De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 18 maart 2026 uitspraak gedaan over het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn vader. De minderjarige kampt met agressieregulatieproblematiek, stemmingsproblemen en onverwerkte trauma’s. Hoewel er positieve gedragsveranderingen zijn, blijft de thuissituatie bij de vader gespannen en is er sprake van voortdurende strijd tussen de ouders.
De moeder en vader zijn beiden belast met het ouderlijk gezag, maar de hoofdverblijfplaats is formeel bij de moeder, terwijl de minderjarige op basis van de machtiging bij de vader woont. De moeder stemt niet in met de verlengingsverzoeken en uit zorgen over het welzijn van de minderjarige, terwijl de vader en GI de verlenging noodzakelijk achten om de stabiliteit en hulpverlening voort te zetten.
De kinderrechter heeft de minderjarige gehoord en concludeert dat ondanks de positieve ontwikkelingen de ernstige bedreigingen voor zijn ontwikkeling blijven bestaan. De communicatieproblemen tussen de ouders en de gespannen thuissituatie maken vrijwillige hulpverlening onvoldoende. Daarom wordt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader met ingang van 28 maart 2026 voor een jaar verlengd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.