ECLI:NL:RBZWB:2026:3113
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van der Burgt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen over gedeclareerde zorgkosten en eigen bijdrage
In deze civiele bodemzaak vordert CZ Zorgverzekeringen terugbetaling van €864,12 wegens vermeende onterechte vergoeding van zorgkosten over april 2023, omdat er volgens CZ geen machtiging zou zijn afgegeven voor de periode 1 januari tot en met 31 mei 2023. De verzekerde betwist dit en stelt dat er budget beschikbaar was tot 30 mei 2023 en dat de declaratie over mei 2023 wel is vergoed.
De kantonrechter oordeelt dat CZ onvoldoende heeft onderbouwd dat er geen machtiging was voor de betreffende periode, waardoor de vordering wordt afgewezen. CZ wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
In reconventie vordert de verzekerde betaling van €276,36, het verschil tussen gedeclareerde en vergoede zorgkosten over december 2022. CZ stelt dat dit bedrag de eigen bijdrage betreft die schriftelijk aan de verzekerde is gecommuniceerd en niet betwist is. De kantonrechter wijst ook deze vordering af en veroordeelt de verzekerde in de proceskosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een toewijzing van wettelijke rente over proceskosten indien niet tijdig betaald.
Uitkomst: Vorderingen van zowel CZ als verzekerde worden afgewezen; CZ en verzekerde worden veroordeeld in hun respectievelijke proceskosten.