ECLI:NL:RBZWB:2026:3080
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen UWV-besluit WIA-uitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het UWV-besluit van 27 mei 2025 over de toekenning van een WIA-Vervolguitkering. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV het besluit op 8 januari 2026 heeft herzien en tegemoet is gekomen aan de beroepsgrond door het arbeidsongeschiktheidspercentage te verhogen en een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de bezwaarfase.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar het UWV heeft niet gereageerd. Op grond van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten wanneer het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het beroep.
De rechtbank acht het verzoek kennelijk gegrond en veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker, naast de reeds toegekende vergoeding voor de bezwaarfase. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht van € 53,- vergoeden. Er zijn geen verdere kosten vastgesteld die vergoed kunnen worden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten en € 53,- griffierecht aan verzoeker.