Belanghebbende deed aangifte voor BPM op een Porsche Macan en betaalde € 3.614, met een taxatierapport dat een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 49.008 vermeldde. De inspecteur legde een naheffingsaanslag van € 5.848 op na een hertaxatie door DRZ, die geen waardevermindering wegens schade constateerde.
De rechtbank beoordeelde of de herleidingsmethode en de afschrijvingsmethode juist waren toegepast en of de schade aan de auto voldoende was aangetoond. De rechtbank verwierp het beroep op de herleidingsmethode op basis van een recent arrest van de Hoge Raad en oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van meer dan normale gebruiksschade.
De naheffingsaanslag werd daarom als terecht bevestigd. Wel werd belanghebbende een vergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van € 233,50 toegekend voor de immateriële schadevergoedingprocedure.