De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 maart 2026 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van twaalf maanden. De minderjarige wordt ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd door langdurige spanningen en wantrouwen tussen de ouders, die het niet lukt om samen te werken in het belang van het kind.
De minderjarige woont bij de vader en is sinds januari 2023 onder toezicht gesteld, met meerdere verlengingen. De zorg- en opvoedingstaken zijn verdeeld volgens een rooster waarbij het kind in wisselende weken bij beide ouders verblijft en gebruikmaakt van dagbehandeling. De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling vanwege de blijvende ontwikkelingsbedreiging en het ontbreken van voldoende vrijwillige hulpverlening.
De ouders erkennen de problemen en stemmen in met de ondertoezichtstelling, hoewel zij twijfels uiten over het effect ervan. De gecertificeerde instelling is bereid de ondertoezichtstelling uit te voeren en verwacht inzet van beide ouders. De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld, met name vanwege de ernstige bedreiging van de sociaal-emotionele, spraak- en motorische ontwikkeling van het kind, en het risico op loyaliteitsconflicten.
De beschikking bevat concrete doelen, zoals het bevorderen van emotionele veiligheid, het versterken van gehechtheidsrelaties, het verbeteren van de voorspelbaarheid van wisselmomenten en het stimuleren van parallel solo ouderschap met minimale communicatie. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.