De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een andere psychotische stoornis. Betrokkene voert aan dat het goed met hem gaat en dat hij geen bijwerkingen van medicatie ervaart, maar benadrukt dat het ophalen van medicatie belastend is vanwege zijn scheepvaartbedrijf.
De casemanager uitte zorgen over de continuïteit van medicatiegebruik zonder zorgmachtiging, wat kan leiden tot een psychotische ontregeling met ernstige gevolgen, waaronder het verlies van het bedrijf. De advocaat van betrokkene verzocht afwijzing van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel kan ondervinden bij het staken van medicatie, zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het beperkte ziekte-inzicht en eerdere medicatieweigering achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De zorgmachtiging wordt verlengd voor twaalf maanden met verplichte medicatietoediening en beperkingen in de vrijheid van betrokkene.
De beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met de mogelijkheid tot cassatie.