Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3080

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
25/3168
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen UWV-besluit WIA-uitkering

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het UWV-besluit van 27 mei 2025 over de toekenning van een WIA-Vervolguitkering. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV het besluit op 8 januari 2026 heeft herzien en tegemoet is gekomen aan de beroepsgrond door het arbeidsongeschiktheidspercentage te verhogen en een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de bezwaarfase.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar het UWV heeft niet gereageerd. Op grond van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten wanneer het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het beroep.

De rechtbank acht het verzoek kennelijk gegrond en veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker, naast de reeds toegekende vergoeding voor de bezwaarfase. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht van € 53,- vergoeden. Er zijn geen verdere kosten vastgesteld die vergoed kunnen worden.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten en € 53,- griffierecht aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3168 WIA

uitspraak van 16 april 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker,

gemachtigde: mr. F. Reith,
en
de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het UWV van 27 mei 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken, omdat het UWV dit besluit op 8 januari 2026 heeft vervangen door een nieuw besluit.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten, maar zij heeft niet hierop gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroor-deling met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. Op 19 juni 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van 27 mei 2025 over de toekenning van een WIA-Vervolguitkering met ingang van 16 december 2023. Met het besluit van 8 januari 2026 heeft het UWV dit besluit herzien. Naar aanleiding van verzoekers beroepsgrond dat het UWV zijn maatmaninkomen onjuist heeft vastgesteld heeft het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage gewijzigd van 65,51% naar 66,04%. Het UWV heeft verder alsnog een proceskostenvergoeding toegekend voor de bezwaarfase. Hiermee is (volledig) tegemoetgekomen aan verzoekers beroep.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek toe als kennelijk gegrond. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat verzoekers gemachtigde een beroepschrift heeft ingediend. Een vergoeding van de proceskosten in bezwaar is door het UWV al in het besluit van 8 januari 2026 toegekend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. Het UWV moet ook het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 16 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.