De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen voor betrokkene, geboren in 1991, die momenteel verblijft in een zorgaccommodatie. Betrokkene lijdt aan een chronische psychotische stoornis binnen het schizofreniespectrum, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing, en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag.
De psychiater en casemanager stelden dat betrokkene zijn medicatie niet consequent inneemt en dat verplichte zorg noodzakelijk is om zijn geestelijke gezondheid te stabiliseren. Betrokkene zelf vond een machtiging van twaalf maanden te lang en ontkende overlast te veroorzaken, maar had geen bezwaar tegen opname. De advocaat voerde aan dat er onvoldoende ernstig nadeel was en verzocht primair afwijzing, subsidiair een kortere duur.
De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene recentelijk aangaf het niet eens te zijn met de zorgmachtiging en medicatie, waardoor het risico op psychische decompensatie bestaat. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, en opname in een accommodatie.
De machtiging wordt toegekend voor zes maanden, waarbij de toegewezen zorgvormen evenredig en effectief zijn geacht. De beschikking is op 19 maart 2026 mondeling gegeven en op 3 april 2026 schriftelijk vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.