2.27Partijen zijn gehuwd na het maken van huwelijkse voorwaarden. De huwelijkse voorwaarden houden, voor zover relevant, het volgende in:
“(…) HOOFDSTUK 2. HUWELIJKSE VOORWAARDEN
Artikel 1
Wettelijke gemeenschap van goederen
1. Tussen de echtgenoten zal een huwelijksvermogensrechtelijke
gemeenschap van goederen als bedoeld in titel 7 van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek bestaan, voor zover daarvan hierna niet wordt
afgeweken.
2. De gemeenschap omvat, wat haar baten betreft, ook alle goederen
van de echtgenoten, bij aanvang van de gemeenschap aanwezig,
alsmede de rechten op het vestigen van vruchtgebruik als bedoeld
in de artikelen 4:29 en 30 van het Burgerlijk Wetboek, vruchtgebruik
dat op grond van die bepalingen is gevestigd, alsmede hetgeen
wordt verkregen ingevolge de artikelen 4:34, 36, 38, 56 en 63 tot en
met 92 en 126 lid 2, onderdelen a. en c. van het Burgerlijk Wetboek,
met uitzondering van:
- krachtens erfopvolging bij versterf, making, lastbevoordeling of gift
verkregen goederen, behoudens giften van tot de gemeenschap
behorende goederen van de andere echtgenoot;
- de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit een overeenkomst
van levensverzekering (een ongevallenverzekering daaronder
begrepen), indien deze overeenkomst is gesloten of later
overgenomen door een echtgenoot op het leven van een andere
echtgenoot.
3. De gemeenschap omvat, wat haar lasten betreft, ook alle schulden van
ieder van de echtgenoten, die bij aanvang van de gemeenschap
aanwezig zijn, met uitzondering van de schulden:
a. betreffende van de gemeenschap uitgezonderde goederen;
b. die behoren tot een nalatenschap waartoe een echtgenoot is
gerechtigd;
c. uit door een van de echtgenoten gedane giften, gemaakte
bedingen en aangegane omzettingen als bedoeld in artikel 4:126 --
leden 1 en 2, onderdelen a en c, Burgerlijk Wetboek.(…)”.