Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3152

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
18 april 2026
Zaaknummer
C/02/445641 / FA RK 26-1129
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Snoeks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens fragiele psychische toestand

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 18 maart 2026 een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden aan betrokkene, die lijdt aan een schizofreniforme stoornis. De zorgmachtiging is noodzakelijk omdat het herstel van betrokkene nog pril en te fragiel is, waardoor vrijwillige zorg niet toereikend is.

Tijdens de zitting met gesloten deuren zijn betrokkene, haar advocaat, begeleiders en psycholoog gehoord. Betrokkene gaf aan het goed te maken en haar medicatie te slikken, maar was bang haar woning te verliezen. De psycholoog en SPV’er benadrukten het risico op decompensatie en de fragiele situatie, waarbij ook incidenten met derden zijn geweest.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar stoornis, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en verplichte zorg is noodzakelijk om stabilisatie te bereiken.

De toegewezen vormen van verplichte zorg omvatten medicatietoediening, medische controles, opname in een accommodatie, beperking van bewegingsvrijheid en periodiek contact met een ambulant team. De machtiging geldt tot en met 18 maart 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden vanwege de fragiele psychische toestand van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445641 / FA RK 26-1129
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. H.M.Th. de Pont uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , begeleider [hulpverlening] ;
  • mevrouw [persoon 2] , SPV’er;
  • [persoon 2] , psycholoog.
1.3.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 13 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat het goed met haar gaat. Ze kan goed voor zichzelf zorgen. Betrokkene is blij met de begeleiding die ze krijgt vanuit de zorg; zo kan ze haar verhaal kwijt. Betrokkene is heel bang om haar woning te verliezen, ze woont hier heel graag. Betrokkene geeft aan nog last te hebben van de manier waarop ze naar eigen zeggen ‘uit haar woning is gesleurd’ voorafgaand aan de opname. Verder zegt betrokkene dat ze haar medicatie gewoon slikt.
4.2.
De begeleider van [hulpverlening] zegt dat het sinds de opname rustiger is bij betrokkene. Het gaat goed met haar; de situatie is stabiel. De begeleider van [hulpverlening] heeft regelmatig contact met betrokkene, ook op dagen dat ze niet langsgaat bij haar. Verder neemt betrokkene haar medicatie goed in.
4.3.
De psycholoog en SPV’er vinden dat de zorgmachtiging moet worden verlengd. Er bestaat nog steeds een risico op decompensatie en de situatie van betrokkene is nog te fragiel om alles los te laten. Ook roept betrokkene mogelijk agressie van anderen over zich af. Zo is er een incident geweest tussen betrokkene en iemand die bij haar aan de deur kwam. De psycholoog en SPV’er geven aan dat de psychiater ook aan hen heeft teruggekoppeld dat hij denkt dat de situatie over een half jaar heel anders kan zijn, waardoor het dan misschien zonder zorgmachtiging zou kunnen. Echter is het daar nu nog te vroeg voor.
4.4.
De advocaat zegt dat betrokkene en hij geen bezwaren hebben tegen een toewijzing van het verzoek. De advocaat zegt dat er incidenten zijn geweest, maar dat het al heel lang zonder problemen gaat. De advocaat zegt optimistisch te zijn over de afloop van de zaak die over de woning van betrokkene gaat. Een zorgmachtiging zou in die situatie ook helpend kunnen zijn voor betrokkene. Zo is het zeker dat betrokkene haar medicatie inneemt en dat er toezicht is. De advocaat zegt nog dat er mogelijk kan worden gekeken naar het eerder stoppen van verplichte zorg als het bijvoorbeeld over een paar maanden al niet meer nodig blijkt te zijn.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniforme stoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat uit de stukken blijkt dat betrokkene vanuit haar paranoïde wanen zeer angstig en achterdochtig is. Betrokkene heeft veel overlast veroorzaakt vanuit haar woning omdat ze schreeuwde en de muziek hard aan had staan. Ze was ervan overtuigd dat er een drugslab onder haar woning zat. Ook durfde ze haar woning niet uit te gaan, omdat ze bang was dat er in de tussentijd zou worden ingebroken.
Daarnaast heeft betrokkene veelvuldig met nooddiensten gebeld, die hierdoor onterecht en onevenredig belast werden. Verder dreigt betrokkene haar woning te verliezen omdat de woningbouwvereniging vanwege de overlast een uithuiszettingsprocedure is gestart. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het op dit moment beter gaat met betrokkene. Er zijn al een tijd geen incidenten meer geweest.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat betrokkene geen verband ziet tussen de huidige bereikte stabiliteit en de inname van medicatie. Ze ziet het nut er niet van in en heeft aangegeven zonder zorgmachtiging te stoppen met de medicatie. Tijdens de mondelinge behandeling geven betrokkene en haar advocaat aan geen bezwaar te hebben tegen een verlengde zorgmachtiging. Betrokkene zegt daarbij ook dat ze altijd haar medicatie inneemt. Echter vindt de rechtbank het herstel van betrokkene nog erg pril. De rechtbank is van oordeel dat het nog te kwetsbaar is om zorg op vrijwillig basis te kunnen verlenen. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De verschillende vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • periodiek contact met een ambulant team;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.1.
Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’ en ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen, omdat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat dit niet nodig is.
5.7.2.
De rechtbank bepaalt dat onder het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, moet worden verstaan ‘periodiek contact met een ambulant team.’ De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • periodiek contact met een ambulant team;
- opnemen in een accommodatie.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 23 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.