Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €6.654 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de juiste afschrijvingsmethode voor een BMW 230I XDrive, waarbij belanghebbende een taxatiemethode toepaste wegens vermeende schade aan de auto. De inspecteur betwistte dat er sprake was van meer dan normale gebruiksschade.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de auto meer dan normale gebruiksschade had, mede gelet op de leeftijd van zes jaar en 53.459 kilometer op de teller. Hierdoor kon de taxatiemethode niet worden toegepast en moest de koerslijstmethode worden gevolgd. Op basis van de historische nieuwprijs, handelsinkoopwaarde en bruto BPM werd de verschuldigde BPM vastgesteld en de naheffingsaanslag verlaagd naar €4.158.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met ongeveer elf maanden was overschreden. Belanghebbende kreeg daarom een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend, welke voor rekening van de Staat komt. De rechtbank veroordeelde tevens de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier R.M.P. Dees op 15 april 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.