Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie na een afgifte door de burgemeester van Tilburg. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken vanwege ernstig psychisch nadeel en risico op levensgevaar.
Tijdens de zitting met gesloten deuren wordt betrokkene gehoord, bijgestaan door haar advocaat, evenals een GZ-psycholoog. Betrokkene wil graag terug naar huis en vindt voortzetting niet nodig, terwijl de psycholoog stelt dat zij nog verward is en extra zorg nodig heeft. De behandeling is recent overgenomen van het ziekenhuis en het medicatie- en behandeltraject wordt nog vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door een paranoïde psychose en afhankelijke persoonlijkheidsstoornis. Verplichte zorg is noodzakelijk om dit nadeel af te wenden, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname.
De rechtbank wijst het verzoek tot andere vormen van verplichte zorg af wegens gebrek aan noodzaak. Gezien de instabiliteit van betrokkene acht de rechtbank vrijwillige zorg onvoldoende. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorg is evenredig en effectief.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend tot en met 9 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.