De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1943. Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, wat leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De woning verkeert in een ernstige staat van vervuiling en verwaarlozing, waardoor thuiszorg niet mogelijk is.
Tijdens de zitting, gehouden bij betrokkene thuis, werden betrokkene, een psychiater en een medewerker van hulpverlening gehoord. De psychiater stelde dat betrokkene niet langer in staat is voor zichzelf te zorgen en dat opname en medicatie noodzakelijk zijn. De medewerker van hulpverlening bevestigde de slechte staat van de woning en de onmogelijkheid van thuiszorg. Betrokkene zelf weigerde opname en ontkende problemen.
De rechtbank oordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. De machtiging geldt voor zes maanden tot 19 september 2026.