt op dezelfde mast als de mast die wordt aangestraald door het bellende telefoonnummer. Voor aangever [aangever 11] geldt dat de telefoon van verdachte aanstraalt op een mast te [plaats] , de plaats waar ook de telefoon waarmee aangever is gebeld aanstraalt. Bovendien is dit het lopende gesprek ten tijde van de inval op 9 januari 2023.
Partiele vrijspraak t.a.v. [aangever 3] (feit 1), [aangever 4] (feit 1), [aangever 5] (feit 1), [aangever 6] (feit 1)
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat uit het dossier onvoldoende volgt dat verdachte betrokken is geweest bij de oplichtingen van aangevers [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 5] en [aangever 6] . De rechtbank zal hem dan ook hiervan vrijspreken.
Feit 3
Van computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is onder meer sprake als iemand vanuit een valse hoedanigheid een slachtoffer overtuigt tot het installeren van een Remote Access Tool zoals Anydesk of Teamviewer en een verbinding met de verdachte accepteert. Op die manier heeft de verdachte toegang tot de bancaire omgeving van het slachtoffer en dringt hij met een valse sleutel binnen op het netwerk van het slachtoffer.
Computervredebreuk op deze wijze maakte een essentieel onderdeel uit van de gepleegde oplichting en was daarmee onlosmakelijk verbonden. Door deze computervredebreuk werd de bancaire omgeving van aangevers zichtbaar en kon geld worden overgeboekt naar de moneymules. Nu de rechtbank bij verdachte tot een bewezenverklaring komt van het medeplegen van oplichting van aangevers [aangeefster] , [aangever 2] , [aangever 12] , [aangever 14] , [aangever 17] , [aangever 18] , [aangever 19] en het medeplegen van poging tot oplichting van aangevers [aangever 22] , [aangever 23] en [aangever 24] , komt zij in die gevallen daarom tevens tot een bewezenverklaring van het medeplegen van computervredebreuk.
Partiële vrijspraak t.a.v. [aangever 5] en [aangever 1]
De rechtbank zal, in het verlengde van het onder feit 1 overwogene, verdachte partieel vrijspreken van de computervredebreuk op de rekening van aangever [aangever 5] .
De rechtbank zal verdachte ook partieel vrijspreken van de computervredebreuk op de rekening van [aangever 1] , nu het in die zaak slechts bij een poging is gebleven.
Feit 4Gelet op het voorgaande en op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank de diefstal van de Samsung laptop en de bankpassen van aangever [aangever 11] wettig en overtuigend bewezen.
Feit 5
De rechtbank acht het onder feit 5 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangetroffen chatberichten en de bekennende verklaring van verdachte.
Eendaadse samenloop feiten 1, 2, 3 en 4
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten 1, 2, 3 en 4 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr. De bewezenverklaarde gedragingen leveren immers een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op, zodat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet (meer dan enigszins) uiteenloopt. De rechtbank zal hier in de strafoplegging rekening mee houden.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
in de periode van
8 september2022 tot en met 30 december 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangeefster] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 150.370,-,
- [aangever 1] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal)
€ 181.498,41,-,
- [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 1.980,-,
- [aangever 12] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 4.510,-,
- [aangever 13] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 68.903.70,
- [aangever 14] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 8.500,-,
- [aangever 15] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 22.480,18,
- [aangever 16] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 960,-,
- [aangever 17] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal)
€ 17.811,20,
- [aangever 18] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 4.000,-,
- [aangever 19] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 1.550,95;
- [aangever 8] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 4.000,-,
- [aangever 7] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 24.250,-
en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te
zeggen dat - zakelijk weergegeven -
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transactie
heeftplaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger Anydesk en/of Teamviewer en/of FTX en/of Banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;
2
op tijdstippen in de periode van 19 september 2022 tot en met 9 januari 2023 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangever 20] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 21] heeft bewogen tot de afgifte van € 6.790,81,
- [aangever 22] heeft bewogen tot de afgifte van € 20.000,00,
- [aangever 9] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 23] heeft bewogen tot afgifte van € 9.600,00,
- [aangever 24] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 10] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 11] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
en/of de (digitale) gegevens van de (internet) bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te
zeggen dat - zakelijk weergegeven -
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transactie
heeftplaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een
criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger Anydesk en/of Teamviewer en/of FTX en/of Banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
in de periode van 8 september 2022 tot en met 6 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere servers toebehorende aan een bank waarop een internetbankieren omgeving van klanten
- [aangeefster] ,
- [aangever 2] ,
- [aangever 12] ,
- [aangever 14] ,
- [aangever 17] ,
- [aangever 18] ,
- [aangever 19] ,
- [aangever 22] ,
- [aangever 23] en
- [aangever 24]
wordt gehost, is binnengedrongen
b. door een technische ingreep,
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
door het bellen naar voornoemde rekeninghouders en zich voor te doen als bankmedewerker en vervolgens deze rekeninghouders te bewegen tot het downloaden en/of installeren van het programma Anydesk (een remote acces tool) en/of vervolgens het laten accepteren door vernoemde personen van een externe (remote) verbinding waardoor hij, verdachte, en/of zijn
medeverdachtentoegang verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die
personen/aangevers en/of de zich daarop bevindende online bankrekening(en)/online bankierenpagina(s);
4
op 9 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een Samsung laptop en pinpassen, die aan [aangever 11] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders,
dieweg te nemen laptop en bankpassen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid
endoor listige kunstgrepen
endoor een samenweefsel van verdichtsels door zich uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) te zeggen dat
- zakelijk weergegeven -
- er iets mis is met de bankrekening van voornoemde [aangever 11] en
- de bankpassen van voornoemde [aangever 11] worden opgehaald en
- aan te bellen bij de woning van voornoemde [aangever 11] en
- aan voornoemde [aangever 11] te vragen of hij zijn bankzaken regelt met een vaste computer of laptop of tablet en
- naast de pinpassen ook te vragen of hij deze laptop ook mee mag nemen;
5
primair
op 9 januari 2023 in Nederland gegevens, te weten persoonsgegevens en/of adresgegevens
en/oftelefoonnummers
en/ofbankrekeningnummers en/of e-mailadressen, namelijk data van rechtspersonen, heeft ontvangen
en/ofheeft overgedragen
en/ofheeft verspreid, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrij
fomschreven in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van
36 maanden met aftrek van het voorarrest.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging stelt voorop dat het uitlezen van de telefoons van verdachte onrechtmatig is geweest, omdat daar geen toestemming voor is gegeven door hemzelf, dan wel door de rechter-commissaris, dan wel door de officier van justitie, wat op grond van het Smartphone-arrest (HR: 2017:584) en het Landeck-arrest (HR:2025:329) wel had gemoeten. Er is daarom sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Het onderzoek aan de telefoons van verdachte door de politie heeft een grote inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer, die door artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) wordt beschermd. Voor verdachte is er sprake van nadeel, nu zijn privacy onherstelbaar is geschonden.
De verdediging geeft voorts verzocht om bij het bepalen van (de hoogte van) de op te leggen straf rekening te houden met het feit dat verdachte in de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet. Hij heeft werk, woont begeleid en is gestopt met het gebruiken van drugs. In aanvulling hierop moet ook worden meegewogen dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven, dat niet blijkt dat hij veel geld heeft verdiend met de onderhavige feiten en dat de rollen van de verdachten inwisselbaar lijken te zijn geweest.
Gelet op al het voorgaande, alsmede het feit dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden, verzoekt de verdediging om een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, al dan niet in combinatie met een flinke taakstraf. Aan die voorwaardelijke straf kunnen de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude. De veelal oudere slachtoffers werden telefonisch benaderd door één van de bellers van de dadergroep, die zich voordeed als (fraudehelpdesk-)medewerker van de bank en die de slachtoffers wijs maakte dat hun banktegoed gevaar liep. Op slinkse en geraffineerde wijze werden de slachtoffers vervolgens gemanipuleerd opdat zij hun geld overboekten naar zogenaamd ‘veilige rekeningen’, zijnde de rekeningen van money mules, of hun bankpassen en pincodes, en in enkele gevallen ook andere waardevolle spullen, meegaven. Hierna werden met die bankpassen aanzienlijke geldbedragen van de bankrekeningen gepind. Dit alles om maar één ding te bereiken: zoveel mogelijk geld verdienen. Verdachte en de medeverdachten hebben op geraffineerde en schaamteloze wijze misbruik gemaakt van de goedheid van en het gewekte vertrouwen bij de slachtoffers. Deze slachtoffers dachten dat zij door de handelingen op te volgen juist konden voorkomen dat zij veel geld zouden kwijtraken. Het tegendeel bleek het geval. Hun nachtmerrie werd uiteindelijk door toedoen van de verdachten alsnog werkelijkheid. Door deze manipulatieve, slinkse bankhelpdeskfraude is niet alleen het vertrouwen dat de slachtoffers in het digitale betalingsverkeer en het bankwezen hadden geschaad, maar is ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens in ernstige mate aangetast. De verdachten hebben zich hier niets van aangetrokken en hebben enkel oog gehad voor hun eigen financiële gewin Meer in het algemeen zorgen dit soort strafbare feiten voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij en ook dat rekent de rechtbank verdachte aan.
Vormverzuim?
De rechtbank stelt vast dat er in het kader van het onderhavige dossier onderzoek is gedaan naar de inhoud van de in beslag genomen telefoons van verdachte. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat bij het uitlezen van de telefoons eerst een integrale kopie (ook wel forensische kopie) van de inhoud van de telefoons wordt gemaakt, waarna er zaaksgericht onderzoek aan die data plaatsvindt om relevante informatie te achterhalen.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat de huidige wettelijke regeling geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier van justitie vereist voor het doen van onderzoek door een opsporingsambtenaar aan een in beslag genomen telefoon. Er is echter wel toestemming van een autoriteit vereist indien het onderzoek aan een telefoon zo verstrekkend is dat een min of meer compleet beeld wordt verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijke leven van de gebruiker van die telefoon. Wanneer het gaat om gevallen waarin op voorhand te voorzien is dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zeer ingrijpend zal zijn, zal – in het licht van artikel 8 EVRM Pro – toestemming van een rechter-commissaris benodigd zijn.
In het onderhavige geval stelt de rechtbank vast dat er aan de hand van zoektermen gericht onderzoek is gedaan naar specifieke (zaaks)informatie op de telefoons van verdachte, zoals de naam van een aangever, data en bijvoorbeeld de naam van medeverdachten. Hieruit leidt de rechtbank af dat een min of meer compleet beeld kon worden verkregen van een bepaald aspect van het persoonlijke leven van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat hiervoor toestemming van de rechter-commissaris nodig was. Daar staat echter tegenover dat sprake was van een ernstige verdenking tegen verdachte op het moment dat het onderzoek aan de telefoons plaatsvond, namelijk betrokkenheid bij bankhelpdeskfraude. De telefoons zijn aangetroffen in een woning die was ingericht als een ‘belcentrum’. Zou een rechter-commissaris om toestemming zijn gevraagd voor onderzoek aan de telefoons zoals dat heeft plaatsgevonden, dan had deze die toestemming zonder nadere beperkingen kunnen geven. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat kan worden volstaan met de enkele constatering dat sprake is geweest van een vormverzuim.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Bovendien liep hij nog in de proeftijd van een eerdere veroordeling. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw dergelijke strafbare feiten te plegen. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 14 mei 2025 en de aanvulling daarop van 26 februari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten geen werk en inkomen had, een negatief sociaal netwerk had en lachgas en cannabis gebruikte. Verdachte heeft zijn leven inmiddels (weer) op de rit. Hij heeft werk gevonden, is begeleid gaan wonen, is gestopt met het gebruiken van drugs en heeft afstand genomen van zijn oude sociale netwerk. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. Om die reden wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een gedrags-interventie gericht op cognitieve vaardigheden, een ambulante behandeling, de verplichting mee te werken aan het vinden en behouden van dagbesteding en de verplichting mee te werken aan schuldhulpverlening.
De overschrijding van de redelijke termijn
In artikel 6, eerste lid, EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat tegenover de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo’n handeling worden aangemerkt.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat een behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond
met een eindvonnis binnen twee jaar nadat die redelijke termijn is aangevangen. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen zijn gelegen in de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
In deze zaak is de redelijke termijn aangevangen op 10 januari 2023, omdat verdachte op dat moment in verzekering is gesteld. Dit vonnis wordt gewezen op 16 april 2026. Dat betekent dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. De rechtbank zal de overschrijding van de redelijke termijn daarom in strafmatigende zin meewegen bij de uiteindelijk op te leggen straf.
De op te leggen straf
Bankhelpdeskfraude is een veel voorkomend en zeer ingrijpend probleem, waarvan met name kwetsbare ouderen slachtoffer worden. Het plegen daarvan moet dan ook streng worden bestraft.
Gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare zaken. De rechtbank zal in het voordeel van verdachte rekening houden met de omstandigheid dat sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr.
De rechtbank acht het niet wenselijk is dat verdachte terug naar de gevangenis gaat. De rechtbank heeft bij dat oordeel mede betrokken dat verdachte al een lange periode in voorlopige hechtenis heeft gezeten, bijna volledig verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en openheid van zaken heeft gegeven over zijn eigen rol. Sinds verdachte uit de voorlopige hechtenis is geschorst, heeft hij er hard aan gewerkt om zijn leven op een positieve manier vorm te geven. Hij heeft werk gevonden, is begeleid gaan wonen, is gestopt met het gebruiken van drugs en heeft afstand genomen van zijn oude sociale netwerk. Verdachte lijkt echt op het rechte pad te zijn. Deze positieve ontwikkeling zou rigoureus doorkruist worden als hij weer voor langere tijd naar de gevangenis zou gaan.. Het is niet in het belang van de samenleving als de positieve ontwikkeling die verdachte heeft doorgemaakt teniet wordt gedaan door een langdurige gevangenisstraf. Het risico dat hij dan in strafbaar gedrag zal terugvallen is reëel en daarmee is de samenleving niet gebaat. Bovendien heeft de rechtbank er vertrouwen in dat het niet alleen de afgelopen periode goed is gegaan met verdachte, maar dat het op de langere termijn ook goed zal blijven gaan. Wel acht zij een flinke stok achter de deur nodig om dit te bewerkstelligen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 16 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar passend en geboden is en zij zal dit dan ook aan verdachte opleggen. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel ook de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering zijn geadviseerd, behoudens de dagbesteding. Voor een dergelijke verplichting ziet de rechtbank thans geen aanleiding.
Om de ernst van de feiten te benadrukken, zal de rechtbank naast deze gevangenisstraf de maximale taakstraf opleggen van 240 uren.

7.Het beslag

7.1.
De verbeurdverklaring
De in beslag genomen iPhones worden verbeurd verklaard. De iPhones zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat deze iPhones aan verdachte toebehoren en de bewezen feiten met behulp van deze iPhones zijn begaan.

8.De vorderingen van de benadeelde partijen

8.1.
Algemene uitgangspunten en overwegingen
8.1.1.
Materiële schade
Natuurlijke personen
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten 1 tot en met 5 heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld jegens de benadeelde partijen die slachtoffer zijn van deze bewezenverklaarde feiten en dat hij ook verplicht is de schade van deze benadeelde partijen te vergoeden. De hoogte van het toewijsbaar geachte bedrag zal hieronder per benadeelde partij worden besproken.
BankenDe ABN AMRO en de Rabobank hebben zich ook gevoegd als benadeelde partij in deze procedure en vorderingen tot schadevergoeding ingediend. Deze vorderingen houden verband met de schadeloosstelling van hun klanten die slachtoffer zijn geworden van deze bankhelpdeskfraude en het onderzoek dat de banken zelf hebben uitgevoerd na meldingen van fraude door hun klanten.
De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde, strafbare, handelen van verdachte (de oplichting van de rekeninghouders) ook jegens de banken onrechtmatig is geweest. Er zijn geldbedragen weggenomen doordat overschrijvingsopdrachten in de internetbankierenomgeving van de banken door (toedoen van) verdachten zijn gegeven, dan wel doordat de klanten van de banken werden bewogen tot het afgeven van een pinpas en bijbehorende pincode, waarna het geld eenvoudig kon worden opgenomen. De banken hebben gesteld hierdoor schade te hebben geleden die bestaat uit onderzoekskosten en de vergoeding door de banken van de geldbedragen die zijn ontvreemd van de individuele rekeninghouders. Verdachte is dan ook verplicht de schade van de banken te vergoeden.
De rechtbank zal alleen die onderdelen van de vorderingen van de banken toewijzen die zien op de zaken waarbij verdachte blijkens het hiervoor bewezenverklaarde directe betrokken-heid heeft gehad en de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren voor het overige. De rechtbank zal daarbij uitgaan van de bedragen die zijn opgenomen in de tabellen die als onderbouwing bij de vorderingen zijn gevoegd.
8.1.2.
Immateriële schade
Een tweetal benadeelde partijen, [aangever 1] en [aangever 13] , heeft ook een vordering ter vergoeding van de immateriële schade gevorderd. De rechtbank zal deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in (dit deel van) hun vorderingen. De rechtbank wil met dit oordeel niets afdoen aan de impact die de strafbare feiten op de benadeelde partijen hebben gehad. Voor de toekenning van een schadevergoeding vanwege geleden immateriële schade is echter vereist dat op basis van stukken kan worden vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van aantasting van de persoon als bedoeld in artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Daarvan is in het onderhavige geval onvoldoende gebleken. Daarnaast is geen sprake van strafbare feiten op basis waarvan de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon reeds op grond daarvan kan worden aangenomen.
8.1.3.
Schadevergoedingsmaatregel
Vooruitlopend op de beoordeling van de vorderingen van de verschillende benadeelde partijen, overweegt de rechtbank dat zij de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen bij toe te wijzen vorderingen van natuurlijke personen. Dat betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen bij toe te wijzen vorderingen van de ABN AMRO en de Rabobank. Deze maatregel is er namelijk om natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding. Een rechtspersoon mag in beginsel geacht worden zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren, in tegenstelling tot een natuurlijke persoon. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit beginsel af te wijken.
8.1.4.
Wettelijke rente
Indien de rechtbank vorderingen tot schadevergoeding geheel of ten dele toewijst, zal de rechtbank daarbij tevens de wettelijke rente toewijzen, steeds gerekend vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Dit geldt ook voor de op te leggen schadevergoedingsmaatregelen.
8.1.5.
Proceskosten
Waar de vordering van een benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door die benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de eventuele kosten van tenuitvoerlegging.
8.1.6.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de toegekende schadevergoedingen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer van zijn mededaders is betaald, en andersom.
8.2.
De benadeelde partij [aangever 14] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 14] vordert een schadevergoeding van € 396,-, bestaande uit materiële schade (aanschaf nieuwe telefoon), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbankDe rechtbank is van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden niet voldoende vast staan, mede gelet op de betwisting daarvan door verdachte, nu (de omvang van) de schade onvoldoende is onderbouwd. Verdere behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
8.3.
De benadeelde partij [aangever 12] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 12] vordert een schadevergoeding van € 4.510,-, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbank
De door de benadeelde partij gevorderde materiële schade acht de rechtbank in zijn geheel toewijsbaar. Deze schade is voldoende onderbouwd en staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
8.4.
De benadeelde partij [aangever 1] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 1] heeft twee verschillende vorderingen ingediend. Op zitting heeft de benadeelde partij aangegeven dat hij een schadevergoeding vordert van
€ 158.531,41, waarvan € 158.031,41 aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbank
De door de benadeelde partij gevorderde materiële schade acht de rechtbank in zijn geheel toewijsbaar. Deze schade is voldoende onderbouwd en staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
Gelet op hetgeen hiervoor onder 8.1.2. is overwogen, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren voor wat betreft de immateriële schade.
8.5.
De benadeelde partij [aangever 13] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 13] vordert een schadevergoeding van € 34.331,05, waarvan
€ 34.281,05 aan materiële schade en € 150,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbankHoewel de vordering niet is voorzien van een volmacht, heeft de rechtbank geen redenen om eraan te twijfelen dat [aangever 13] volledig bevoegd is namens de [maatschap]
een vordering tot schadevergoeding in te dienen. Uit de aangifte blijkt dat [aangever 13] mede-eigenaar is van de maatschap en ook mede namens de maatschap aangifte heeft gedaan. Dit is door de verdediging niet betwist.
De door de benadeelde partij gevorderde materiële schade acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 34.261,10. Deze schade is voldoende onderbouwd en staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
De rechtbank zal de gevorderde reiskosten van € 19,95 afwijzen. Reiskosten naar het politiebureau om aangifte te doen of een nadere verklaring af te leggen zijn geen kosten die zijn gemaakt ‘ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade’, zoals bedoeld in
artikel 6:96, tweede lid, onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Deze reiskosten kunnen daarom niet als schade ten laste van verdachte worden gebracht.
Gelet op hetgeen hiervoor onder 8.1.2. is overwogen, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren voor wat betreft de immateriële schade.
8.6.
De benadeelde partij Rabobank (feit 1)
De benadeelde partij Rabobank vordert een schadevergoeding van € 97.015,74, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
Deze materiële schade bestaat uit:
- uitbetaalde schadeloosstellingen € 94.975,74
- onderzoekskosten € 2.040,-
De rechtbank stelt vast dat de vordering van de Rabobank betrekking heeft op 21 zaken.
Deze zaken komen allemaal terug in het onderzoek Salford.
Het oordeel van de rechtbankDe rechtbank heeft hiervoor overwogen dat verdachte betrokken is geweest bij de zaken van klanten [aangeefster] , [aangever 2] , [aangever 12] , [aangever 14] , [aangever 15] , [aangever 16] , [aangever 17] , [aangever 8] , [aangever 7] , [aangever 22] , [aangever 23] en [aangever 10] .
De Rabobank heeft uit coulance de door klanten [aangeefster] , [aangever 2] , [aangever 14] en [aangever 15] geleden schade vergoed. Het gaat om de volgende bedragen:
- [aangever 14] : € 8.500,-
- [aangever 2] : € 1.980,-
- [aangeefster] : € 50.370,-
- [aangever 15] : € 9.002,33
De Rabobank heeft daarnaast in al deze zaken onderzoekskosten gemaakt.
De rechtbank zal de vordering van de Rabobank toewijzen tot een bedrag van € 69.852,33 (€ 8.500,- plus € 1.980,- plus € 50.370,- plus € 9.002,33). De rechtbank zal daarnaast de gemaakte onderzoekskosten toewijzen. De Rabobank heeft toegelicht op welke werkzaamheden de onderzoekskosten betrekking hebben. De rechtbank acht een forfaitair bedrag van € 120,- per uur, welke kosten ook niet zijn betwist, redelijk en zal verdachte dan ook veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de bank. Het gaat in totaal om een bedrag van € 1.080,- (9 uren x € 120,-).
De vordering van de Rabobank wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

9.De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 66 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter Noord-Nederland van 14 juli 2022 ten uitvoer zal worden gelegd.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden.
Met het opleggen van de voorwaardelijke straf was voor verdachte duidelijk dat hij zich niet opnieuw aan strafbare feiten schuldig moest maken. Nu hij dat dat wel heeft gedaan, moet de consequentie hiervan zijn dat een gedeelte van de vordering tot tenuitvoerlegging zal worden toegewezen. De rechtbank zal de gevangenisstraf wel deels omzetten naar een taakstraf. Zij acht het namelijk van belang dat verdachte de positieve ontwikkeling blijft doorzetten, die hij heeft laten zien tijdens het schorsingstoezicht. Het uitzitten van de gevangenisstraf zou deze ontwikkeling niet alleen doorkruisen maar ook negatief kunnen beïnvloeden.

10.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 45, 47, 55, 138ab, 234, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
de eendaadse samenloop van
feit 1:medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
en
feit 2:medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd;
en
feit 3:medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd;
en
feit 4:medeplegen van diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder
zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
feit 5 primair:gegevens overdragen en verspreiden waarvan hij weet dat zij bestemd
zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Leonard Springerlaan 21 in Groningen. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
* dat verdachte actief deelneemt aan de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
* dat betrokkene zich laat behandelen door AFPB Mesdag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
* dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 240 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
Benadeelde partijen
T.a.v. feit 1
[aangever 14]
- verklaart de benadeelde partij [aangever 14] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
[aangever 12]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 12] van € 4.510,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 september 2022 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 12] , € 4.510,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 september 2022 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 41 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
[aangever 1]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 158.031,41 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 20 oktober 2022 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[aangever 1] € 158.031,41 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf
20 oktober 2022 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 365 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
[aangever 13]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 13] van € 34.261,10 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 6 december 2022 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de overige gevorderde materiële schade af;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [aangever 13] € 34.261,10 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 6 december 2022 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 172 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Rabobank
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Rabobank van € 70.932,33 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 mei 2023 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
* 1 STK telefoontoestel (omschrijving: PL0100-2023008305-1563836, zwart, merk: Apple);
* 1 STK telefoontoestel (omschrijving: PL0100-2023008305-1563829, zwart, merk: Apple);
Vordering tenuitvoerlegging
- gelast dat van de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 14 juli 2022 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 18-189006-20 een gedeelte
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf van 30 dagen;
- gelast dat deze ten uitvoer te leggen gevangenisstraf wordt vervangen door een taakstraf van 120 uren;
Voorlopige hechtenis- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, en mr. P.A.M. Wijffels en
mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 16 april 2026.
Bijlage I: De gewijzigde tenlastelegging
1
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30
augustus 2022 tot en met 30 december 2022
te Breda, Valkenswaard, Deinum, Utrecht, Groningen, Noorbeek,
Elspeet, Weert, Veen , Winterswijk, Noordwijkerhout, Wijk en Aalburg,
Leidschendam, Nootdorp, Hoek van Holland en/of Den Haag, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van
verdichtsels,
- [aangeefster] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 157.240,-,
- [aangever 1] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 187.798,-,
- [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 1.980,-,
- [aangever 12] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 4.510,-,
- [aangever 13] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 68.903.70,
- [aangever 14] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 8.500,-,
- [aangever 15] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 22.480,18,
- [aangever 16] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 960,-,
- [aangever 3] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 2.432,92
- [aangever 17] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 17.881,20,
- [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal)
(ongeveer) € 5.000,-,
- [aangever 5] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 25.000,-,
- [aangever 6] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 19.363,78,
- [aangever 18] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 4.000,-,
- [aangever 19] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 1.550,95;
- [aangever 8] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 4.000,-,
en/of
- [aangever 7] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 24.250,-
althans (telkens) van enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de
(digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of
inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te
geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij) door valselijk
en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te
zeggen / berichten dat -zakelijk weergegeven-
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar
bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te
breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening
is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de
bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld
van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere
rekening en/of dat er een vreemde transacties hebben plaatsgevonden
met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een
criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat
op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er
een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- dat hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar
iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan
verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere
bankrekening(en) over te (laten) maken
en/of de bedragen (althans geldbedragen van de rekening) (volgens
protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten)
worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter
beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt
naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/ de ontvanger anydesk en/of teamviewer en/of
FTX en/of banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op
zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart
moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest
worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen
(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);
(art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van
Strafrecht)
2
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19
september 2022 tot en met 09 januari 2023 te Alblasserdam, Lies,
Drachten, Lelystad, Amsterdam, Assen, Rotterdam en/of Hulsberg,
althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van
verdichtsels,
- [aangever 20] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 21] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) € 6.790,81,
- [aangever 22] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) € 20.000,00,
- [aangever 9] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 23] heeft bewogen tot afgifte van (ongeveer) € 9.600,00,
- [aangever 24] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 10] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 11] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
althans (telkens) enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de
(digitale) gegevens van de (internet) bankrekening(en) en/of
inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te
geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij) door valselijk
en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te
zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar
bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te
breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening
is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de
bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld
van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere
rekening en/of dat er een vreemde transacties hebben plaatsgevonden
met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een
criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat
op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er
een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- dat hij/zij (verdachte) mee vilde kijken op de bankrekening of aldaar
iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan
verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere
bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (althans
geldbedragen van de rekening) (volgens protocol) veilig gesteld moeten
worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening
en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter
beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt
naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger anydesk en/of teamviewer en/of
FTX en/of banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op
zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart
moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest
worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen
(telkens) werd (en) bewogen tot bovenomschreven afgifte (n),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht,
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
3
hij in of omstreeks de periode 8 september 2022 tot en met 6 januari
2023
te Breda, Valkenswaard, Deinum, Utrecht, Groningen, Veen ,
Noordwijkerhout, Leidschendam, Nootdorp, Drachten, Assen en/of
Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk en wederrechtelijk
in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten
een of meerdere servers toebehorende aan een bank en/of een
ander/anderen dan de verdachte en/of diens medeplegers, waarop een
internetbankieren omgeving van klanten
- [aangeefster] ,
- [aangever 1] ,
- [aangever 2] ,
- [aangever 12] ,
- [aangever 14] ,
- [aangever 17] ,
- [aangever 5] ,
- [aangever 18] ,
- [aangever 19] ,
- [aangever 22] ,
- [aangever 23] en/of
- [aangever 24]
wordt gehost, althans bereikbaar is
is binnengedrongen
a. door het doorbreken van een beveiliging,
b. door een technische ingreep, te weten,
c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
door het bellen naar voornoemde rekeninghouder(s) en zich voor te
doen als bankmedewerker en vervolgens deze rekeninghouders te
bewegen tot het downloaden en/of installeren van het programma
Anydesk (een remote acces tool) en/of vervolgens het laten accepteren
door vernoemde personen van een externe (remote) verbinding
waardoor hij, verdachte en/of zijn medevedachte(n) toegang
verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die
perso(o)n(en)/aangever(s) en/of de zich daarop bevindende online
bankrekening(en)/online bankierenpagina(s);
(art 138ab lid 1 Wetboek van Strafrecht)
4
hij op of omstreeks 9 januari 2023 te Lelystad, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een Samsung laptop en/of één of meerdere pinpassen, in elk geval enig
goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 11] , in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen, terwijl verdachte en/of
zijn/haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft
en/of dat weg te nemen laptop en/of bankpassen onder zijn/haar/hun
bereik
heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse
hoedanigheid of door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van
verdichtsels
door zich uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij)
te zeggen/berichten dat
-zakelijk weergegeven-;
- er iets mis is met de bankrekening van voornoemde [aangever 11] en/of
- dat de bankpassen van voornoemde [aangever 11] worden opgehaald en/of
- aan te bellen bij de woning van voornoemde [aangever 11] en aan voornoemde
[aangever 11] te vragen
of hij zijn bankzaken regelt met een vaste computer of laptop of tablet
en/of
- naast de pinpassen ook te vragen of hij/zij (verdachte) deze laptop
en/of tablet ook mee mag nemen;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van
Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
5
hij op of omstreeks 09 januari 2023 te Alteveer en/of [plaats] , althans
in Nederland
een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten
persoonsgegevens en/of (bijbehorende) adresgegevens,
telefoonnummers, bankrekeningnummers en/of e-mailadressen
namelijk dataset(s) van natuurlijke personen en/of rechtspersonen
heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verkocht,
heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd,
heeft uitgevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft
gesteld en/of voorhanden heeft gehad,
waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van
een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231,
eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven
dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312,
317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht
terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant
betaalinstrument;
(art 234 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling
mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 09 januari 2023 te Alteveer en/of [plaats] , althans
in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
niet-openbare persoonsgegevens en/of (bijbehorende) adresgegevens,
telefoonnummers, bankrekeningnummers en/of e-mailadressen
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad
terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden
krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden
dat deze door misdrijf waren verkregen;
(artikel 139g lid 1 onder a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1
Wetboek van Strafrecht)