De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 maart 2026 een beschikking gegeven over een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2009 in Syrië. De minderjarige verblijft sinds december 2025 in een gesloten accommodatie en het college verzoekt verlenging van de machtiging voor zes maanden, met het oog op zijn kwetsbare situatie en de noodzaak om terugval te voorkomen.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd de minderjarige gehoord, evenals zijn vader en vertegenwoordigers van het college. De minderjarige stemt in met de machtiging, maar had een andere verwachting over de duur. De vader ondersteunt het verzoek en uit zorgen over het langdurig ontbreken van schoolbezoek en wisselende verblijfplaatsen.
De kinderrechter weegt de ernst van de opvoed- en opgroeiproblematiek, de positieve stappen die de minderjarige heeft gezet, en het hulpverleningsplan waarin voorwaarden en begeleiding zijn vastgelegd. Gezien de kwetsbaarheid en de noodzaak van een stabiele omgeving wordt de machtiging voor zes maanden toegekend, met duidelijke voorwaarden en de mogelijkheid tot zelfstandigheidstraining. De beslissing is openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgelegd, met mogelijkheid tot hoger beroep.