De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 maart 2026 een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Dit besluit geldt tot 12 oktober 2026, de dag waarop de minderjarige meerderjarig wordt. De machtiging is noodzakelijk geacht vanwege de onhoudbare thuissituatie bij de moeder, gekenmerkt door trauma gerelateerd gedrag van de minderjarige, escalaties en een ernstig verstoorde ouder-kindrelatie.
De minderjarige verblijft sinds 6 februari 2026 zonder machtiging bij een woongroep van Sterk Huis. De gecertificeerde instelling verzocht om een formele machtiging, die de kinderrechter heeft toegekend. De ouders en de minderjarige zelf wensen een terugkeer naar huis, maar erkennen dat dit stapsgewijs en onder begeleiding moet gebeuren. Er is intensieve systemische gezinsbehandeling ingezet om de emotionele regulatie en het vertrouwen binnen het gezin te verbeteren.
De kinderrechter benadrukt het belang van een gefaseerde thuisplaatsing en het voortzetten van de hulpverlening. Tevens is het voorstel gedaan om een buddy aan de minderjarige te koppelen voor vertrouwelijke ondersteuning. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct kan worden uitgevoerd ondanks eventueel hoger beroep. De minderjarige is schriftelijk geïnformeerd over de beslissing en het vervolgtraject.