ECLI:NL:RBZWB:2026:316

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
BRE 24/7979
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij aanmaningskosten inkomstenbelasting 2020

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanmaningskosten die in rekening zijn gebracht bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020. De ontvanger van de Belastingdienst heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de aanmaningskosten volledig verminderd.

De rechtbank heeft belanghebbende verzocht zijn financiële belang bij het beroep toe te lichten, maar belanghebbende heeft hier niet concreet op gereageerd. Gezien het feit dat de aanmaningskosten reeds zijn vernietigd, leidt het beroep niet tot een gunstiger resultaat voor belanghebbende.

Daarom oordeelt de rechtbank dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat de aanmaningskosten reeds zijn verminderd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/7979

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 16 oktober 2024. Het beroep ziet op de in rekening gebrachte aanmaningskosten bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020 met aanslagnummer [BSN].H.06.01.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat belanghebbende geen procesbelang heeft. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
2.1.
In de uitspraak op bezwaar wordt het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de aanmaningskosten volledig verminderd. De rechtbank heeft belanghebbende gevraagd wat zijn financiële belang is bij deze beroepsprocedure. Belanghebbende heeft gereageerd, maar gaat niet in op zijn financiële belang bij deze beroepsprocedure over de aanmaningskosten.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat de ontvanger in de uitspraak op bezwaar de in rekening gebrachte aanmaningskosten heeft vernietigd. Dit betekent dat belanghebbende voor deze aanmaning geen te betalen bedrag heeft en dat deze beroepszaak niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden. [1] Dit betekent dat er geen procesbelang meer is.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Vgl. Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43.