AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor grootschalige bankhelpdeskfraude met medeplegen en computervredebreuk
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak over grootschalige bankhelpdeskfraude waarbij verdachte samen met anderen meerdere slachtoffers heeft opgelicht. De feiten betreffen medeplegen van oplichting, poging tot oplichting, computervredebreuk, diefstal en het voorhanden hebben van persoonsgegevens bestemd voor strafbare feiten.
De fraude werd gepleegd door slachtoffers telefonisch te benaderen, zich voor te doen als bankmedewerkers en hen te bewegen tot het overmaken van geld naar rekeningen van money mules of het afgeven van bankpassen en pincodes. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken was bij meerdere van deze feiten, medeplegend met anderen in een georganiseerde dadergroep.
Verdachte heeft bekend en de rechtbank verwierp zijn ontkenningen over bepaalde momenten. De rechtbank oordeelde dat de strafbaarheid vaststaat en legde een gevangenisstraf van 179 dagen op, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en persoonlijke omstandigheden. Tevens werd een iPhone verbeurd verklaard en werd verdachte veroordeeld tot betaling van onderzoekskosten aan de Rabobank. De voorwaardelijke jeugddetentie uit een eerdere zaak wordt omgezet in een werkstraf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 179 dagen gevangenisstraf, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, en betaling van onderzoekskosten aan Rabobank.
Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-009732-23
Parketnummer TUL: 18-189038-20
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 april 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1]
,
raadsvrouw mr. G. Konus, advocaat te Oosterhout.
1.Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. C.J. de Pagter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. Het onderzoek is gesloten op 16 april 2026.
2.De tenlastelegging
De tenlastelegging is op 19 mei 2025 gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering en als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een of meer anderen
feit 1:in de periode van 30 augustus 2022 tot en met 21 december 2022 vijf personen
heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 2:in de periode van 19 september 2022 tot en met 9 januari 2023 heeft geprobeerd vijf personen op te lichten door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 3:in de periode van 20 september 2022 tot en met 6 januari 2023 computervredebreuk
heeft gepleegd; feit 4:op 9 januari 2023 een Samsung laptop en bankpassen heeft weggenomen door
middel van bankhelpdeskfraude;
feit 5:op 9 januari 2023 lijsten met persoons- en adresgegevens, telefoonnummers, bankrekeningnummers en e-mailadressen (‘leads’) voorhanden heeft gehad, bestemd voor het plegen van die bankhelpdeskfraude;
feit 6:in de periode van 20 september 2022 tot en met 9 januari 2023 heeft geprobeerd van drie verschillende personen geld weg te nemen door middel van diefstal met valse sleutel.
3.De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4.De beoordeling van het bewijs
4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij verzoekt verdachte wel partieel vrij te spreken van de oplichting van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] (feit 1). Daarnaast vordert zij om verdachte partieel vrij te spreken van de poging tot oplichting van [aangever 3] (feit 2) en vordert zij verdachte vrij te spreken van feit 6.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van zowel feit 1 als feit 2, met uitzondering van de poging tot oplichting van [aangever 4] , en verzoekt daarom om verdachte hiervan vrij te spreken. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte een aandeel heeft gehad in deze oplichtingen. Het enkele feit dat verdachte in de woning was van waaruit de oplichtingsgesprekken werden gevoerd of dat de telefoon van verdachte in een bepaald zendmastgebied aanstraalde, is hiervoor onvoldoende. Daarnaast verzoekt de verdediging verdachte vrij te spreken van feit 3, nu het bewijs daarvoor ontbreekt en verdachte een ontkennende verklaring heeft afgelegd. De verdediging heeft, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van feit 4. De verdediging merkt op dat ten aanzien van feit 5 alleen een bewezenverklaring kan volgen voor het subsidiair ten laste gelegde. Tot slot verzoekt de verdediging verdachte vrij te spreken van feit 6, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij dit feit.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Algemeen
Deze zaak gaat over bankhelpdeskfraude. Over een periode van een groot aantal maanden zijn tientallen meldingen bij banken binnen gekomen van klanten vanuit het hele land die slachtoffer waren geworden van deze specifieke vorm van oplichting. Naast de ABN AMRO, de ING en de Rabobank hebben ook meerdere klanten aangifte gedaan. De politie is vervolgens strafrechtelijk onderzoek ‘Salford’ gestart om deze fraudegevallen te onderzoeken. De onderzoeksresultaten leidden ertoe dat er uiteindelijk 34 aangiftes met elkaar in verband zijn gebracht, waarbij een dadergroep in beeld is gekomen. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn hierbij als verdachten aangemerkt.
Modus operandi
Uit voornoemde aangiftes blijkt dat de daders steeds een min of meer vaste werkwijze hanteerden om de aangevers geld afhandig te maken. De aangevers werden allemaal gebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van de bank met een verhaal over fraude, een verdachte transactie of een ander probleem met de bankrekening. Tijdens het gesprek werd de aangevers voorgehouden dat de bank hen wilde helpen om het geld veilig te stellen. De aangevers werden (uren)lang aan de telefoon gehouden en vaak doorverbonden met een andere zogenaamde bankmedewerker. In meerdere gevallen moesten aangevers het programma Anydesk (of een soortgelijk remote control programma) installeren, waarmee de computer of een ander apparaat van de aangever op afstand kon worden overgenomen. Vervolgens moesten de aangevers inloggen in hun internetbankierenomgeving en geld overboeken naar een bepaalde rekening of een overboeking goedkeuren die al klaarstond. Indien Anydesk niet werd geïnstalleerd, werd de aangevers gevraagd geld naar een rekening over te boeken. De aangevers waren in de veronderstelling dat zij daarmee het geld veiligstelden. In werkelijkheid werd het geld overgemaakt naar een rekening van een money mule. In een aantal gevallen werd de aangevers verteld dat er iemand zou langskomen om hun bankpas(sen) op te halen. In die gevallen kwam er kort daarna ook daadwerkelijk een persoon aan de deur. Deze persoon nam de bankpas(sen) in ontvangst en ook de daarbij behorende pincode(s). In sommige gevallen werden ook andere waardevolle spullen meegenomen, zoals laptops en telefoons. Kort daarna werd dan met de bankpas(sen) geld gepind. Tegen de tijd dat de aangevers erachter kwamen dat er iets niet in orde was, was het leed al geschied.
Medeplegen/dadergroepBij deze vorm van oplichting gaat de rechtbank er vanuit dat er een zekere vorm van organisatie noodzakelijk is, waarbij verschillende mensen betrokken zijn en eenieder een bepaalde rol vervult. Het regelen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen om het geld weg te kunnen sluizen, het bellen met de aangevers, het met elkaar doorverbinden, het verkrijgen van toegang tot de bankrekeningen van de aangevers en het (laten) overboeken van geldbedragen van de bankrekeningen van de aangevers naar de bankrekeningen van money mules zijn allemaal handelingen die een nauwgezette planning en afstemming vereisen. In enkele gevallen moesten er ook nog bankpassen worden opgehaald en daarmee vervolgens geld worden opgenomen. Vanaf het moment dat er contact wordt gelegd met de aangevers, is snelheid geboden. De hiervoor genoemde handelingen moeten immers worden verricht voordat de frauduleuze overboekingen en geldopnames met de bankpassen worden ontdekt, de betreffende geldbedragen kunnen worden teruggestort en/of de betreffende bankrekeningen kunnen worden geblokkeerd.
In de gehele keten van voornoemde handelingen is het uiteindelijke doel om in korte tijd zoveel mogelijk geld van de aangevers weg te nemen. Deze handelingen, die noodzakelijk zijn voor een geslaagde bankhelpdeskfraude, hangen in een nauw en chronologisch verband samen. Deze werkwijze vergt een goed geplande en doordachte samenwerking, waarbij de betrokken verdachten, ieder in zijn of haar eigen rol, afhankelijk zijn van elkaar. Uit het dossier blijkt dat deze planning, samenwerking en afstemming ook daadwerkelijk plaatsvonden. Zo waren op verschillende dagen meerdere personen tegelijkertijd op één locatie aanwezig, werden er leads voor elkaar klaargezet en werd er met elkaar doorverbonden.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat wanneer er in een zaak kan worden bewezen dat de verdachte tenminste één van de hiervoor genoemde handelingen heeft verricht, er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de andere personen die op de locatie aanwezig waren, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering, waaraan de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd.
Voltooid delict
De rechtbank gaat in zaken waarin de daadwerkelijke schade € 0,- bedraagt er vanuit dat de bank zelf de overboeking heeft tegengehouden voordat het op de tegenrekening is gestort, omdat zij voorzienend heeft opgetreden. Dat de schade €0,- bedraagt is in die gevallen dus te danken aan de alertheid van de bank en niet aan verdachte en/of haar medeverdachten. Gelet daarop gaat de rechtbank ook in die gevallen uit van een voltooid delict. De aangevers zijn in dat geval immers al bewogen tot het overmaken van geld naar een ander.
Aanknopingspunten voor deze dadergroep
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een aangifte van [aangeefster] . Zij werd op 16 september 2022 gebeld door iemand die zich voorstelde als [naam 1] , directeur van de Rabobank. Hij vertelde haar dat haar account was gehackt, dat er een lening was aangevraagd door ene [naam 2] en dat er al een bedrag van € 2.000,- klaar stond om overgeboekt te worden naar het buitenland. Aangeefster werd tijdens het gesprek doorverbonden met een collega van deze [naam 1] , ene [naam 3] , die als ICT-specialist bij de Rabobank zou werken. Aangeefster kreeg van hem de instructie om Anydesk te downloaden, vervolgens in te loggen in haar internetbankieromgeving en geld over te maken naar wat door deze [naam 3] een ‘kluisrekening’ werd genoemd. Aangeefster is daarna nog gebeld door ene [naam 4] , die als verzekeringsaccountmanager bij de Rabobank zou werken. In totaal heeft aangeefster een bedrag van € 50.370,- overgemaakt naar het [rekeningnummer] op naam van [omschrijving] .
Naar aanleiding van deze aangifte zijn de historische gegevens van het [telefoonnummer]
, waar aangeefster mee was gebeld, opgevraagd. Hieruit bleek dat het telefoonnummer hoorde bij een iPhone 11 met [IMEI-nummer] . Deze telefoon werd vaker voor bankhelpdeskfraude gebruikt. Er werden nog zeker zeven aangiftes gevonden, waarbij sprake was van een soortgelijke modus operandi. Van de iPhone 11 met [IMEI-nummer] werd de telecommunicatie opgenomen om live oplichtingsgesprekken mee te kunnen luisteren en de gebruiker te kunnen lokaliseren. Dit leidde tot een observatie van [adres 2] te [plaats 1] .
Op 9 januari 2023 is de politie binnengevallen in de woning van [medeverdachte 1] aan [adres 2] in [plaats 1] . Daar waren op dat moment [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] aanwezig. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] zaten op de bank achter de salontafel in de woonkamer. [medeverdachte 3] stond achter de bank. [medeverdachte 4] was die dag ook in de woning aanwezig geweest, maar was al weg toen de politie binnenviel.
In de woning van [medeverdachte 1] zijn meerdere laptops en telefoons in beslag genomen. In de woonkamer was een soort ‘belcentrum’ ingericht, waarin alle voorzieningen waren getroffen voor het plegen van bankhelpdeskfraude. Op de salontafel lagen twee opengeklapte laptops (een Acer laptop waarop ‘helpdesk’ stond en een HP laptop waarop een logo van ABN AMRO stond), een headset en vijf mobiele telefoons (een iPhone 11, een iPhone X, een iPhone SE, een iPhone 7 en een Alcatel). Op één van die telefoons
(de iPhone 7) was al vijftig minuten een telefoongesprek gaande met [aangever 4] . Deze telefoon was verbonden met de headset die op de salontafel lag. [medeverdachte 2] had ten tijde van de inval een mobiele telefoon (een Samsung S9) vast. Bij [verdachte] werd ook nog een mobiele telefoon (een iPhone 11 met een hoesje met groene streepjes) aangetroffen. In een laptoptas die naast de bank stond, lagen meerdere simkaarten.
Op de laptops en de telefoons zijn zaken aangetroffen die direct zijn te relateren aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Salford. Hierbij valt te denken aan chatgesprekken met medeverdachten over bankhelpdeskfraude, belscripts, leads, namen (aliassen) van fictieve bankmedewerkers, Anydesk, Teamviewer en foto’s van internetbankieromgevingen en bankpassen van aangevers en money mules.
Gebruikte telefoons
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 3] de gebruiker was van de inbeslaggenomen iPhone 11 en iPhone X, [medeverdachte 1] de gebruiker van de inbeslaggenomen iPhone SE en de iPhone 7, [medeverdachte 2] de gebruiker van de inbeslaggenomen Samsung S9 en [verdachte] de gebruiker van de inbeslaggenomen iPhone 11 met het hoesje met groene streepjes.
In de woning van [medeverdachte 1] is ook nog een Alcatel telefoon aangetroffen. Ook deze telefoon is gebruikt bij de bankhelpdeskfraude. De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen van wie deze telefoon was. De rechtbank zal daarom hieraan geen gewicht toekennen.
Gebruikte aliassen
De aangevers hebben allen, onafhankelijk van elkaar, verklaard dat zij zijn gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank. Sommige aangevers hebben daarbij de naam (alias) van de betreffende medewerker genoemd. Een aantal van die aliassen (zoals [naam 5] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 6] ) is teruggevonden in de in beslag genomen telefoons. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat deze aliassen vaker in bankhelpdeskfraudezaken worden gebruikt en dus niet
persoonsgebonden zijn. De rechtbank zal daarom hieraan geen gewicht toekennen.
Verklaring van verdachte
[verdachte] heeft bij de politie en op zitting verklaard dat hij betrokken is geweest bij deze bankhelpdeskfraude. Hij heeft oplichtingsgesprekken gevoerd, waarbij hij zich heeft voorgedaan als [naam 7] . Hij heeft daarbij het belscript gebruikt dat op de laptop in de woning van [medeverdachte 1] is aangetroffen. Hij heeft op twee momenten oplichtingsgesprekken gevoerd, namelijk op 6 januari 2023 en op 9 januari 2023. Op 6 januari is hij naar eigen zeggen zonder enige kennis van bankhelpdeskfraude meteen gestart met bellen. Hij ontkent evenwel aangever [aangever 5] te hebben gebeld. Hij heeft op beide dagen vanuit de woning van [medeverdachte 1] gebeld. Daarbij waren steeds dezelfde personen aanwezig. Hij is op
17 november 2022 en 22 november 2022 ook heel kort aanwezig geweest in de woningen waar de oplichtingsgesprekken met aangevers [aangever 6] en [aangever 7] werden gevoerd, maar heeft zich toen niet beziggehouden met oplichting. Hij heeft daar toen alleen wat rondgehangen en geblowd. Verder heeft [verdachte] verklaard dat er geen vaste rolverdeling was, dat de headsets in de woning aan elkaar werden doorgegeven en dat hij via Snapchat naar [medeverdachte 2] de persoonsgegevens van [aangever 8] had doorgestuurd.
[verdachte] heeft bekend betrokken te zijn geweest bij de oplichting van [aangever 4] . Dit gesprek heeft hij samen met [medeverdachte 2] gevoerd.
De rechtbank acht de verklaring van [verdachte] , dat hij op 17 november 2022 en 22 november 2022 weliswaar in de woning was toen aangevers [aangever 6] en [aangever 7] werden gebeld, maar toen geen oplichtingsgesprekken heeft gevoerd of andere oplichtings-handelingen heeft verricht, niet geloofwaardig, nu hij op die dagen telkens met dezelfde personen was, met wie hij op een later moment ook heeft samengewerkt in het kader van bankhelpdeskfraude. Daar komt bij dat [verdachte] eerder met [medeverdachte 3] is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Ook acht de rechtbank het niet geloofwaardig dat [verdachte] op
6 januari zonder enige kennis is gestart met het voeren van oplichtingsgesprekken. Hiervoor is immers reeds overwogen dat deze fraude een nauwgezette, goed op elkaar afgestemde planning en samenwerking vereist. De rechtbank schuift de verklaring van [verdachte] op dit punt dan ook terzijde en gaat er vanuit dat [verdachte] ook bij de oplichting van [aangever 6] op 17 november 2022 en aangever [aangever 7] op 22 november 2022 betrokken is geweest.
Feiten 1 en 2
Gelet op het voorgaande en op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van [aangever 6] (feit 1) en het medeplegen van poging tot oplichting van aangevers [aangever 9] , [aangever 4] , [aangever 5] en [aangever 7] (feit 2).
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat uit het dossier onvoldoende volgt dat [verdachte] betrokken is geweest bij de oplichtingen van aangevers [aangever 10] , [aangever 2] , [aangever 11] en [aangever 1] en de poging tot oplichting van [aangever 3] .
Het enkele aanstralen van de telefoon van [verdachte] in de nabijheid van de woning van waaruit [aangever 3] is gebeld, is onvoldoende om hem enige rol van betekenis in die zaak toe te dichten. [verdachte] woont bovendien zelf in dat gebied, zodat het enkele aanstralen van de telefoon van [verdachte] in dat gebied weinig zegt. De rechtbank zal hem dan ook hiervan vrijspreken.
Feit 3
Van computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is onder meer sprake als iemand vanuit een valse hoedanigheid een slachtoffer overtuigt tot het installeren van een Remote Access Tool zoals Anydesk of Teamviewer en een verbinding met de verdachte accepteert. Op die manier heeft de verdachte toegang tot de bancaire omgeving van het slachtoffer en dringt hij met een valse sleutel binnen op het netwerk van het slachtoffer.
Computervredebreuk op deze wijze maakte een essentieel onderdeel uit van de gepleegde oplichting en was daarmee onlosmakelijk verbonden. Door deze computervredebreuk werd de bancaire omgeving van aangevers zichtbaar en kon geld worden overgeboekt naar de moneymules. Nu de rechtbank bij verdachte tot een bewezenverklaring komt van het medeplegen van poging tot oplichting van aangevers [aangever 9] en [aangever 7] , komt zij in die gevallen daarom tevens tot een bewezenverklaring van het medeplegen van computervredebreuk.
Partiële vrijspraak t.a.v. [aangever 11]
De rechtbank zal, in het verlengde van het onder feit 1 overwogene, [verdachte] ook partieel vrijspreken van de computervredebreuk van de rekening van aangever [aangever 11] .
Feit 4De rechtbank acht de diefstal van de Samsung laptop en de bankpassen van [aangever 4] wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte van [aangever 4] en de bekennende verklaring van [verdachte] .
Feit 5
Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [verdachte] persoonsgegevens van aangevers [aangever 8] en [aangever 4] op zijn telefoon had staan en dat hij zich in die periode bezighield met bankhelpdeskfraude. Dat maakt dat de rechtbank er vanuit gaat dat [verdachte] ook wist dat de gegevens die hij voorhanden had, bestemd waren voor het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 326 SrPro. De rechtbank acht daarom het onder feit 5 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Feit 6Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat [verdachte] daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
Eendaadse samenloop feiten 1, 2, 3 en 4
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten 1, 2, 3 en 4 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr. De bewezenverklaarde gedragingen leveren immers een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op, zodat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet (meer dan enigszins) uiteenloopt. De rechtbank zal hier in de strafoplegging rekening mee houden.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
op 17 november2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangever 6] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 24.250,
door zich uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen dat – zakelijk/berichten weergegeven -
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transactie heeftplaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger Anydesk en/of Teamviewer en/of FTX en/of Banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor bovengenoemde persoon werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
2
op tijdstippen in de periode van 22 november 2022tot en met 9 januari 2023 in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangever 9] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) € 20.000,00,
- [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 5] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 7] heeft bewogen tot afgifte van (ongeveer) € 9.600,00
en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat - zakelijk weergegeven -
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transactie heeftplaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger Anydesk en/of Teamviewer en/of FTX en/of Banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
in de periode van 22 november 2022tot en met 6 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere servers toebehorende aan een bank waarop een internetbankieren omgeving van klanten
- [aangever 9] en
- [aangever 7]
wordt gehost, is binnengedrongen
b. door een technische ingreep en
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
door het bellen naar voornoemde rekeninghouders en zich voor te doen als bankmedewerker en vervolgens deze rekeninghouders te bewegen tot het downloaden en/of installeren van het programma Anydesk (een remote acces tool) en/of vervolgens het laten accepteren door vernoemde personen van een externe (remote) verbinding waardoor hij, verdachte, en/of zijn medeverdachtentoegang verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die
personen/aangevers en/of de zich daarop bevindende online bankrekening(en)/online bankierenpagina(s);
4
op 9 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een Samsung laptop en pinpassen, die aan [aangever 4] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders, dieweg te nemen laptop en bankpassen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels door zich uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) te zeggen dat
- zakelijk weergegeven -
- er iets mis is met de bankrekening van voornoemde [aangever 4] en
- de bankpassen van voornoemde [aangever 4] worden opgehaald en
- aan te bellen hij de woning van voornoemde [aangever 4] en - aan voornoemde [aangever 4] te vragen of hij zijn bankzaken regelt met een vaste computer of laptop of tablet en
- naast de pinpassen ook te vragen of hij deze laptop ook mee mag nemen;
5
primair
op 9 januari 2023 in Nederland gegevens, te weten persoonsgegevens en/of adresgegevens en/oftelefoonnummers en/ofbankrekeningnummers en/of e-mailadressen, namelijk data van rechtspersonen, heeft ontvangen en/ofheeft overgedragen en/ofheeft verspreid, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van misdrij fomschreven in artikel 326 vanPro het Wetboek van Strafrecht, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5.De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6.De strafoplegging
6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van
10 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 27 februari 2026.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt bij het bepalen van (de hoogte van) de op te leggen straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals uitgebreid beschreven in het reclasseringsadvies. In aanvulling daarop moet ook worden meegewogen dat verdachte in voorarrest heeft gezeten en dat zijn voorlopige hechtenis al in maart 2023 is geschorst. In de lange periode waarin het schorsingstoezicht gold, heeft verdachte een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij heeft een lange tijd onafgebroken gewerkt. Sinds een paar maanden draagt hij, vanwege de ziekte van zijn pleegmoeder, de zorg voor zijn oudere lichamelijk gehandicapte pleegbroer. Verder ziet de verdediging aanleiding om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Gelet hierop en op het feit dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden, verzoekt de verdediging om een taakstraf op te leggen, al dan niet in combinatie met een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie. Aan die voorwaardelijke straf kunnen de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude. De veelal oudere slachtoffers werden telefonisch benaderd door één van de bellers van de dadergroep, die zich voordeed als (fraudehelpdesk-)medewerker van de bank en die de slachtoffers wijs maakte dat hun banktegoed gevaar liep. Op slinkse en geraffineerde wijze werden de slachtoffers vervolgens gemanipuleerd opdat zij hun geld overboekten naar zogenaamd ‘veilige rekeningen’, zijnde de rekeningen van money mules, of hun bankpassen en pincodes, en in enkele gevallen ook andere waardevolle spullen, meegaven. Hierna werden met die bankpassen aanzienlijke geldbedragen van de bankrekeningen gepind. Dit alles om maar één ding te bereiken: zoveel mogelijk geld verdienen. Verdachte en de medeverdachten hebben op geraffineerde en schaamteloze wijze misbruik gemaakt van de goedheid van en het gewekte vertrouwen bij de slachtoffers. Deze slachtoffers dachten dat zij door de handelingen op te volgen juist konden voorkomen dat zij veel geld zouden kwijtraken. Het tegendeel bleek het geval. Hun nachtmerrie werd uiteindelijk door toedoen van de verdachten alsnog werkelijkheid. Door deze manipulatieve, slinkse bankhelpdeskfraude is niet alleen het vertrouwen dat de slachtoffers in het digitale betalingsverkeer en het bankwezen hadden geschaad, maar is ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens in ernstige mate aangetast. De verdachten hebben zich hier niets van aangetrokken en hebben enkel oog gehad voor hun eigen financiële gewin Meer in het algemeen zorgen dit soort strafbare feiten voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij en ook dat rekent de rechtbank verdachte aan.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Bovendien liep hij nog in de proeftijd van een eerdere veroordeling. Dit heeft verdachte er echter niet van weerhouden opnieuw dergelijke strafbare feiten te plegen. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee. Verder blijkt uit het strafblad van verdachte dat artikel 63 SrPro van toepassing is.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 15 mei 2025 en de aanvulling daarop van 27 februari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten geen werk en inkomen had, een (deels) negatief sociaal netwerk had en lachgas en cannabis gebruikte. Verdachte heeft zijn leven inmiddels (weer) terug op de rit. Hij heeft werk gevonden, is gestopt met het gebruiken van drugs en heeft afstand genomen van zijn oude sociale netwerk. Hij draagt inmiddels de zorg voor zijn oudere lichamelijk gehandicapte pleegbroer. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld, nu verdachte tijdens het schorsingstoezicht wederom met de politie en justitie in aanraking is gekomen. Om die reden wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering en een gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden.
Toepassing van het adolescentenstrafrecht?
Verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten 21 jaar en dus meerderjarig. Het uitgangspunt is dan de toepassing van het volwassenenstrafrecht. Op grond van
artikel 77c Sr kan de rechtbank het jeugdstrafrecht (het adolescentenstrafrecht) toepassen voor verdachten tussen de 18 en 23 jaar, als de persoonlijkheid van de verdachte en/of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan daartoe aanleiding geven.
De reclassering heeft geadviseerd om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Verdachte is gediagnosticeerd met het foetale-alcoholsyndroom, een aandoening die vaak gepaard gaat met ontwikkelingsachterstanden. Hij is daardoor beïnvloedbaar en impulsief. Ook kan hij niet goed de gevolgen van zijn handelen overzien. Verdachte lijkt vooral vanwege zijn beperkte handelingsvaardigheden in delictsituaties terecht te komen en dus niet bewust voor een criminele levensstijl te kiezen.
De rechtbank ziet in de persoonlijkheid van verdachte en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan geen aanknopingspunten om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Verdachte heeft zich gedurende langere tijd op meerdere momenten schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude. Daarbij is verdachte zeer planmatig en geraffineerd te werk gegaan. Dit wijst op een pro-criminele levenshouding. De rechtbank zal daarom niet aansluiten bij het advies van de reclassering en – conform het uitgangspunt – het volwassenenstrafrecht toepassen. De rechtbank zal in strafmatigende zin wel rekening houden met de jonge leeftijd en de kwetsbaarheid van verdachte en het feit dat hij zijn handelen ten tijde van de feiten niet voldoende adequaat overzag.
De overschrijding van de redelijke termijn
In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo’n handeling worden aangemerkt.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat een behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond
met een eindvonnis binnen twee jaar nadat die redelijke termijn is aangevangen. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen zijn gelegen in de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
In deze zaak is de redelijke termijn aangevangen op 10 januari 2023, omdat verdachte op dat moment in verzekering is gesteld. Dit vonnis wordt gewezen op 16 april 2026. Dat betekent dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. De rechtbank zal de overschrijding van de redelijke termijn daarom in strafmatigende zin meewegen bij de uiteindelijk op te leggen straf.
De op te leggen straf
Bankhelpdeskfraude is een veel voorkomend en zeer ingrijpend probleem, waarvan met name kwetsbare ouderen slachtoffer worden. Het plegen daarvan moet dan ook streng worden bestraft.
Gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare zaken. De rechtbank zal in het voordeel van verdachte rekening houden met de omstandigheid dat sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr.
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het niet wenselijk is dat verdachte terug naar de gevangenis gaat. De rechtbank heeft bij dat oordeel mede betrokken dat verdachte al een lange periode in voorlopige hechtenis heeft gezeten, in beperkte mate verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en waarschijnlijk geen voordeel heeft genoten van de feiten waarbij hij betrokken is geweest.
Nu de rechtbank minder feiten bewezen acht, zal zij een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 179 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar passend en geboden is en zij zal dit dan ook aan verdachte opleggen. Hiermee zal verdachte een stevige stok achter de deur hebben om te voorkomen dat hij (nogmaals) strafbare feiten pleegt. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel ook de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering zijn geadviseerd.
7.Het beslag
7.1.
De verbeurdverklaring
De in beslag genomen iPhone wordt verbeurd verklaard. De iPhone is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat deze iPhone aan verdachte toebehoort en de bewezen feiten met behulp van deze iPhone zijn gepleegd.
8.De vorderingen van de benadeelde partijen
8.1.
Algemene uitgangspunten en overwegingen
8.1.1.
Materiële schade
Natuurlijke personen
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten 1 tot en met 5 heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld jegens de benadeelde partijen die slachtoffer zijn van deze bewezenverklaarde feiten en dat hij verplicht is de schade van deze benadeelde partijen te vergoeden. De hoogte van het toewijsbaar geachte bedrag zal hieronder per benadeelde partij worden besproken.
BankenDe ABN AMRO en de Rabobank hebben zich ook gevoegd als benadeelde partij in deze procedure en vorderingen tot schadevergoeding ingediend. Deze vorderingen van de banken houden verband met de schadeloosstelling van hun klanten die slachtoffer zijn geworden van deze bankhelpdeskfraude en het onderzoek dat de banken zelf hebben uitgevoerd na meldingen van fraude door hun klanten.
De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde, strafbare, handelen van verdachte (de oplichting van de rekeninghouders) ook jegens de banken onrechtmatig is geweest. Er zijn geldbedragen weggenomen doordat overschrijvingsopdrachten in de internetbankierenomgeving van de banken door (toedoen van) verdachten zijn gegeven, dan wel doordat de klanten van de banken werden bewogen tot het afgeven van een pinpas en bijbehorende pincode, waarna het geld eenvoudig kon worden opgenomen. De banken hebben gesteld hierdoor schade te hebben geleden die bestaat uit onderzoekskosten en de vergoeding door de banken van de geldbedragen die zijn ontvreemd van de individuele rekeninghouders. Verdachte is dan ook verplicht de schade van de banken te vergoeden.
De rechtbank zal alleen die onderdelen van de vorderingen van de banken toewijzen die zien op de zaken waarbij verdachte blijkens het hiervoor bewezenverklaarde directe betrokken-heid heeft gehad en de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren voor het overige. De rechtbank zal daarbij uitgaan van de bedragen die zijn opgenomen in de tabellen die als onderbouwing bij de vorderingen zijn gevoegd. In het geval van [verdachte] heeft de Rabobank onderzoekskosten gevorderd in de zaken [aangever 6] , [aangever 9] en [aangever 7] .
8.1.2.
Schadevergoedingsmaatregel
Vooruitlopend op de beoordeling van de vorderingen van de verschillende benadeelde partijen, overweegt de rechtbank dat zij de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen bij toe te wijzen vorderingen van natuurlijke personen. Dat betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen bij toe te wijzen vorderingen van de ABN AMRO en de Rabobank. Deze maatregel is er namelijk om natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding. Een rechtspersoon mag in beginsel geacht worden zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren, in tegenstelling tot een natuurlijke persoon. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit beginsel af te wijken.
8.1.3.
Wettelijke rente
Indien de rechtbank vorderingen tot schadevergoeding geheel of ten dele toewijst, zal de rechtbank daarbij tevens de wettelijke rente toewijzen, steeds gerekend vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Dit geldt ook voor de op te leggen schadevergoedingsmaatregelen.
8.1.4.
Proceskosten
Waar de vordering van een benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door die benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de eventuele kosten van tenuitvoerlegging.
8.1.5.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de toegekende schadevergoedingen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer van zijn mededaders is betaald, en andersom.
8.2.
De benadeelde partij Rabobank (feit 1)
De benadeelde partij Rabobank vordert een schadevergoeding van € 2.020,-, bestaande uit materiële schade.
Deze materiële schade bestaat uit: - onderzoekskosten € 2.040,-
De rechtbank stelt vast dat de vordering van de Rabobank betrekking heeft op 21 zaken.
Deze zaken komen allemaal terug in het onderzoek Salford.
Het oordeel van de rechtbankDe rechtbank heeft hiervoor overwogen dat verdachte betrokken is geweest bij de zaken van klanten [aangever 6] , [aangever 9] en [aangever 7] . De Rabobank heeft in deze zaken alleen onderzoekskosten gemaakt.
De rechtbank zal de gemaakte onderzoekskosten van de Rabobank toewijzen. De Rabobank heeft toegelicht op welke werkzaamheden de onderzoekskosten betrekking hebben. De rechtbank acht een forfaitair bedrag van € 120,- per uur, welke kosten ook niet zijn betwist, redelijk en zal verdachte dan ook veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de bank. Het gaat in totaal om een bedrag van € 180,- (1,5 uren x € 120,-).
9.De vordering tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke jeugddetentie van 60 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter Noord-Nederland van
15 maart 2022 ten uitvoer zal worden gelegd.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Met het opleggen van de voorwaardelijke straf was voor verdachte duidelijk dat hij zich niet opnieuw aan strafbare feiten schuldig moest maken. Nu hij dat wel heeft gedaan, moet de consequentie hiervan zijn dat de vordering tot tenuitvoerlegging zal worden toegewezen. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zal de rechtbank de jeugddetentie wel omzetten naar een werkstraf.
10.De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45, 47, 55, 63, 138ab, 234, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
11.Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrijvan het onder 6 ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart de ten laste gelegde feiten onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
de eendaadse samenloop van:
feit 1:medeplegen van oplichting; en
feit 2:medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd;
en
feit 3:medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd; en
feit 4:medeplegen van diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
feit 5 primair:gegevens overdragen en verspreiden waarvan hij weet dat zij bestemd
zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in artikel 326 vanPro het Wetboek van Strafrecht voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 179 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen vijf werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Leonard Springerlaan 21 in Groningen;
* dat verdachte deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 vanPro de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Benadeelde partij
T.a.v. feit 1 Rabobank
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Rabobank van € 180,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 mei 2023 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 15 maart 2022 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 18-189038-20 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een jeugddetentie van 60 dagen;
- gelast dat deze ten uitvoer te leggen jeugddetentie wordt vervangen door een werkstraf van 120 uren.
Voorlopige hechtenis- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, en mr. E.B. Prenger en
mr. P.A.M. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 16 april 2026.
Bijlage I: De gewijzigde tenlastelegging
1
hij in of omstreeks de periode 30 augustus 2022 tot en met 21
december 2022 te Weert, Winterswijk, Noordwijkerhout, Wijk en
Aalburg en/of Den Haag, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van
verdichtsels,
- [aangever 10] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 2.431,92
- [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 5.000,-,
- [aangever 11] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 25.000,-,
- [aangever 1] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 19.363,78,
- [aangever 6] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 24.250,
althans van enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de (digitale)
gegevens van de (internet) bankrekening(en) en/of inloggegevens van
deze bankrekening(en)
door zich (telkens) uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker
en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd
met de waarheid te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar
bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te
breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening
is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de
bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld
van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere
rekening en/of dat er een vreemde transacties hebben plaatsgevonden
met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een
criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat
op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat
er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- dat hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar
iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan
verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere
bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (althans
geldbedragen van de rekening) (volgens protocol) veilig gesteld
moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere)
rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter
beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt
naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger anydesk en/of teamviewer
en/of FTX en/of banka moest openen en/of downloaden en/of
installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart
moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest
worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen
(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);
(art 326 lid 1 WetboekPro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahfPro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19
september 2022 tot en met 09 januari 2023 te Drachten en/of te
Lelystad en/of Amsterdam en/of Assen en/of Hulsberg, in ieder geval in
Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van
verdichtsels,
- [aangever 9] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) € 20.000,00,
- [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 5] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 7] heeft bewogen tot afgifte van (ongeveer) C 9.600,00
en/of
- [aangever 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
althans (telkens) enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de
(digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of
inloggegevens van deze bankrekening(en)
door zich (telkens) uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker
en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd
met de waarheid te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar
bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te
breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening
is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de
bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld
van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere
rekening en/of dat er een vreemde transacties hebben plaatsgevonden
met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een
criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat
op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat
er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- dat hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar
iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan
verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere
bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (althans
geldbedragen van de rekening) (volgens protocol) veilig gesteld
moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere)
rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter
beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt
naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger anydesk en/of teamviewer
en/of FTX en/of banka moest openen en/of downloaden en/of
installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart
moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest
worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen
(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 326 lid 1 WetboekPro van Strafrecht, art 45 lid 1 WetboekPro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahfPro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
3
hij in of omstreeks de periode 20 september 2022 tot en met 6 januari
2023 te Noordwijkerhout, Drachten en/of Assen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk en wederrechtelijk
in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten
een of meerdere servers toebehorende aan een bank en/of een
ander/anderen dan de verdachte en/of diens medeplegers, waarop een
internetbankieren omgeving van klanten
- [aangever 11] ,
- [aangever 9] en/of
- [aangever 7]
wordt gehost, althans bereikbaar is
is binnengedrongen
a. door het doorbreken van een beveiliging,
b. door een technische ingreep, te weten,
c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
door het bellen naar voornoemde rekeninghouder(s) en zich voor te
doen als bankmedewerker en vervolgens deze rekeninghouders te
bewegen tot het downloaden en/of installeren van het programma
Anydesk (een remote acces tool) en/of vervolgens het laten accepteren
door vernoemde personen van een externe (remote) verbinding
waardoor hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) toegang
verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die
perso(o)n(en) /aangever(s) en/of de zich daarop bevindende online
bankrekening(en) /online bankierenpagina(s);
(art 138ah lid 1 Wetboek van Strafrecht)
4
hij op of omstreeks 9 januari 2023 te Lelystad, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een Samsung laptop en/of één of meerdere pinpassen,
in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander dan
aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen,
terwijl verdachte en/of
zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen laptop en/of
bankpassen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door
middel van het aannemen van een valse hoedanigheid of door listige
kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels
door zich uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij)
te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-;
- er iets mis is met de bankrekening van voornoemde [aangever 4] en/of
- dat de bankpassen van voornoemde [aangever 4] worden opgehaald en/of
- aan te bellen hij de woning van voornoemde [aangever 4] en aan
voornoemde [aangever 4] te vragen of hij zijn bankzaken regelt met een vaste
computer of laptop of tablet en/of
- naast de pinpassen ook te vragen of hij/zij (verdachte) deze laptop
en/of tablet ook mee mag nemen;
(art 310 WetboekPro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahfPro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahfPro/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
5
hij op of omstreeks 09 januari 2023 te [plaats 2] en/of [plaats 1] ,
althans in Nederland
een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten