Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3151

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
18 april 2026
Zaaknummer
C/02/441023 / FA RK 25-5377
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Haerkens-Wouters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:253n BWArt. 1:251a lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens verslavingsproblematiek vader en belang kinderen

Partijen zijn gehuwd geweest en hebben samen het gezag over hun twee minderjarige kinderen. De kinderen wonen bij de moeder. De vader heeft een jarenlange alcohol- en drugsverslaving gehad, wat leidde tot een onveilige thuissituatie en langdurig contactgebrek sinds november 2022. De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan haar toe te wijzen, stellende dat het belang van de kinderen bij rust en duidelijkheid dit vereist.

De vader erkent zijn verslavingsproblematiek en het contactgebrek, maar is inmiddels gestart met een hersteltraject en wil een grotere rol in het leven van de kinderen. Hij verzet zich tegen het verzoek en acht een raadsonderzoek noodzakelijk. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert het verzoek van de moeder toe te wijzen zonder raadsonderzoek, om de rust voor de kinderen te waarborgen.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is. De vader is langdurig afwezig geweest en heeft geen invulling gegeven aan het gezag. De moeder heeft de noodzakelijke rust voor de kinderen opgebouwd en moet voortaan zelfstandig beslissingen kunnen nemen. Het verzoek wordt toegewezen en de beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De behandeling van het zelfstandig verzoek van de vader tot contactregeling wordt aangehouden.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt toegekend aan de moeder vanwege het belang van de kinderen bij rust en duidelijkheid.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/441023 / FA RK 25-5377
datum uitspraak: 18 maart 2026
beschikking over wijziging gezag en vaststelling zorgregeling
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. A. Koop - van Vliet te Breda,
tegen
[de man],
hierna te noemen de man,
wonende te [woonplaats 2],
advocaat: mr. R. Joosen te Oosterhout,
over hun minderjarige kinderen:
[minderjarige 1], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2017, hierna ook te noemen [minderjarige 1] ;
[minderjarige 2], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019, hierna ook te noemen [minderjarige 2] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de rechtbank over de (zelfstandige) verzoeken te adviseren.

1.Het procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de volgende stukken:
- het op 21 oktober 2025 ontvangen verzoek met bijlagen;
- de nadere producties, ingediend door mr. Koop - Van Vliet op 29 januari 2026,
3 februari 2026, 10 februari 2026 en 12 februari 2026;
- het verweerschrift, tevens inhoudende zelfstandig verzoek met bijlage, van 9 februari 2026;
- de brief van mr. Koop - Van Vliet van 11 februari 2026;
- het bericht met bijlage van mr. Joosen van 11 februari 2026.
1.2.
Op de zitting van 18 februari 2026 zijn de verzoeken met gesloten deuren behandeld door de rechtbank. Bij die zitting zijn gekomen partijen, met hun advocaten. Ook was een vertegenwoordigster aanwezig namens de Raad.
1.3.
[minderjarige 1] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld haar mening te geven in een brief of in een gesprek met de kinderrechter. Zij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
1.4.
Nadat partijen zich hierover hebben kunnen uitlaten en de zitting korte tijd is geschorst, is op de zitting door de rechtbank aan partijen medegedeeld dat, mede gelet op de inhoud van het schrijven van mr. Koop - Van Vliet van 11 februari 2026, aan de vrouw een nadere termijn zal worden gegeven voor het indienen van een verweerschrift op het zelfstandig verzoek van de man over de contactregeling (zoals hieronder opgenomen onder 3.2.). Tevens is medegedeeld dat dit zelfstandig verzoek van de man tijdens die zitting daarom nog niet inhoudelijk zal worden besproken. Na ontvangst van het verweerschrift zal een nadere zitting worden bepaald waarop dit zelfstandig verzoek van de man verder inhoudelijk zal worden behandeld.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Binnen dat huwelijk zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren.
2.2.
Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.3.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de vrouw.
2.4.
Bij beschikking van 7 juli 2021 heeft de rechtbank, bij wijze van voorlopige voorziening, onder andere een voorlopige contactregeling tussen de man en de kinderen vastgesteld waarbij de kinderen de ene week op dinsdag van 17.00 uur tot 18.30 uur en op zondag van 10.00 uur tot 14.00 uur en de andere week op dinsdag 17.00 uur tot 18.30 uur en op donderdag van 17.00 uur tot 18.30 uur contact met de man hebben, waarbij het contact begeleid wordt door de vrouw of haar vader (opa van de kinderen).
2.5.
Bij beschikking van 26 april 2022 (hersteld bij beschikking van 4 augustus 2022) heeft de rechtbank onder meer partijen verwezen voor (jeugd)hulpverlening middels het traject Uniform Hulpaanbod (UHA). Op 16 maart 2023 heeft de Raad een melding ontvangen dat het traject UHA niet is gelukt.
2.6.
Bij beschikking van 10 november 2023 heeft de rechtbank onder meer het verzoek van de man tot het vaststellen van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, afgewezen. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat de vrouw, kort samengevat, de man eenmaal per twee maanden schriftelijk informeert over het welzijn van de kinderen, onder gelijktijdige verstrekking van een foto van hen aan de man.

3.De verzoeken

3.1.
De vrouw verzoekt, samengevat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat het gezamenlijk ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt beëindigd onder toewijzing van het eenhoofdig gezag aan de vrouw.
3.2.
Bij wijze van zelfstandig verzoek verzoekt de man samengevat, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een zorg- en contactregeling vast te stellen alsmede een verdeling van de vakanties en feestdagen.
3.3.
Op de standpunten van partijen en het advies van de Raad wordt, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna ingegaan.

4.De standpunten

Gezag
De vrouw
4.1.
Ter onderbouwing van haar verzoek is door en namens de vrouw, samengevat, het volgende aangevoerd. Bij de man is sprake (geweest) van een jarenlange alcohol- en drugsverslaving. Vermoedelijk ten gevolge van deze verslaving(en) ontstonden er bij de man hallucinaties/waanideeën, waardoor er een onveilige thuissituatie voor de vrouw en de kinderen ontstond. Partijen zijn uiteindelijk verwikkeld geraakt in een langdurige en heftige echtscheidingsprocedure.
Er is geen sprake van (al dan niet structureel) contact tussen de man en de kinderen. De vrouw geeft wel uitvoering aan de informatieregeling zoals deze in de beschikking van 10 november 2023 is opgenomen. Zij stuurt de man elke acht weken een bericht, waarin zij vertelt hoe het met de kinderen gaat. Zij vermeldt daarbij onder meer hoe het op school gaat, met welke vriendinnen zij spelen en welke sport zij beoefenen. De man stuurt af en toe een kaartje naar de kinderen. De vrouw laat de kinderen deze kaartjes zien en bergt ze op op een voor hen bereikbare plaats.
Partijen spreken elkaar inmiddels al ruim twee jaar niet meer. De vrouw meent dat de man, door zijn afwezigheid in het leven van de kinderen en het feit dat hij al langere tijd geen invulling geeft aan het gezamenlijk ouderlijk gezag, geen zicht meer heeft op de ontwikkeling van de kinderen en niet kan (over)zien welke beslissingen over de kinderen genomen moeten worden. Zij acht het ondenkbaar dat er op korte termijn communicatieherstel zal plaatsvinden. De vrouw vreest dat zich in de (nabije) toekomst situaties zullen voordoen waarbij de kinderen klem of verloren zullen raken, bijvoorbeeld bij de inschrijving voor school, het aanvragen van nieuwe persoonsdocumenten of niet acute medische zorg. Daarnaast zijn de kinderen gebaat bij duidelijkheid en rust doordat de vrouw voortaan alleen de beslissingen kan nemen die voor hen nodig zijn. De vrouw meent dat voorgaande een wijziging van de gezagsvoorziening rechtvaardigt, zodat het gezag over de kinderen voortaan alleen aan haar toekomt. Subsidiair meent de vrouw dat het anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat het gezamenlijk ouderlijk gezag wordt beëindigd. De vrouw zal zich niet verzetten tegen een onderzoek door de Raad indien de rechtbank dit nodig acht.
4.2.
Uit de toelichting van de advocaat van de vrouw ter zitting volgt, anders dan in het inleidend verzoek is opgenomen, dat het verzoek primair is gebaseerd op het criterium dat een wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen is. Daarbij is benadrukt dat de huidige situatie de ontwikkeling van de kinderen belemmert. De verhoudingen tussen partijen zijn ernstig verstoord. Bij de man is sprake van een jarenlange forse verslavingsproblematiek en ondanks dat er al veel hulpverlening is ingezet, is dat zonder resultaat gebleven. Er is teveel kapot gemaakt. Sinds 2023, de laatste keer dat zij en de kinderen de man hebben gezien, heeft de vrouw met de kinderen eindelijk rust bereikt. Zij vindt het belangrijk om dit zo te houden. Tenslotte zegt de man nu wel dat het beter met hem goed, maar bewijzen daarvan zijn er niet. Hoewel de vrouw ziet dat de man om de kinderen geeft, heeft zij geen vertrouwen meer in hem.
De man
4.3.
Door en namens de man is het volgende aangevoerd. De man meent dat er geen aanleiding is om het gezag te wijzigen. Allereerst stelt hij zich op het standpunt dat er geen sprake is van een wijziging van omstandigheden. Althans, dit is onvoldoende onderbouwd. Voorts meent de man dat de gronden voor het beëindigen van het gezag niet aanwezig zijn. Er is niet gebleken dat de man gezagsbeslissingen heeft tegengewerkt. Partijen zijn tot op heden in staat gebleken om afspraken te maken over situaties rondom de kinderen. De vrouw heeft niet onderbouwd dat zij in handelingsverlegenheid komt en dat zij praktische zaken niet voldoende voortvarend kan regelen. Tevens heeft zij niet onderbouwd dat de praktische omstandigheden het feitelijk onmogelijk maken om op een adequate manier invulling te geven aan het gezamenlijk gezag. De man is te allen tijde bereikbaar voor de vrouw. Hij geeft aan dat hij steeds medewerking heeft verleend aan gezagsbeslissingen. Zo heeft hij recent nog toestemming verleend voor de paspoorten en een buitenlandse reis van de kinderen. Nu hij op de goede weg zit, is het verzoek van de vrouw prematuur. De man erkent dat hij in het verleden problemen heeft gehad vanwege verslavingsproblematiek. Hij heeft mede hierdoor sinds 20 november 2022 geen contact meer gehad met de kinderen. Hij stuurt wel maandelijks een kaartje naar de kinderen en probeert daarmee de connectie te houden en aan te sluiten bij hun belevingswereld.
De man is inmiddels tot inkeer gekomen en zou graag weer een grotere rol willen spelen in het leven van de kinderen. Hij heeft afgelopen zomer een detoxbehandeling ondergaan en is inmiddels een hersteltraject, genaamd [traject] , gestart. In dit kader woont de man begeleid en heeft hij dagbesteding op een boerderij. Een dergelijk traject duurt volgens hem gemiddeld een jaar. Daarnaast volgt de man een ambulante behandeling van Novadic Kentron en staat op de wachtlijst voor cognitieve gedragstherapie. De vrouw weet van dit traject omdat de man haar steeds op de hoogte heeft gehouden. Tenslotte vindt de man dat, als nu niet tot een afwijzing van het verzoek wordt gekomen, een raadsonderzoek noodzakelijk is.
De Raad
4.4.
Namens de Raad is op de zitting het volgende aangevoerd. De Raad constateert dat er in de situatie van partijen al jarenlang sprake is van veel narigheid, met name als gevolg van de verslaving van de man. De vrouw en de kinderen hebben hierdoor al veel moeten doorstaan. Het is positief te noemen dat de man nu een traject is gestart om grip te krijgen op zijn verslaving en om zo zijn situatie te verbeteren. De behandeling is nog niet afgerond en waar de man nu staat is nog zeer pril. Hoe het zich verder gaat ontwikkelen moet nog blijken. De Raad acht het belangrijk dat er nu rust en duidelijkheid komt voor haar en de kinderen. De Raad adviseert dan ook het verzoek van de vrouw tot eenhoofdig gezag toe te wijzen. De Raad meent dat hier geen raadsonderzoek voor nodig is. Bovendien zou een raadsonderzoek, gelet op de wachtlijsten, betekenen dat de vrouw nog zeker negen maanden in onzekerheid moet blijven. De Raad acht dit niet in het belang van de kinderen en wil de rust die de vrouw nu met de kinderen ervaart en heeft bereikt, in stand houden.

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
In artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de rechter op verzoek van de ouders die niet met elkaar zijn getrouwd of een van hen, het gezamenlijk gezag kan beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In artikel 1:253n lid 2 BW staat dat artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing is. In dat artikel staat dat de rechter kan beslissen dat het gezag over een kind naar één ouder gaat als er een onacceptabel risico is dat, als allebei de ouders het gezag houden, dit kind erg klem komt te zitten tussen die ouders en het er niet naar uitziet dat dit binnen korte tijd verbetert. Het gezamenlijke gezag kan ook beëindigd worden als dat in het belang van het kind noodzakelijk is.
Gewijzigde omstandigheden
5.2.
De rechtbank overweegt dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. Zo is er onder meer sinds 22 november 2022 geen contact meer is tussen de man en de kinderen. Gelet hierop kan de vrouw worden ontvangen in haar verzoek. De rechtbank zal het verzoek daarom hierna inhoudelijk beoordelen en daarop beslissen.
Inhoudelijke beoordeling
5.3.
Voorop gesteld wordt dat de rechtbank over voldoende informatie beschikt om een verantwoorde beslissing te nemen over het verzoek aangaande het gezag over de kinderen. Geen aanleiding wordt gezien om (aanvullend) een onderzoek door de Raad uit te laten voeren. In dat opzicht volgt de rechtbank de Raad en gaat zij voorbij aan het standpunt van de man op dat punt.
5.4.
De rechtbank beslist dat de vrouw voortaan alleen het gezag over de kinderen heeft. Dit betekent dat zij voortaan alleen de beslissingen over hen mag nemen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.5.
In de wet staat dat de rechtbank het gezag van een ouder kan beëindigen als dit in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Dat is hier het geval. Op grond van de overgelegde stukken en wat tijdens de zitting is besproken is de rechtbank van oordeel dat er geen goede basis (meer) aanwezig is voor de uitoefening van het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De kinderen hebben turbulente jaren meegemaakt waarin zij onder meer werden geconfronteerd met een onvoorspelbare vader die regelmatig (problematisch) veel alcohol en drugs gebruikte. Het lukte de man niet een betrouwbare vader te zijn en de kinderen op de eerste plaats te zetten.
De rechtbank stelt voorts vast dat er al ruim twee jaar geen contact tussen de ouders is geweest en dat de man en de kinderen elkaar sinds 2022 niet meer hebben gezien. Ook daarvoor was de man, door zijn jarenlange heftige verslavingsproblematiek, al heel lang niet meer bij de opvoeding van de kinderen betrokken. Hij geeft daarmee al geruime tijd geen invulling aan zijn gezag. Dat betekent ook dat de man maar zeer beperkt deel uitmaakt(e) van het leven van de kinderen. De vraag is of de man en de kinderen elkaar (nu eigenlijk nog) echt kennen. Ook dat is een wezenlijk probleem om invulling en uitvoering te geven aan het gezag. Om gezagsbeslissingen te kunnen nemen die in het belang van een kind zijn is immers wel nodig dat de ouder voldoende kan beoordelen wat het kind nodig heeft.
Verder vindt de rechtbank relevant dat de vrouw heeft verklaard dat het gezamenlijk gezag haar veel spanning oplevert, nu voor haar altijd onzeker is of de man bereikbaar is en als dat het geval is, in welke staat hij is en wat hij zal gaan doen. Het is in het belang van de kinderen dat de draagkracht van de vrouw, als hoofdopvoeder, voldoende blijft en als dagelijkse opvoeder van de kinderen voortvarend alle (gezags)beslissingen over hen kan nemen die nodig zijn. De vrouw heeft inmiddels met de kinderen de voor hen noodzakelijke rust opgebouwd. Belangrijk is dat zij deze rust kan blijven voortzetten en voor de kinderen de beslissingen kan nemen die nodig zijn, zonder dat zij daarvoor afhankelijk is van de man.
Het is zeker positief te noemen dat de man een traject is gestart om van zijn (verslavings)problematiek af te geraken en zijn leven weer op de rails te krijgen, maar deze situatie is nog zeer pril en hij heeft nog een weg af te leggen. Hij is op 14 juli 2025 bij [traject] geplaatst en heeft een WMO indicatie voor begeleid wonen voor twee jaar. Daarbij heeft hij nu individuele behandeling, maar staat hij nog op de wachtlijst voor groepsbehandeling CGT. Dat moet nog starten.
Tenslotte geeft het feit dat de man in de afgelopen periode zijn medewerking heeft gegeven aan (gezags)beslissingen op dit moment onvoldoende zekerheid dat hij in de toekomst zijn medewerking zal blijven verlenen. Dit alles bij elkaar maakt dat het verzoek van de vrouw zal worden toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.6.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
Contactregeling
5.7.
In afwachting van het door de vrouw in te dienen verweer op het zelfstandig verzoek van de man en de daarop te plannen mondelinge behandeling, zal de behandeling van het zelfstandig verzoek van de man om een contactregeling en een verdeling van de vakanties en feestdagen te bepalen, worden aangehouden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
beëindigt het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2017 in [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats] ,
en bepaalt dat het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voortaan alleen aan de vrouw toekomt;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
houdt de behandeling van en iedere verdere beslissing op het zelfstandig verzoek van de man ter zake een contactregeling aan.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026 door mr. Haerkens-Wouters, rechter, in tegenwoordigheid van Van Beijsterveldt, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.