Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3162

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
19 april 2026
Zaaknummer
C/02/445760 / FA RK 26-1196
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging wegens psychotische stoornis en risico op bedrijfverlies

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een andere psychotische stoornis. Betrokkene voert aan dat het goed met hem gaat en dat hij geen bijwerkingen van medicatie ervaart, maar benadrukt dat het ophalen van medicatie belastend is vanwege zijn scheepvaartbedrijf.

De casemanager uitte zorgen over de continuïteit van medicatiegebruik zonder zorgmachtiging, wat kan leiden tot een psychotische ontregeling met ernstige gevolgen, waaronder het verlies van het bedrijf. De advocaat van betrokkene verzocht afwijzing van het verzoek.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel kan ondervinden bij het staken van medicatie, zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het beperkte ziekte-inzicht en eerdere medicatieweigering achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De zorgmachtiging wordt verlengd voor twaalf maanden met verplichte medicatietoediening en beperkingen in de vrijheid van betrokkene.

De beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de zorgmachtiging voor twaalf maanden vanwege het risico op ernstige psychische ontregeling en verlies van het scheepvaartbedrijf.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445760 / FA RK 26-1196
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026 via een online verbinding met betrokkene in een zittingszaal op de rechtbank in Breda. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon] , casemanager.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 18 april 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 18 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt naar voren dat het erg goed met hem gaat en dat hij geen bijwerkingen ervaart van de medicijnen. Wel benadrukt hij dat hij de reisafstand voor het ophalen van zijn medicijnen belastend vindt, aangezien hij een eigen scheepvaartbedrijf heeft en voortdurend aan het varen is, waaronder veel in België.
4.2.
De casemanager zegt dat er twijfels bestaan over de continuïteit van het medicatiegebruik indien er geen zorgmachtiging meer is. Vanwege de lange reisafstand bestaat de kans dat betrokkene de depotmedicatie niet meer zal ophalen. Indien een nieuwe psychotische ontregeling dreigt, staat er bovendien veel op het spel, waaronder het behoud van het bedrijf van betrokkene.
4.3.
De advocaat vraagt om afwijzing van het verzoek, aangezien het goed gaat met betrokkene.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrumstoornis en een andere psychotische stoornis. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de al meermaals gestelde diagnose, voor het laatst in de medische verklaring van de onafhankelijke psychiater.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat het ernstig nadeel zich zal openbaren wanneer betrokkene zijn medicatie staakt, hierdoor verergeren de psychotische klachten. Bij een psychotische ontregeling neemt het wantrouwen bij betrokkene toe. Eerder heeft hij contact met hulpverlening afgehouden en is hij angstig geweest voor vergiftiging, waardoor hij eten en drinken heeft geweigerd, met als gevolg aanzienlijk gewichtsverlies en ernstige verwaarlozing. Daarnaast was betrokkene in een dergelijke ontregeling nauwelijks bereid zijn woning te betreden, omdat hij in een waan verkeerde dat er straling aanwezig was. Hierdoor heeft betrokkene een zwervend bestaan geleid en heeft hij in verwarde toestand over een provinciale weg gelopen, met gevaar voor eigen leven. Betrokkene heeft inmiddels een eigen schip en personeel in dienst. Zodra betrokkene zal decompenseren, zal het voor hem onmogelijk worden om contracten na te komen met andere bedrijven en met zijn personeel, met het verlies van zijn bedrijf tot gevolg.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft een beperkt ziekte-inzicht en stelt dat hij geen psychische stoornis heeft. Hoewel betrokkene nu geen verzet vertoont tegen zijn medicatie, is in het verleden gebleken dat betrokkene zijn medicatie weigert omdat hij zijn werk belangrijker vindt. Als gevolg daarvan decompenseert betrokkene, waarbij het wantrouwen toeneemt. Gelet hierop heeft de rechtbank er onvoldoende vertrouwen in dat er met betrokkene afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 maart 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 3 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.