Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3185

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
19 april 2026
Zaaknummer
C/02/434289 FA RK 25-1949
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:185 BWWet Verevening Pensioenrechten na scheiding
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met zorgregeling, huurrecht en verdeling beperkte gemeenschap van goederen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 maart 2026 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw, gehuwd sinds 9 januari 2019. De minderjarige kinderen krijgen hun hoofdverblijf bij de vrouw, die tevens het huurrecht van de echtelijke woning toegewezen krijgt. De man heeft het recht op contact met de kinderen volgens een zorgregeling die zes maanden in de woning geldt en daarna elders voortgezet wordt indien hij geen zelfstandige woonruimte heeft.

De rechtbank heeft een uitgebreide belangenafweging gemaakt met betrekking tot het huurrecht, waarbij het belang van de kinderen en de vrouw om in de vertrouwde omgeving te blijven zwaarder woog dan het belang van de man, die tijdelijk bij zijn moeder woont. De zorgregeling omvat contact in oneven weken van vrijdag na school tot zondagavond en in even weken op woensdag na school tot avond.

De kinderalimentatie is vastgesteld op €127 per maand per kind, rekening houdend met een zorgkorting van 25%. De verdeling van vakanties, feestdagen en bijzondere dagen is gedetailleerd vastgesteld. De beperkte gemeenschap van goederen is ontbonden per 14 april 2025, waarbij de inboedel in onderling overleg wordt verdeeld, de auto aan de man wordt toegekend tegen vergoeding aan de vrouw, en de bankrekeningen worden gesaldeerd met een betaling van €741,70 van man aan vrouw.

De vrouw moet aan de man €2.308,65 betalen voor haar aandeel in de kosten van de huishouding, waaronder huur, gas, water, elektriciteit en gemeentelijke belastingen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek tot opname van een ouderschapsplan en convenant is ingetrokken en afgewezen.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met hoofdverblijf kinderen bij vrouw, huurrecht woning aan vrouw toegekend, zorgregeling en kinderalimentatie vastgesteld, en beperkte gemeenschap van goederen verdeeld.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummers: C/02/434289 FA RK 25-1949 (echtscheiding)
C/02/445543 FA RK 26-1075 (verdeling)
datum uitspraak: 19 maart 2026
beschikking betreffende echtscheiding
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. N.A. Boelhouwer,
en
[de man],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. E.C.A.E. Verschuren.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 14 april 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 17 april 2025 ontvangen aangepast verzoekschrift met bijlagen;
- het op 22 juli 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;
- het op 16 september 2025 ontvangen verweerschrift op zelfstandig verzoek met bijlagen;
- de brief van mr. Verschuren van 9 februari 2026 met bijlagen. Deze brief bevat een gewijzigd en aanvullend zelfstandig verzoek;
- de brief van mr. Verschuren van 13 februari 2026 met bijlage;
- de beschikking van deze rechtbank van 8 mei 2025 over het herstelbaar verzuim voor indiening van het betekeningsexploot;
- de brief van mr. Boelhouwer van 18 februari 2026 met bijlage;
- de beschikking voorlopige voorzieningen van 17 maart 2025.
1.2 De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat.

2.De feiten

2.1
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- zij zijn op 9 januari 2019 in de gemeente Veldhoven met elkaar gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen;
- uit hun huwelijk zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:
1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019,
2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2020;
- zij hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over een ouderschapsplan;
- zij hebben de Nederlandse nationaliteit;
- hun huwelijk is duurzaam ontwricht.

3.De verzoeken

3.1
De vrouw verzoekt, samengevat,
  • echtscheiding;
  • bepaling dat de minderjarigen hun hoofdverblijf zullen hebben bij haar;
  • bepaling dat zij de huurder van de echtelijke woning zal zijn;
  • vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen van € 250,= per maand per kind;
3.2
De man verzoekt, samengevat,
  • echtscheiding;
  • vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, waaronder een verdeling van vakanties, feestdagen en bijzondere dagen;
  • vaststelling van een door de vrouw te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen van € 51,= per maand per kind;
  • primair: bepaling dat hij de huurder van de echtelijke woning zal zijn,
subsidiair: indien het huurrecht aan de vrouw wordt toegekend, te bepalen dat de man het voortgezet gebruik van de echtelijke woning behoudt onder dezelfde voorwaarden als overeengekomen tijdens de zitting inzake de voorlopige voorziening, met de enkele wijziging dat het omgangsmoment op maandagmiddag naar woensdagmiddag gaat;
  • bepaling dat de vrouw aan de man haar aandeel dient te betalen in de kosten van de huishouding ter verrekening van de door de man gedane betalingen inzake deze kosten ter hoogte van € 8.797,05;
  • de Volkswagen Golf met [kenteken] toe te delen aan de man tegen een waarde van € 1.925,=, met verrekening van de helft van de waarde bij de verdeling van de inboedel;
  • bepaling dat partijen in onderling overleg overgaan tot verdeling van de gemeenschap-pelijke inboedel;
  • bepaling dat de rechtbank zodanige verdere of andere beslissingen neemt als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.

4.De beoordeling

Echtscheiding, ontbreken ouderschapsplan en ontvankelijkheid
4.1
De rechtbank acht de vrouw ontvankelijk in haar echtscheidingsverzoek. Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat het partijen niet lukt om allesomvattende afspraken over de minderjarigen te maken. Gelet op deze omstandigheden kan van de vrouw redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat een door beide partijen opgesteld en ondertekend ouderschapsplan wordt overgelegd. De man stemt in met het verzoek tot echtscheiding. Het verzoek tot echtscheiding ligt als op de wet gegrond voor toewijzing gereed.
4.2
Op de zitting heeft de vrouw haar oorspronkelijke verzoek om het (nog na te zenden) ouderschapsplan op te nemen in de beschikking ingetrokken. Dit ingetrokken verzoek behoeft niet meer te worden beoordeeld en wordt afgewezen.
Hoofdverblijf
4.3
De vrouw verzoekt het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij haar te bepalen. De man heeft daarmee ingestemd. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als op de wet gegrond toewijzen. Deze beslissing wordt in het belang van de minderjarigen geacht.
Huurrecht van de echtelijke woning aan [adres] te [woonplaats]
4.4
Aangezien beide partijen het huurrecht van de woning verzoeken en zij ieder de voor hen zwaarwegende argumenten naar voren hebben gebracht, zal de rechtbank hierna aan de hand van een belangenafweging beoordelen aan wie het huurrecht zal worden toegekend.
4.5
De rechtbank overweegt dat partijen op dit moment geen van beiden zicht hebben op een andere, zelfstandige (huur)woning via Wonen Breburg. Partijen hebben dan ook ieder een zwaarwegend belang bij het huurrecht van de woning, zodat het een lastige beslissing betreft.
4.6
De rechtbank zal het huurrecht van de woning toekennen aan de vrouw. Doorslaggevend daarbij is het belang van de minderjarigen om in hun vertrouwde woonomgeving te kunnen blijven, zodat zij naar dezelfde school en BSO kunnen blijven gaan. Het hoofdverblijf van de minderjarigen wordt bij de vrouw bepaald en de vrouw is hun hoofdverzorgende, zodat het belang van de vrouw om in de huurwoning te kunnen blijven om die reden zwaarder weegt. Tevens heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de man tijdelijk onderdak heeft bij zijn moeder in [plaats] , waar hij de mogelijkheid heeft de minderjarigen te ontvangen. De rechtbank begrijpt dat het voor de man (en voor zijn moeder) geen ideale situatie betreft, maar bij afweging van alle belangen weegt het belang van de vrouw en de minderjarigen om in de woning te kunnen blijven zwaarder.
Regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
4.7
De rechtbank heeft met partijen het verzoek van man over de zorgregeling en de daarin geschetste meerdere opties besproken. Na een schorsing hebben partijen medegedeeld dat zij zijn overeengekomen, dat indien de rechtbank zal beslissen dat de vrouw het huurrecht van de woning zal krijgen, zij de ten tijde van de voorlopige voorzieningen overeengekomen birdnesting-regeling voorzetten voor de duur van zes maanden na de datum van deze beschikking met enkele aanpassingen van die regeling. De rechtbank overweegt dat nu hiervoor is beslist dat het huurrecht aan de vrouw zal worden toegewezen, partijen gelet op hun verklaringen hierover op de zitting de volgende zorgregeling zullen uitvoeren:
in de oneven weken is de man gerechtigd tot het hebben van contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de echtelijke woning van vrijdag na school (waarbij de man de kinderen ophaalt) tot zondag 18.30 uur. Partijen hebben afgesproken dat zij ieder na gebruik de woning netjes voor de ander zullen achterlaten. Tevens hebben de man en de kinderen contact in de even weken op woensdag na de BSO (waarbij de man de kinderen bij voorkeur uiterlijk om 16.30 uur ophaalt) tot 18.30 uur na het avondeten.
Verder zijn partijen het erover eens dat indien de man over zes maanden na de datum van deze beschikking geen vervangende woonruimte zal hebben, deze (weekend)zorgregeling zal blijven doorlopen, maar dat dit niet meer in de echtelijke woning zal zijn.
4.8
Op de zitting is ook de verdeling van de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen besproken. Daarover hebben partijen de volgende overeenstemming bereikt:
Vakanties:
 Zomervakantie:
De kinderen verblijven drie weken bij de man, waarvan twee weken van de bouwvakvakantie en nog een (losse) week, en drie weken bij de vrouw, waarvan in ieder geval twee aaneengesloten weken;
In 2026 is de verdeling:
  • van 10 juli na school tot en met 18 juli 12.00 uur bij de vrouw;
  • van 18 juli 12.00 uur tot en met 1 augustus 12.00 uur bij de man;
van 1 augustus 12.00 uur tot en met 15 augustus 12.00 uur bij de vrouw;
van 15 augustus 12.00 uur tot en met 22 augustus 12.00 uur bij de man.
 Herfstvakantie, meivakantie en krokusvakantie: de reguliere regeling geldt, tenzij de man of de vrouw met de kinderen op vakantie wil gaan in die periode, dan is dat mogelijk.
De ouder bij wie de kinderen niet verblijven in het carnavalsweekend, heeft de kinderen op maandag en dinsdag zodat met hen carnaval kan worden gevierd;
 Kerstvakantie:
Een week bij de man en een week bij de vrouw, waarbij deze week jaarlijks wordt gewisseld.
Feestdagen en bijzondere dagen:
- Pasen:
Eerste paasdag: bij de ouder waar de kinderen dat weekend zijn op basis van de reguliere regeling. Tweede paasdag: bij de andere ouder. De wissel is op zondag na het eten om 18.30 uur.
  • Hemelvaart/Pinksteren: bij de ouder bij wie zij dat weekend al zijn en zij blijven daar ook op maandag. Indien deze feestdagen in een vakantie vallen, is de vakantieverdeling bepalend.
  • Koningsdag: bij de ouder bij wie zij niet zijn geweest met Pinksteren. Indien Koningsdag in een vakantie valt, is de vakantieverdeling bepalend.
  • Sinterklaas: bij de ouder op wie zij op basis van de reguliere regeling zijn.
  • Kerstmis: het ene jaar kerstavond en eerste kerstdag bij de ene ouder en tweede kerstdag bij de andere ouder; het volgende jaar andersom. Het wisselmoment is op eerste kerstdag om 19.00 uur.
  • Oudjaar en Nieuwjaar: bij de ouder waar de kinderen in de tweede week van de kerstvakantie zijn;
  • Vaderdag: bij de man van zaterdag 18.30 uur tot en met zondag 18.30 uur (als zij dat weekend niet bij de man zijn;
  • Moederdag: bij de vrouw van zaterdag 18.30 uur tot en met zondag 18.30 uur (als zij dat weekend niet bij de vrouw zijn)
De kinderen kunnen naar de verjaardag van opa en oma gaan vanaf zondag 15.00 uur als deze verjaardag op Vaderdag of Moederdag valt.
  • Verjaardagen van de kinderen: bij de ouder bij wie zij volgens de reguliere regeling zijn. De andere ouder heeft de gelegenheid op de verjaardag van het kind te zijn.
  • Verjaardagen van de ouders: op basis van de reguliere regeling. De jarige ouder mag de kinderen na school ophalen en brengt hen na het avondeten weer terug.
  • Studiedagen school: verdelen in onderling overleg, in september van het schooljaar als de betreffende studiedagen bekend zijn.
Kinderalimentatie
4.9
Bij het bepalen van de behoefte aan een onderhoudsbijdrage en de financiële draagkracht om die te voldoen hanteert de rechtbank de uitgangspunten, zoals deze zijn neergelegd in de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie.
4.1
Tussen partijen staat vast dat de behoefte van de minderjarigen € 638,= per maand per kind bedraagt. Zij zijn het er ook over eens dat de draagkracht van de man om in die behoefte te voorzien € 403,= per maand is en de draagkracht van de vrouw € 531,= per maand. De gezamenlijke draagkracht is dus € 934,= en het tekort € 341,= per maand. Daarbij is op de zitting verwezen naar de overgelegde berekening, die op verzoek van partijen aan deze beschikking zal worden gehecht. Partijen zijn het er ook over eens dat de man de kinderalimentatie met ingang van de datum van deze beschikking dient te voldoen.
4.11
Het enige geschilpunt van partijen betreft de zorgkorting. Volgens de vrouw is de zorgkorting 15% (dit leidt tot een kinderalimentatie van € 185,= per maand) en volgens de man 25% (dit leidt tot een zorgkorting van € 127,= per maand). De rechtbank overweegt dat de man aanspraak kan maken op een zorgkorting van 25% gelet op de reguliere zorgregeling en de verdeling van vakanties en feestdagen. Dit betekent dat de man met ingang van de datum van deze beschikking een kinderalimentatie dient te voldoen aan de vrouw van € 127,= per maand per kind.
Verdeling van de huwelijksgemeenschap
4.12
Partijen hebben geen huwelijkse voorwaarden laten opstellen en zijn na 1 januari 2018 getrouwd. Dat betekent dat voor hen de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen geldt.
4.13
Door de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding is die gemeenschap op 14 april 2025 ontbonden. Dat betekent in beginsel dat de goederen die op die datum (de zogeheten ‘peildatum’) tot de beperkte gemeenschap behoorden, moeten worden verdeeld. Van de schulden die op de peildatum tot de beperkte gemeenschap behoorden, moet worden vastgesteld wie onderling welk deel daarvan moet betalen (ook wel de ‘interne draagplicht’ genoemd). Tot de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen behoren alle goederen die al vóór het huwelijk samen van partijen waren en alle goederen die zij ieder tijdens het huwelijk en vóór de hiervoor genoemde datum van ontbinding hebben verkregen. Daarvan zijn (onder meer) uitgezonderd erfenissen en giften, maar ook pensioenrechten die al op basis van de wet moeten worden verevend. Wat de schulden betreft, behoren tot de gemeenschap die schulden waarvan partijen al samen schuldenaar waren vóór het huwelijk en alle schulden die zij ieder tijdens het huwelijk en vóór de hiervoor voornoemde datum van ontbinding zijn aangegaan. Daarvan zijn uitgezonderd (onder meer) de schulden die betrekking hebben op goederen die niet tot de gemeenschap behoren.
4.14
De rechtbank zal hierna eerst in kaart brengen welke goederen deel uitmaken van de ontbonden gemeenschap. Daarna zal de rechtbank per goed de verdeling vaststellen of de wijze van verdeling gelasten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat ieder van partijen recht heeft op de helft van de waarde van de goederen. Voor de waarde van de goederen geldt dat de rechtbank in beginsel kijkt naar de waarde die de goederen hebben op het moment van de verdeling.
4.15
Tussen partijen is niet in geschil dat er op de peildatum geen schulden tot de ontbonden gemeenschap behoorden.
4.16
Partijen zijn het erover eens dat op de peildatum de volgende goederen tot de gemeenschap behoren:
a. de inboedel van de woning aan [adres] te [woonplaats] ;
b. het saldo op de bankrekening bij ABN Amro op naam van de man met nummer
[iban 1] (betaalrekening);
c. het saldo op de bankrekening bij ABN Amro op naam van de man met nummer
[iban 2] (spaarrekening);
d. de saldi op de bankrekeningen op naam van de vrouw;
e. de auto van het merk Volkswagen Golf met [kenteken] .
De inboedel van de woning (post a.)
4.17
Partijen zijn het erover eens de inboedelgoederen in onderling overleg verdeeld moet worden. Ook zijn zij het erover eens dat de man zijn goederen uiterlijk één maand na de datum van deze beschikking komt ophalen uit de woning.
De saldi op de bankrekeningen (post b., c. en d.)
4.18
Tussen partijen is niet in geschil dat op de betaalrekening van de man met nummer [iban 1] op de peildatum (in dit geval 14 april 2025) een saldo stond van € 1.301,69 en op zijn spaarrekening met nummer [iban 2] een saldo van € 282,01. Op de betaalrekening van de vrouw stond een saldo van € 39,50 en op haar spaarrekening een saldo van € 60,80. Partijen zijn het erover eens dat zij ieder de bankrekeningen die op zijn/haar naam staan zullen behouden en dat zij ieder de helft van de positieve saldi van zijn of haar bankrekening aan de ander moeten uitkeren. Dit heeft ertoe geleid dat zij het erover eens dat de man een bedrag van € 741,70 dient te voldoen aan de vrouw.
De auto (post e.)
4.19
Partijen zijn het erover eens dat de auto aan de man kan worden toebedeeld, maar zij verschillen van mening over de waarde van de auto. Volgens de man bedraagt de waarde op grond van de door hem ingediende ANWB-koerslijst € 1.925,=. Volgens de vrouw bedraagt de waarde € 2.400,=. De rechtbank acht het redelijk, daar waar de vrouw het huurrecht van de woning krijgt en de man ter uitvoering van de zorgregeling heen en weer dient te rijden, om het standpunt van de man te volgen. Dit betekent dat de auto wordt toebedeeld aan de man, tegen vergoeding van een bedrag van € 962,50 aan de vrouw.
4.2
Voor zover de man heeft verzocht dit te laten verrekenen met de waarde bij de verdeling van de inboedel zal de rechtbank dit verzoek in zoverre afwijzen, gelet op de hiervoor weergegeven overeenstemming over de verdeling van de inboedel.
4.21
Zoals hiervoor is overwogen, zijn partijen het eens over de verdeling van een aantal vermogensbestanddelen. Voor die bestanddelen zal de rechtbank geen beslissing opnemen in het dictum, omdat er in dat geval geen taak is weggelegd voor de rechter gelet op het bepaalde in artikel 3:185 BW Pro. Partijen moeten uitvoering geven aan de gemaakte afspraken.
4.22
Op de zitting heeft de vrouw haar oorspronkelijke verzoek om het (nog na te zenden) convenant op te nemen in de beschikking ingetrokken. Dit ingetrokken verzoek behoeft niet meer te worden beoordeeld en wordt afgewezen.
Kosten van de huishouding
4.23
De man heeft verzocht te bepalen dat de vrouw aan hem een bedrag van € 8.797,05 dient te voldoen ter zake haar aandeel in de door de man betaalde kosten van de huishouding. De man stelt dat de vrouw gelet op haar inkomen voor 47% kan bijdragen in die kosten en de man voor 53%. Deze verdeelsleutel heeft hij verwerkt in de door hem ingediende overzichten waarop deze kosten zijn vermeld over de periode van 1 mei 2025 tot en met 31 januari 2026. Het gaat om: de huur van de woning ter hoogte van € 3.592,03, OXXIO (gas en stroom) ter hoogte van € 454,96, Brabant Water ter hoogte van € 177,66, EnNatuurlijk (verwarming) ter hoogte van € 445,88, Odido (internet en tv) ter hoogte van € 140,31 en de gemeentelijke belastingen ter hoogte van € 132,=.
4.24
De vrouw heeft in haar brief van 18 februari 2026 op dit verzoek van de man gereageerd. Zij geeft aan dat partijen overeenstemming hebben over de verdeelsleutel: vrouw 43% en de man 57%. Ten aanzien van de huur heeft zij aangegeven dat van de in totaal tien maanden de man zeven maanden heeft betaald (mei tot en met november 2025) met als totaalbedrag € 5.854,94 en de vrouw drie maanden (december 2025 tot en met februari 2026) met als totaalbedrag € 2.509,=. Met toepassing van de verdeelsleutel dient de vrouw nog aan de man te voldoen een bedrag van € 1.087,34. Ten aanzien van OXXIO, EnNatuurlijk en Brabant Water zijn de totale kosten € 2.295,= en dient de vrouw € 987,= te voldoen aan de man. Ten aanzien van de gemeentelijke belastingen dient de vrouw een bedrag van € 94,= te voldoen aan de man. Ten aanzien van de kosten van Odido is zij van mening dat deze volledig voor rekening van de man komen, aangezien zij zelf een internetabonnement heeft afgesloten en heeft betaald.
4.25
Op de zitting is het door de man ingediende overzicht over de kosten van de huishouding en de schriftelijke reactie daarop van de vrouw besproken. Daarbij is gebleken dat partijen het grotendeels eens zijn over de afwikkeling van de kosten van de huishouding. Ten aanzien van de huurkosten stemt de man in met het standpunt van de vrouw, zodat de vrouw aan de man dient te voldoen een bedrag van € 1.087,34. Ten aanzien van de kosten van OXXIO, Brabant Water en EnNatuurlijk alsmede de gemeentelijke belastingen is de man ook akkoord met de vrouw, zodat de vrouw aan de man dient te voldoen een bedrag van € 987,= en € 94,=. Partijen verschillen echter van mening over de kosten van Odido. Op de zitting heeft de vrouw verklaard dat zij, nadat de man zich had uitgeschreven van het adres van de echtelijke woning, is begonnen met de verzekeringen en dergelijke op haar naam te zetten. Zij heeft niet met de man gecommuniceerd dat zij een nieuw internetabonnement heeft afgesloten. De rechtbank stelt vast dat dit tot de situatie heeft geleid dat er twee internetabonnementen waren op hetzelfde adres. Overwogen wordt dat deze situatie voor rekening en risico komt van de vrouw. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de vrouw aan de man dient te voldoen een bedrag van € 140,31 in verband met de kosten van Odido zoals vermeld in het overzicht van de man. Dit betekent dat de vrouw aan de man dient te voldoen een totaalbedrag van € 2.308,65.
Overig
4.26
De man stelt zich op het standpunt dat de door partijen tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioenaanspraken zullen worden vervend conform de in de Wet Verevening Pensioenrechten na scheiding opgenomen standaardregeling. Hij merkt op dat hij inzage in het pensioen van de vrouw nodig om dit na de scheiding af te wikkelen. De vrouw heeft op de zitting toegezegd om haar pensioenoverzicht naar de man zal sturen.
Proceskosten
4.27
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op 9 januari 2019 in de gemeente Veldhoven met elkaar gehuwd;
5.2
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de minderjarigen
1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019,
2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2020,
hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw;
5.3
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en genoemde minderjarigen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:
  • in de oneven weken van vrijdag na school (waarbij de man de kinderen ophaalt) tot zondag 18.30 uur;
  • in de even weken op woensdag na de BSO (waarbij de man de kinderen bij voorkeur uiterlijk om 16.30 uur ophaalt) tot 18.30 uur na het avondeten;
  • voor een periode van zes maanden vanaf de datum van deze beschikking wordt deze zorgregeling uitgevoerd in de (voormalige) echtelijke woning en indien de man na het verstrijken van deze periode van zes maanden geen zelfstandige woonruimte heeft zal deze zorgregeling blijven doorlopen, maar dit zal elders zijn en dus niet meer in de (voormalige) echtelijke woning;
5.4
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en de vrouw de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen van de minderjarigen met elkaar verdelen als vermeld in rechtsoverweging 4.8. van deze beschikking;
5.5
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man met ingang van de datum van deze beschikking ten behoeve van de verzorging en opvoeding van genoemde minderjarigen aan de vrouw, voor de toekomst bij vooruitbetaling, moet voldoen een bedrag van € 127,= (honderdzevenentwintig euro) per maand per kind;
5.6
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw vanaf de dag dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de echtelijke woning, gelegen aan [adres] , [woonplaats] ;
5.7
gelast de wijze van verdeling van wettelijke beperkte gemeenschap van goederen ten aanzien van de auto van het merk Volkswagen Golf met [kenteken] :
deelt deze toe aan de man en veroordeelt de man om ter zake een bedrag van € 962,50 aan de vrouw te betalen;
5.8
bepaalt dat de man aan de vrouw dient te betalen het bedrag van € 2.308,65 ter zake de kosten van de huishouding;
5.9
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.1
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Willemsen, en, in tegenwoordigheid van mr. Tillie, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.