Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3178

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
19 april 2026
Zaaknummer
C/02/440549 / FA RK 25-5150
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Bogaert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 3 IVRKArt. 1:266 lid 1 sub a BWArt. 1:275 lid 1 BWArt. 1:276 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogd over minderjarige in belang van ontwikkeling

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 maart 2026 een beschikking gegeven in een rekestprocedure van de Raad voor de Kinderbescherming over de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over een minderjarige geboren in 2025. De minderjarige verblijft sinds kort na geboorte in een pleeggezin en is inmiddels geplaatst in een aspirant adoptiegezin. De ouders, die de Poolse nationaliteit hebben, hebben aangegeven niet voor het kind te kunnen zorgen en wensen afstand te doen.

De Raad verzocht de beëindiging van het gezag van de moeder en de benoeming van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant tot voogd. De ouders waren niet verschenen op de zitting maar stemden in met het verzoek. De rechtbank stelde vast dat zij internationaal bevoegd was en dat Nederlands recht van toepassing is.

De rechtbank oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding kan dragen. Gezien de volhardende afstandswens en het ontbreken van een netwerk, is beëindiging van het gezag passend en noodzakelijk. De voogdij wordt aan de GI toegekend om de belangen van de minderjarige te behartigen en het adoptietraject te begeleiden.

De moeder moet rekening en verantwoording afleggen over het vermogen van de minderjarige aan de GI. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de moeder wordt beëindigd en Stichting Jeugdbescherming Brabant wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440549 / FA RK 25-5150
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Beschikking van de rechtbank over de gezagsbeëindiging
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Rotterdam,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2025 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
woonplaats kiezende op het adres van [stichting] in [plaats] ,
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Brabant,
gevestigd te Tilburg, hierna te noemen de GI.
Als informant wordt aangemerkt:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
woonplaats kiezende op het adres van [stichting] in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 oktober 2025;
  • de beschikkingen van deze rechtbank van 4 en 13 augustus 2026;
  • het rapport van de Raad van 29 januari 2026 met bijlagen;
  • de brief van [stichting] van 16 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De ouders zijn niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat de ouders wel juist zijn opgeroepen. [stichting] heeft namens de ouders de rechtbank op 16 februari 2026 bericht dat zij instemmen met het verzoek van de Raad en dat zij niet op de zitting zullen verschijnen.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikkingen van 4 en 13 augustus 2025 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Brabant.
2.2.
De rechtbank heeft bij die beschikking de GI belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] verblijft sinds kort na zijn geboorte in een pleeggezin.
2.4.
De GI heeft zich bij brief van 10 februari 2026 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.
2.5.
De ouders en [minderjarige] hebben de Poolse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt het gezag van de moeder te beëindigen en om de GI tot voogd over [minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad legt aan het verzoek ten grondslag dat [minderjarige] zodanig opgroeit dat hij ernstig wordt bedreigd in zijn ontwikkeling. De moeder is ook niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen binnen een voor de persoon en ontwikkeling van [minderjarige] aanvaardbare termijn. Om die reden wordt verzocht om het gezag van de moeder over [minderjarige] te beëindigen. De Raad heeft ter toelichting op het verzoek naar voren gebracht dat de moeder onverwacht is bevallen van [minderjarige] . De ouders hebben aangegeven niet voor [minderjarige] te kunnen zorgen. Zij zijn hierin begeleid door [stichting] . De ouders hebben afstand van [minderjarige] gedaan zodat hij kan worden geadopteerd. [minderjarige] is kort na zijn geboorte in een pleeggezin geplaatst. De ouders zijn een paar weken na de geboorte van [minderjarige] teruggekeerd naar Polen. Sinds 2 december 2025 verblijft [minderjarige] in een aspirant adoptiegezin. De aspirant adoptiefouders zijn in overleg en met toestemming van de moeder geselecteerd. [minderjarige] heeft een stabiele opvoedomgeving nodig waarbinnen hij zich kan hechten en waarin hij zich verder kan ontwikkelen. Zijn aanvaardbare termijn is om die reden beperkt. Hoewel ieder kind het recht heeft om bij zijn eigen ouders op te groeien, lijkt [minderjarige] hierop geen aanspraak te kunnen maken, gezien de volhardende afstandswens van de biologische ouders. De Raad is dan ook van mening dat een gezagbeëindigende maatregel op dit moment het meest in het belang van [minderjarige] is. De Raad verzoekt om de GI te belasten met de voogdij om op te komen voor zijn belangen, om begeleiding te kunnen bieden om een goede en gezonde ingroei bij het aspirante adoptiefgezin te garanderen en om een adoptieverzoek in de toekomst op een goede wijze te kunnen begeleiden.
4.2.
De vertegenwoordiger van de GI heeft tijdens de zitting aangegeven dat [minderjarige] zich goed ontwikkelt in het aspirant adoptiegezin. Hoewel de ouders duidelijk zijn in hun wens om afstand te doen van [minderjarige] , zijn zij wel bereikbaar. Ook zijn zij bereid om [minderjarige] later te informeren over de gang van zaken als hij daaraan behoefte heeft. De contacten met de ouders verlopen via [stichting] . Er is geen rechtstreeks contact geweest met de ouders. Gezien de vastberadenheid van de ouders ziet de GI geen aanleiding om aan te nemen dat zij terugkomen op hun huidige standpunt. De GI staat dan ook achter het verzoek van de Raad.

5.De beoordeling

Internationaal privaatrecht (IPR)

5.1.
Vanwege het feit dat de ouders en [minderjarige] de Poolse nationaliteit hebben, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of de rechtbank internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek.
5.2.
De Nederlandse rechter is bevoegd om van het verzoek kennis te nemen, aangezien [minderjarige] ten tijde van de indiening van het verzoek zijn gewone verblijfplaats in Nederland had. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is op het verzoek het Nederlands recht van toepassing.
Inhoudelijke beoordeling
5.3.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor een beëindiging van het gezag van de moeder is voldaan en zal het verzoek toewijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom.
5.4.
Het doel van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals een beëindiging van het gezag, is om de ontwikkelingsbedreiging van een minderjarige weg te nemen als een ouder daartoe niet in staat is. Het gevolg van het beëindigen van het gezag moet in een redelijke verhouding staan tot dat doel. Als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan met een gezagsbeëindiging, dan beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat een beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van een ouder en een minderjarige beoordeelt de rechtbank ook of de maatregel niet onnodig ingrijpend is. De belangen van een minderjarige staan voor de rechtbank bij haar beslissing voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van een ouder. [1]
5.5.
Naar het oordeel van de rechtbank wordt de ontwikkeling van [minderjarige] ernstig bedreigd en kan de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] niet binnen een aanvaardbare termijn dragen. [2] De moeder heeft na de geboorte van [minderjarige] aangegeven niet voor hem te kunnen zorgen. De ouders waren niet voorbereid op de geboorte van [minderjarige] en ook hun netwerk in Polen is niet op de hoogte van het bestaan van [minderjarige] . [minderjarige] is kort na zijn geboorte geplaatst in een pleeggezin en de ouders zijn teruggekeerd naar Polen. Zij zijn volhardend in hun standpunt dat zij [minderjarige] willen afstaan ter adoptie. Door deze omstandigheden wordt door de moeder geen invulling gegeven aan haar gezag en is ook te voorzien dat hierin geen verandering zal komen. Een beëindiging van het gezag van de moeder is dan ook in deze situatie een passende maatregel en in het belang van [minderjarige] noodzakelijk.
5.6.
Door de beëindiging van het gezag van de moeder is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [minderjarige] te kunnen nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [minderjarige] die voortaan deze gezagsbeslissingen neemt. [3] De GI heeft verklaard dat te willen doen. De rechtbank is van oordeel dat de GI de voogdij moet krijgen zodat de GI de belangen van [minderjarige] kan behartigen en deze ook de aspirant pleegouders, zo nodig, ondersteuning kan bieden in het te volgen traject tot de beoogde adoptie van [minderjarige] .
5.7.
De rechtbank zal bepalen dat de moeder aan de GI die tot voogd wordt benoemd rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van [minderjarige] . [4] Dit betekent dat zij de GI op de hoogte moet stellen van alle geldzaken die over [minderjarige] gaan, zodat de GI vanaf nu voor [minderjarige] de geldzaken kan regelen.
5.8.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [5]
5.9.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
beëindigt het ouderlijk gezag van
[de moeder], geboren op [geboortedag 2] 2006 in [geboorteplaats 2] (Polen), over
[minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2025 in [geboorteplaats 1] ;
6.2.
benoemt de
Stichting Jeugdbescherming Brabant, gevestigd in Tilburg tot voogd over genoemde minderjarige;
6.3.
bepaalt dat de moeder rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarige;
6.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026, in aanwezigheid van Boink als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 8 EVRM Pro en artikel 3 IVRK Pro.
2.Artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW.
3.Artikel 1:275, eerste lid, BW.
4.Artikel 1:276, eerste lid, BW.
5.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.