4.3.2.De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Inleiding
Verdachte wordt ervan verdacht twee vrouwen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , seksueel te hebben misbruikt. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verbleven in dezelfde zorginstelling van [zorgorganisatie] als waar verdachte als zorgverlener werkzaam was. Zijn werkzaamheden bestonden uit de persoonlijke begeleiding van cliënten – waaronder [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] – op en rond het terrein van de zorginstelling.
Op 30 september 2024 heeft [slachtoffer 1] bij de politie melding gemaakt van seksueel grensoverschrijdend gedrag door een begeleider bij [zorgorganisatie] . Naar aanleiding van deze melding is de politie een gesprek met [slachtoffer 1] aangegaan. Dit informatief gesprek zeden heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2024. Op 22 oktober 2024 is namens [slachtoffer 1] aangifte gedaan. Op 26 oktober 2024 heeft er een informatief gesprek zeden plaatsgevonden met [slachtoffer 2] . Op 20 november 2024 is namens haar aangifte gedaan. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn later nogmaals gehoord over het seksueel misbruik.
Verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij goed met verdachte kon praten, omdat hij zich ook kwetsbaar opstelde. Hij won op die manier haar vertrouwen. Hij wist dat zij in het verleden seksueel misbruikt was, dat zij (mede) als gevolg van dat seksuele misbruik suïcidale gedachten had en dat zij moeite had om haar grenzen te bewaken. Hij was heel lief voor haar en gaf haar vaak een knuffel. Op een gegeven moment begon hij haar ook vanuit zowel zijn werk- als privémailadres e-mails te sturen, eerst om te vragen hoe het met haar ging maar later zaten daar ook seksueel getinte video’s en foto’s van hemzelf bij. Zij moest deze e-mails steeds van hem verwijderen, ook uit de prullenbak. Ook ging zij vaak met hem naar het kantoor van de begeleiders. Hij deed dan de deur op slot, de gordijnen dicht en de lichten uit. Verdachte heeft haar in het kantoor een keer op haar mond gekust, haar borsten en billen betast en zijn vinger in haar vagina gestopt. Zij heeft ook een keer zijn penis betast.
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte vaak alleen op haar kamer kwam en haar dan een knuffel gaf. Later kwam daar ook nog een kus op haar hoofd of wang bij. Op een gegeven moment sloeg hij ook zijn armen om haar heen toen hij achter haar stond en betastte hij haar buik en rug. Hij deed dit ook op het kantoor van de begeleiders. Hij deed dan de deur op slot, de gordijnen dicht en de lichten uit. In het kantoor pakte hij haar van achteren beet rond haar middel en trok hij haar tegen zich aan. [slachtoffer 2] heeft niets durven te zeggen omdat ze bang was dat ze haar niet zouden geloven. Na haar verhuizing begon hij haar e-mails te sturen, zowel vanuit zijn werk- als privémailadres. Eerst om te vragen hoe het met haar ging en of haar nieuwe woning beviel, maar later ook met seksueel getinte opmerkingen. Zij moest van hem steeds alle e-mails verwijderen, ook uit de prullenbak. Hij is ook een paar keer bij haar nieuwe adres langs geweest en heeft haar een van die keren een zoen op haar wang gegeven en een arm om haar heen geslagen, terwijl ze samen op de bank zaten.
Verklaring van verdachte
Verdachte heeft verklaard dat hij tijdens een nachtdienst in het kantoor van de begeleiders seksuele handelingen met [slachtoffer 1] heeft verricht. Hij heeft haar gezoend en is met een vinger in haar vagina gegaan. [slachtoffer 1] heeft hem afgetrokken. Hij ontkent dat hij de borsten en billen van [slachtoffer 1] heeft betast, niet tijdens deze nachtdienst noch op andere momenten. Ook ontkent hij dat hij de deur van het kantoor op slot heeft gedaan, het gordijn heeft dichtgedaan en het licht heeft uitgedaan in de context van de vermeende seksuele handelingen.
Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] wel eens een knuffel heeft gegeven. Het was een manier om [slachtoffer 2] gerust te stellen en te kalmeren na een dissociatie. [slachtoffer 2] vroeg er vaak zelf om. Hij ontkent uitdrukkelijk dat hij ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd.
Verder heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] seksueel getinte e-mails heeft gestuurd en dat hij telkens aan hen heeft gevraagd die e-mails te verwijderen, ook uit de prullenbak.
Juridisch kader in zedenzaken
Voor het bewijs in strafzaken geldt de regel dat dit niet enkel gebaseerd mag worden op één getuigenverklaring (de bewijsminimumregel). Het gaat in zedenzaken echter vaak om bepaalde seksuele handelingen, waar maar twee mensen bij aanwezig zijn geweest: de verdachte en degene bij wie de verdachte strafbare seksuele handelingen zou hebben gepleegd. Indien de verdachte ontkent, is er in dat geval maar één getuige die kan verklaren over de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de hiervoor genoemde bewijsminimumregel geldt voor de
geheletenlastelegging/bewezenverklaring. Onderdelen daarvan mogen wel degelijk slechts op één enkele getuigenverklaring berusten. Dat geldt volgens de Hoge Raad ook voor de ten laste gelegde gedragingen. In een zedenzaak is dus in principe voor het bewijs van de seksuele handelingen één getuigenverklaring genoeg, mits deze op bepaalde punten bevestigd wordt door andere bewijsmiddelen. Die bewijsmiddelen moeten afkomstig zijn uit een andere bron dan die ene getuigenverklaring.
Betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrouwbaar. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben beiden authentiek, gedetailleerd en consistent verklaard over de seksuele handelingen die verdachte bij hen heeft verricht en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden. Zij benoemen allebei concrete gebeurtenissen en vermelden daarbij details over de plekken waar en de wijze waarop de seksuele handelingen plaatsvonden. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben verder ook consequent verklaard over hoe verdachte zijn handelingen langzamerhand opbouwde en hoe hij daarin steeds verder ging. Het begon met het opbouwen van een vertrouwensband, vervolgens werd al snel een knuffel en een kus gegeven, kwam hij bij hen op de kamer, stuurde hij seksueel getinte e-mails die zij ook meteen moesten verwijderen (ook uit de prullenbak), deed hij de deur van het kantoor op slot, de gordijnen dicht en het licht uit en dit alles leidde uiteindelijk tot het betasten van de borsten en billen van [slachtoffer 1] , het zoenen op de mond en het vingeren van [slachtoffer 1] , het geven van een zoen op het hoofd dan wel het gezicht van [slachtoffer 2] en het tegen zich aantrekken en betasten van de buik en rug van [slachtoffer 2] .
Dat sprake is geweest van beïnvloeding, zoals naar voren gebracht door de verdediging, vindt geen steun in het dossier. [slachtoffer 2] is pas met [slachtoffer 1] gaan praten nadat zij al een verklaring bij de politie had afgelegd.
Steunbewijs
De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vinden daarnaast grotendeels steun in ander bewijsmateriaal, zoals in de door verdachte gestuurde e-mails. De inhoud van deze
e-mails past in het beeld dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben geschetst over het seksuele karakter van de relatie met verdachte. Zo heeft hij naar [slachtoffer 1] video’s en foto’s gestuurd waarin hij zichzelf aan het aftrekken was en waarop zijn stijve penis te zien was, en heeft hij aan [slachtoffer 2] gevraagd hoe haar schaamhaar erbij stond.
Daarnaast vinden de verklaringen ook steun in de verklaring van verdachte zelf. Verdachte heeft op zitting bekend dat hij tijdens een nachtdienst in het kantoor van de begeleiders seksuele handelingen met [slachtoffer 1] heeft verricht. Hij heeft haar gezoend en gevingerd en [slachtoffer 1] heeft hem afgetrokken. Hij heeft [slachtoffer 2] knuffels gegeven. Ook heeft hij bekend dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] seksueel getinte e-mails heeft gestuurd en dat hij telkens aan hen heeft gevraagd die e-mails te verwijderen, ook uit de prullenbak.
Tussenconclusie over de seksuele handelingen en de periodes
Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij de bewezenverklaring als uitgangspunt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte alle ten laste gelegde handelingen heeft verricht in de ten laste gelegde periodes, dus ook het betasten van de borsten en billen van [slachtoffer 1] (feiten 2 en 3), het op slot doen van de deur, het dichtdoen van de gordijnen en het uitdoen van het licht (feiten 1, 2 en 4) en het zoenen van [slachtoffer 2] (feiten 4 en 5).
Feiten 1, 2, 3, 4 en 5.
Verdachte was in de ten laste gelegde periode als persoonlijk begeleider verantwoordelijk voor de zorg voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Vast staat dat verdachte gedurende deze hulpverlener-cliënte-relatie op verschillende momenten seksuele handelingen bij hen heeft verricht. Deze seksuele handelingen vonden plaats in een kantoor, waarvan verdachte de deur op slot deed, de gordijnen sloot en de lichten uitdeed. Verdachte wist dat hij in de rol van persoonlijk begeleider een grens overschreed en dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kwetsbare personen waren. Hij was vanuit zijn functie volledig op de hoogte van hun problematiek. Hij wist bijvoorbeeld dat [slachtoffer 1] in het verleden seksueel misbruikt was, dat zij (mede) als gevolg van dat seksuele misbruik suïcidale gedachten had en dat zij moeite had om haar grenzen te bewaken. Van [slachtoffer 2] wist hij dat zij 24/7 zorg nodig had en overal bij geholpen moest worden. Gegeven deze omstandigheden was geen sprake van een gelijkwaardige relatie, maar heeft een zekere mate van afhankelijkheid van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een rol gespeeld bij het verrichten van de seksuele handelingen. De door verdachte gepleegde seksuele handelingen zijn dan ook in strijd met de sociaal-ethische norm en zij dragen daarom een ontuchtig karakter. Daarnaast is gelet op deze omstandigheden sprake van dwang door een andere feitelijkheid.
Conclusie
Dit alles brengt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vanuit zijn rol als hulpverlener heeft gedwongen ontuchtige handelingen te plegen en te dulden, terwijl die als cliënten aan verdachtes hulp en zorg waren toevertrouwd, waarbij het bij [slachtoffer 1] ook ging om seksueel binnendringen, zodat alle ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.