Belanghebbende verzocht op 16 april 2025 om wijziging van het basisregistratie inkomen 2021. De inspecteur stelde dit inkomen op 22 juli 2025 met terugwerkende kracht vast en wees daarmee het verzoek toe. Belanghebbende stelde de inspecteur in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een beslissing en stelde beroep in met verzoek om een dwangsom.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur bij een verzoek om ambtshalve vermindering van het basisregistratie inkomen niet verplicht is een voor bezwaar vatbare beschikking te nemen indien het verzoek wordt toegewezen. Omdat het verzoek van belanghebbende is toegewezen, staat hiertegen geen bezwaar of beroep open.
Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beschikking en de dwangsom. Belanghebbende kan het verzoek om een dwangsom voorleggen aan de civiele rechter. De rechtbank draagt het griffierecht terug aan belanghebbende en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.