ECLI:NL:RBZWB:2026:3064

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/02/ 444153/ HA ZA 26-49 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Goedegebuur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:217 BWArt. 6:233 BWArt. 6:234 BWArt. 6:235 BWArt. 6:236 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens toepasselijk arbitragebeding in algemene voorwaarden

In deze civiele bodemzaak tussen Fun Forest Netherlands B.V. en Dewi Online B.V. vordert Dewi dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart vanwege een arbitragebeding in de toepasselijke algemene voorwaarden. Fun Forest betwist de toepasselijkheid van deze voorwaarden en beroept zich op vernietiging en redelijkheid.

De rechtbank oordeelt dat de voorwaarden wel van toepassing zijn omdat Fun Forest de offerte met verwijzing naar de voorwaarden heeft aanvaard zonder bezwaar. Het beroep op vernietiging wegens niet ter hand stellen van de voorwaarden faalt vanwege artikel 6:235 BW Pro. Ook het beroep op de reflexwerking van artikel 6:236 BW Pro en op redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW Pro) wordt verworpen, omdat Fun Forest onvoldoende onderbouwing levert en handelt in de uitoefening van haar bedrijf.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om van de hoofdzaak kennis te nemen en veroordeelt Fun Forest in de proceskosten van Dewi. Dit vonnis is gewezen door rechter Goedegebuur en op 15 april 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens toepasselijk arbitragebeding en veroordeelt Fun Forest in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/444153 / HA ZA 26-49
Vonnis in incident van 15 april 2026
in de zaak van
FUN FOREST NETHERLANDS B.V.,
te Amstelveen,
eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Fun Forest,
advocaat: mr. J.I. Jansen,
tegen
DEWI ONLINE B.V.,
te Moergestel,
gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Dewi,
advocaat: mr. C.H.A. van de Wiel.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 29 december 2025 met producties 1 tot en met 11;
  • de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring met producties 1 tot en met 5;
  • de incidentele conclusie van antwoord met productie 12.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De vordering en het verweer in incident

2.1.
Dewi vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, omdat in de van toepassing verklaarde NL Digital voorwaarden (hierna: de voorwaarden) een arbitragebeding is opgenomen. Zowel op pagina 6 als 7 van haar offerte wordt uitdrukkelijk verwezen naar de voorwaarden, welke pagina’s van een paraaf door Fun Forest zijn voorzien. De voorwaarden waren ook als bijlage gevoegd bij de offerte, zoals blijkt uit de door Dewi overgelegde schermafbeelding van haar administratie. Ook zijn de voorwaarden eenvoudig toegankelijk op de website van zowel NL Digital als Dewi. Bovendien stelt Dewi dat aan Fun Forest geen beroep toekomt op de artikelen 6:233 en 6:234 Burgerlijk Wetboek (BW) gelet op het bepaalde in artikel 6:235 BW Pro.
2.2.
Fun Forest betwist dat de voorwaarden van toepassing zijn, omdat deze geen onderdeel uitmaken van de overeenkomst en niet ter hand zijn gesteld. Fun Forest voert aan dat de offerte vermeld dat alleen de drie - hierna genoemde - als bijlage omschreven documenten onderdeel uitmaken van de overeenkomst:
“Bijlage 1: Licentievoorwaarden
Bijlage 2: Definities en interpretaties
Bijlage 3: Dewi Online Support Plan Basis & Support Plan Plus”
Geen van deze documenten, noch de voorwaarden waren bijgesloten. Uit de door Dewi overgelegde schermafbeeldingen kan bovendien niet worden afgeleid dat deze zijn toegezonden aan Fun Forest. Fun Forest heeft vervolgens de vernietiging van de voorwaarden op grond van artikel 6:233 en Pro 6:234 BW ingeroepen. Ook doet Fun Forest een beroep op de reflexwerking van artikel 6:236 onder Pro n BW. Tot slot stelt Fun Forest dat het beroep op het arbitragebeding in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.De beoordeling in het incident

3.1.
De rechtbank is van oordeel dat zij niet bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Hieronder legt zij uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen
3.2.
Op grond van artikel 1022 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verklaart de rechter bij wie een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten en waaruit voortvloeit dat arbitrage buiten Nederland moet plaatsvinden zich onbevoegd, indien een partij zich voor alle weren op het bestaan van deze overeenkomst beroept, tenzij de overeenkomst ongeldig is onder het op die overeenkomst toepasselijke recht. Artikel 1021 Rv Pro bepaalt dat een overeenkomst tot arbitrage wordt bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat in arbitrage voorziet of dat verwijst naar algemene voorwaarden welke in arbitrage voorzien en dat door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard.
Toepasselijkheid voorwaarden
3.3.
Bij de beantwoording van de vraag of de voorwaarden van toepassing zijn, moet worden gekeken naar de algemene regels met betrekking tot de totstandkoming van overeenkomsten. De hoofdregel van artikel 6:217 BW Pro bepaalt dat daarvoor aanbod en aanvaarding vereist zijn.
3.4.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij een overeenkomst met elkaar hebben gesloten. In de door Dewi verstrekte offertes is op twee verschillende pagina’s concreet verwezen naar de voorwaarden. De laatste offerte is door Fun Forest aanvaard. Met het aanvaarden van het aanbod van Dewi heeft Fun Forest ook de toepasselijkheid van de door Dewi gehanteerde voorwaarden aanvaard. Door Fun Forest is niet gesteld dat zij bij die aanvaarding aan Dewi heeft aangegeven dat zij niet gebonden wilde zijn aan de voorwaarden, waarnaar door Dewi werd verwezen. Dewi mocht er dus gerechtvaardigd van uit gaan dat de voorwaarden door Fun Forest waren geaccepteerd. Dit betekent dat de voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst.
Vernietiging voorwaarden
3.5.
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of Fun Forest op grond van artikel 6:233 aanhef Pro en sub b BW een beroep kan doen op vernietiging van deze voorwaarden, omdat zij niet aan haar ter hand zijn gesteld. Deze vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. De rechtbank sluit zich aan bij de stellingen van Dewi dat artikel 6:235 lid 1 onder Pro a BW daaraan in de weg staat. Voor de toepassing van onderdeel a is niet bepalend of de rechtspersoon publicatieplichtig is, maar slechts of ten tijde van het sluiten van de overeenkomst daadwerkelijk een jaarrekening is openbaar gemaakt. Dat is het geval.
3.6.
Het voorgaande betekent dat Fun Forest evenmin een beroep kan doen op vernietiging van het arbitragebeding in de voorwaarden, omdat het beding onredelijk bezwarend zou zijn, zoals bedoeld in artikel 6:233 aanhef Pro en sub a BW.
Reflexwerking
3.7.
Fun Forest doet een beroep op de reflexwerking van artikel 6:236 onder Pro n BW. In dit artikel is bepaald dat het beding dat voorziet in de beslechting van een geschil door een ander dan de rechter die volgens de wet bevoegd zou zijn, tenzij het de wederpartij een termijn gunt van tenminste een maand nadat de gebruiker zich schriftelijk jegens haar op het beding heeft beroepen, om voor beslechting van het geschil door de volgens de wet bevoegde rechter te kiezen, als onredelijk bezwarend wordt aangemerkt. Deze zogenoemde zwarte lijst is opgenomen ter bescherming van consumenten. Volgens vaste jurisprudentie kan de zwarte lijst ook bij rechtspersonen enige invloed uitoefenen bij de toetsing aan de open norm van artikel 6:233 aanhef Pro en onder a BW in die gevallen waarin de rechtspersoon een met de consumenten vergelijkbare positie inneemt.
3.8.
Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep op de reflexwerking niet, nu hetgeen Fun Forest heeft aangevoerd onvoldoende is om de conclusie te rechtvaardigen dat zij een met een consument vergelijkbare positie inneemt. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat Fun Forest bij het aangaan van de overeenkomst handelde in de uitoefening van haar bedrijf, aangezien de overeenkomst betrekking heeft oplevering van een boekingssysteem waarmee de klanten van Fun Forest eenvoudiger toegangstickets zouden kunnen boeken, en dat Fun Forest in deze procedure bedrijfsschade heeft opgevoerd.
Redelijkheid en billijkheid
3.9.
Tot slot beroept Fun Forest zich op artikel 6:248 lid 2 BW Pro. Dit artikel bepaalt dat een afspraak tussen partijen niet geldt als die afspraak onder de omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Bij het toepassen van deze beperkende werking moet de rechter de specifieke omstandigheden afwegen en terughoudend te werk gaan. Deze terughoudendheid geldt des te meer wanneer het gaat om partijen die professioneel of commercieel handelen. Degene die een beroep doet op artikel 6:248 lid 2 BW Pro moet de relevante omstandigheden stellen en, bij betwisting, bewijzen.
3.10.
Fun Forest heeft in dit verband aangevoerd dat zij slechts een kleine partij is, die geen gespecialiseerde mensen in dienst heeft die juridisch onderlegd zijn. Vanwege die kleine omvang wil zij juist tot de overheidsrechter worden toegelaten en de zaak niet over laten aan een arbitrage-instituut dat volgens haar meer op de hand is van een gebruiker van de voorwaarden. Verder acht Fun Forest het goed mogelijk dat haar verzekering de verwachte arbitragekosten niet dekt.
3.11.
Ook het beroep op artikel 6:248 lid 2 BW Pro slaagt naar het oordeel van de rechtbank niet. De omstandigheid dat Fun Forest geen juridisch geschoolde medewerkers in dienst heeft, kan niet aan Dewi worden tegengeworpen en is geen grond om aan te nemen dat een beroep op het arbitragebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Fun Forest had zich immers kunnen laten adviseren of bijstaan door een externe jurist. Verder heeft Fun Forest haar stelling, dat het arbitrage-instituut of zijn arbiters onvoldoende onafhankelijk zijn, niet onderbouwd. Dat had van haar wel verwacht mogen worden, te meer omdat persoonlijke onpartijdigheid wordt verondersteld en het uitgangspunt is bij arbitrage. Tot slot leidt de omstandigheid dat de kosten van een arbitrage hoger (kunnen) zijn dan die van een procedure bij de overheidsrechter, in een zakelijke verhouding als deze, in zijn algemeenheid niet tot strijdigheid met het recht op een eerlijk proces en evenmin tot het oordeel dat een beroep op het arbitragebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Conclusie
3.12
Gelet op het voorgaande is de rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen. Dat betekent dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen.
De kosten van het incident en de hoofdzaak
3.13.
Omdat Fun Forest in het ongelijk is gesteld moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) van Dewi betalen in zowel het incident als de hoofdzaak. De proceskosten van Dewi worden begroot op:
- griffierecht € 2.995,00
- salaris advocaat € 653,00 (1 punt × tarief II)
- nakosten
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 3.837,00

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident en in de hoofdzaak
4.1.
verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,
4.2.
veroordeelt Fun Forest in de proceskosten van € 3.837,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Fun Forest niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening.
Dit vonnis is gewezen door mr. Goedegebuur en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.