ECLI:NL:RBZWB:2026:3102
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Verlenging voorlopige ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige bedreiging ontwikkeling
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige, die reeds op 6 maart 2026 voor twee weken was ingesteld. De moeder had zonder toestemming van de rechtbank en de vader de minderjarige verhuisd naar een andere regio, wat leidde tot een toename van de reisafstand en spanningen tussen de ouders. Hierdoor ontstond onduidelijkheid over de impact op het welzijn van de minderjarige, die bovendien niet naar school gaat vanwege het ontbreken van toestemming van de vader.
Tijdens de mondelinge behandeling op 17 maart 2026 bevestigden de ouders en de gecertificeerde instelling de problematiek. De moeder erkende de situatie en zocht naar stabiliteit, terwijl de vader het belang van een stabiele en vertrouwde omgeving benadrukte. De kinderrechter constateerde dat er geen nieuwe feiten waren die de eerdere spoedbeschikking zouden herroepen, maar dat de omstandigheden een verlenging van de ondertoezichtstelling rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de ontwikkeling van de minderjarige acuut en ernstig wordt bedreigd. De verhuizing zonder toestemming en het ontbreken van schoolbezoek vormen een risico. De spanningen tussen de ouders en de toegenomen afstand bemoeilijken de zorgregeling. Daarom is voortzetting van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de bedreiging weg te nemen en het belang van de minderjarige te waarborgen. De beschikking is gegeven door kinderrechter Dijkman en griffier Bakker-Maljers en is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de voorlopige ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 6 juni 2026 wegens ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.