Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3170

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
19 april 2026
Zaaknummer
C/02/445344 / JE RK 26-305
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Zuijdweg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens aanhoudende ontwikkelingsbedreiging en onveilige situatie

De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds 28 maart 2025 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI). De minderjarige woont bij de moeder, die positieve stappen heeft gezet in de thuissituatie, maar er blijven zorgen over de vader, die impulsief en onvoorspelbaar is.

De GI verzoekt de verlenging van de ondertoezichtstelling met een jaar, met het oog op de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige. De moeder stemt in met de verlenging en benadrukt dat contactherstel tussen de vader en de minderjarige geen doel is in de komende periode. De vader erkent de zorgen maar wil wel meewerken aan begeleid contact.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld: de bedreiging voor de ontwikkeling van de minderjarige is nog niet weggenomen, en de ouders zijn onvoldoende in staat om deze bedreiging zelfstandig weg te nemen. Er is geen contact tussen de ouders en onvoldoende communicatie in het belang van de minderjarige. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd voor de duur van een jaar en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445344 / JE RK 26-305
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), gevestigd te Amsterdam,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A.G. van Acker te Sint Jansteen,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.A. Broekman-de Feijter te Terneuzen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de vader;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- twee vertegenwoordigsters van de GI.
1.3.
Hoewel behoorlijk opgeroepen, is de vader niet verschenen.
1.4.
Met bijzondere toestemming van de kinderrechter was een begeleidster van de moeder van [hulpverlening] bij de zitting aanwezig

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
Bij beschikking van 28 maart 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 28 maart 2025 en tot 28 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek. De GI licht toe dat sprake is van een voorzichtige positieve ontwikkeling bij de moeder en [minderjarige] . Er zijn nog wel veel zorgen over de situatie van de vader. Het gaat namelijk niet goed met de vader en in overleg met de vader heeft de GI een melding gemaakt bij het Zorg- en Veiligheidshuis en contact gehad met de gemeente. Op dit moment vindt de GI de vader nog te onvoorspelbaar en zijn er twijfels of hij begeleidbaar is tijdens begeleide contacten met [minderjarige] . De GI wil daarom eerst de veiligheidsrisico’s inschatten om vervolgens bodemeisen op te stellen en te bezien of de vader daaraan kan voldoen. Pas dan kan worden onderzocht hoe het contact tussen [minderjarige] en de vader op een veilige manier kan worden vormgegeven.
4.2.
De moeder stemt in met de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder heeft een goede samenwerkingsrelatie met de jeugdbeschermer en benoemt dat de ondertoezichtstelling nodig is voor de veiligheid van [minderjarige] . De moeder zou zich namelijk niet veilig voelen als het contact tussen [minderjarige] en de vader wordt hersteld. Het gaat op dit moment namelijk niet goed met de vader en voorkomen moet worden dat [minderjarige] daarmee wordt geconfronteerd. Om die reden verzoekt de moeder in de beschikking op te nemen dat contactherstel tussen [minderjarige] en de vader geen doel is waar in de komende periode aan moet worden gewerkt.
4.3.
De vader is het eens met het verzoek. Er zijn nog steeds veel zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] en de doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald. Er is een omgangsregeling tussen [minderjarige] en de vader vastgesteld, maar hier is tot op heden niet aan gewerkt. Hoewel de vader inziet dat het niet goed met hem gaat, maakt dit niet dat er geen serieuze stappen moeten worden gezet in het contactherstel met [minderjarige] . De vader weet dat dit in kleine stapjes en onder begeleiding zal zijn en daar wil hij ook aan meewerken.

5.De beoordeling

Het wettelijk kader
5.1.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
5.2.
Op grond van artikel 1:260 BW Pro kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
De inhoudelijke beoordeling
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De kinderrechter constateert dat de moeder in de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet. Sinds de verhuizing naar een andere woning is er meer rust in de thuissituatie van de moeder en hoewel de moeder het nog erg lastig vindt om [minderjarige] los te laten, lukt dit haar steeds beter. Hierdoor is sprake van een voorzichtige positieve ontwikkeling. Tegelijkertijd is gebleken dat er nog verschillende zorgen zijn over de ontwikkeling van [minderjarige] . Deze zorgen zien op de situatie van de vader en op het uitblijven van contact tussen [minderjarige] en de vader. Gebleken is namelijk dat het al enige tijd niet goed gaat met de vader, dat de vader impulsief en onvoorspelbaar kan zijn en dat er nog onvoldoende zicht is op de situatie van de vader om een veilige en onbelaste contactregeling te kunnen realiseren. Hierdoor is het tot op heden nog niet gelukt om toe te werken naar contactherstel tussen [minderjarige] en de vader, waardoor zij elkaar inmiddels al bijna twee jaar niet hebben gezien. Daarnaast is gebleken dat er nog steeds sprake is van een sterke aanhankelijkheids- en afhankelijkheidsrelatie tussen [minderjarige] en de moeder, waarbij de moeder blijvende ondersteuning nodig heeft om de groei in autonomie en zelfvertrouwen van [minderjarige] duurzaam te bevorderen. Dit maakt dat de kinderrechter van oordeel is dat de zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] nog niet zijn weggenomen. Daar komt bij dat de kinderrechter van oordeel is dat de vader en de moeder onvoldoende in staat zijn om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] onder eigen verantwoordelijkheid weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Er is op dit moment namelijk geen contact tussen de vader en de moeder en gebleken is dat zij niet in staat zijn om met elkaar te communiceren over en in het belang van [minderjarige] . Daarbij betrekkende dat de moeder niet achter contactherstel tussen [minderjarige] en de vader staat, heeft de kinderrechter er onvoldoende vertrouwen in dat zonder de betrokkenheid van de jeugdbeschermer zal worden gewerkt aan bovengenoemde zorgen. De kinderrechter komt daardoor tot het oordeel dat een overdracht naar het vrijwillige kader nog niet mogelijk is.
5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal het – onweersproken – verzoek daarom toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de verzochte duur van een jaar.
5.6.
Verder verwacht de kinderrechter dat de GI stevig regie blijft voeren en de belangen van [minderjarige] blijft bewaken. Het is van belang dat in de komende periode zicht wordt verkregen op de situatie bij de vader zodat kan worden toegewerkt naar een vorm van contact tussen de vader en [minderjarige] , op een voor [minderjarige] veilige en verantwoorde manier. Hierbij verwacht de kinderrechter van de GI dat met de moeder wordt gewerkt aan emotionele toestemming voor het contact tussen [minderjarige] en de vader, nu de moeder ter zitting duidelijk naar voren heeft gebracht dat zij daar niet achter kan staan. Ook verwacht de kinderrechter dat verder wordt gewerkt aan het verminderen van de sterke aanhankelijkheids- en afhankelijkheidsrelatie tussen [minderjarige] en de moeder. Tot slot geeft de kinderrechter de GI mee dat het wellicht helpend kan zijn voor de vader om een buddy of een maatschappelijk werker te betrekken die hem kan ondersteunen en met hem kan meedenken.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 28 maart 2026 en tot 28 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van der Meer als griffier, en op schrift gesteld op 27 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.