De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen in een pleeggezin. De minderjarigen verblijven reeds geruime tijd in pleegzorg vanwege zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder, die verward gedrag vertoont en vermoedelijk psychotische belevingen heeft. De moeder is onvoldoende in staat een veilige en stabiele opvoedsituatie te bieden.
De kinderrechter weegt mee dat de minderjarigen zich goed ontwikkelen in het pleeggezin en dat het contact met de moeder begeleid en beperkt wordt vanwege haar gedrag. De vader stemt in met het verzoek, hoewel hij nog niet in staat is voor de kinderen te zorgen. De moeder verzet zich tegen verlenging en ziet geen noodzaak voor hulpverlening.
De kinderrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Op grond van de wettelijke bepalingen wordt de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 25 september 2026. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. De kinderrechter benadrukt het belang van een passende contactregeling en hoopt op medewerking van de moeder aan hulpverlening.