De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2009, in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De minderjarige verblijft sinds februari 2026 op een crisisgroep en wil zelf op een groep geplaatst worden. De moeder stemt in met het verzoek, terwijl de vader niet is verschenen bij de zitting.
De minderjarige is sinds november 2022 onder toezicht gesteld van de GI, met verlengingen tot november 2026. Eerder was zij geplaatst bij de vader zonder gezag, maar dit is niet goed verlopen en er is sindsdien geen contact meer tussen vader en kind. De moeder heeft het ouderlijk gezag en kan zich vinden in de plaatsing.
De kinderrechter overweegt dat aan de wettelijke voorwaarden voor machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan. Er zijn zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige, die complex gedrag vertoont en vaak wegloopt. Plaatsing bij ouders of hun netwerk is momenteel niet mogelijk. De GI heeft een mogelijke plek gevonden waar gewerkt kan worden aan zelfstandigheid en herstel van contact met de vader.
De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. De machtiging geldt van 19 maart 2026 tot 8 november 2026. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak of betekening.