Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3191

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/445394 / JE RK 26-323
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van twee minderjarigen wegens ontwikkelingsbedreiging en instabiele thuissituatie

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2018 en 2019, die bij hun vader wonen. De moeder kampt met persoonlijke problematiek en verblijft tijdelijk bij familie in afwachting van een klinische opname. De vader erkent de hulpbehoefte van de kinderen, maar ontkent zorgen over zijn draagkracht.

De kinderrechter constateert dat de kinderen gedragsproblemen vertonen, met name de oudste die moeite heeft met emotieregulatie en mogelijk slachtoffer is van seksueel grensoverschrijdend gedrag, hoewel dit niet bevestigd is. De kinderen hebben een onveilige en instabiele opvoedingsgeschiedenis, getuige huiselijk geweld en spanningen tussen ouders na hun relatiebreuk.

De moeder is recentelijk betrokken geweest bij situaties die de veiligheid van de kinderen bedreigen, waaronder vermoedelijk middelengebruik. De kinderrechter acht een ondertoezichtstelling noodzakelijk om de ontwikkeling van de kinderen te beschermen, therapie te bieden en de ouders te ondersteunen bij samenwerking en opvoeding.

De beschikking stelt de kinderen voor de duur van een jaar onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaarheid bij voorraad. De ouders en de gecertificeerde instelling werken mee aan het traject gericht op stabiliteit, therapie en verbetering van de opvoedingssituatie.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de twee minderjarigen voor de duur van een jaar onder toezicht van de gecertificeerde instelling met onmiddellijke ingang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445394 / JE RK 26-323
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. T. Möller uit Tilburg.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg, hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met mr. J.J.A. van Roessel, ter zitting waarnemend voor mr. T. Möller;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- twee vertegenwoordigers van de GI (aanwezig via een Teams-verbinding).

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun vader.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
Namens de Raad is naar voren gebracht dat het op dit moment belangrijk is dat de moeder stabiliteit ervaart en zal beschikken over passende woonruimte. De Raad handhaaft het verzoek.
4.2.
Door en namens de moeder is aangevoerd dat zij momenteel bij familie verblijft. Er staat op 4 mei 2026 een klinische opname gepland bij [kliniek] in [plaats] en tot die tijd kan zij bij haar familie terecht. De moeder heeft dit zelf geregeld, aangezien er bij [hulpverlening] sprake is van enorme wachtlijsten. De klinische opname duurt zes weken. De moeder geeft aan dat zij ook zicht heeft op een woning voor het traject erna. De moeder stemt in met een ondertoezichtstelling omdat zij het belangrijk vindt dat er een organisatie komt die regie gaat pakken. Op dit moment wijzen alle instanties naar elkaar en de moeder komt daardoor niet verder.
4.3.
Door en namens de vader is aangevoerd dat hij instemt met het verzoek van de Raad. De vader ziet dat de minderjarigen hulp nodig hebben. De samenwerking met de moeder verloopt niet zonder problemen en de vader wil daar graag hulp bij. De vader herkent de zorgen over zijn draagkracht niet.
4.4.
Namens de GI is aangevoerd dat zij bereid is om de ondertoezichtstelling uit te voeren. De zaak stroomt binnen bij het PIT (Provinciaal Instroom Team) waardoor urgente zaken met spoed opgepakt zullen worden.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
[minderjarige 1] laat zowel thuis als op school forse gedragsproblemen zien waarbij zij moeite heeft met het reguleren van emoties en impulsen. Zij gaat niet volledig naar school en heeft intensieve begeleiding nodig op de momenten dat zij wel op school is. Er zijn zorgen over haar ontwikkeling die voortkomt uit onrust, mogelijk door seksueel grensoverschrijdend gedrag (misbruik). Deze zorg is overigens niet bevestigd door onderzoeken of de informatie die de Raad heeft ontvangen.
[minderjarige 2] zoekt op school grenzen op en kan wat clownesk gedrag vertonen. School ziet dat [minderjarige 2] moeite heeft met het uiten en reguleren van zijn emoties en impulsen. Hij heeft moeite met verandering en kan dan boos worden. Hij lijkt zich niet altijd fijn te voelen als hij samen met [minderjarige 1] is. Zij hebben veel ruzie.
De zorgen over hun ontwikkeling kunnen mogelijk voortkomen uit het feit dat zij in het verleden een onveilige en instabiele opvoedingsomgeving hebben gehad. Zij zijn getuige geweest van verbaal en fysiek geweld in een vorige relatie van de moeder. Met name [minderjarige 1] maakt zich erg veel zorgen over haar moeder.
Ook hebben beide kinderen veel spanning meegemaakt tussen hun ouders rondom hun relatiebreuk. Dit heeft ook gezorgd voor grote veranderingen in hun leven. Zo is [minderjarige 1] gewisseld van woonplek (van vader naar moeder en weer terug naar vader met begeleid contact met moeder). Dit zorg voor een gebrek aan stabiliteit.
Ook zijn er in het raadsonderzoek zorgen gerezen over de draagkracht van vader. Met name [minderjarige 1] vraagt veel van haar opvoeder. [minderjarige 1] geeft ook aan dat zij wil dat papa minder boos op haar wordt. [minderjarige 2] heeft dezelfde wens geuit. Binnen de ondertoezichtstelling zal meer zicht moeten komen op de draagkracht van de vader.
De moeder kampt met persoonlijke problematiek waardoor zij niet in staat is de minderjarigen voldoende veiligheid en begrenzing te bieden. De moeder verbleef tot voor kort met [de halfzus] in groep 1 van [groep], een groep met 24-uurs toezicht omdat er zorgen waren over de veiligheid. De moeder liet personen binnen die niet veilig waren voor zowel moeder als [de halfzus]. Ook is er onlangs een zakje met wit poeder op haar kamer gevonden, waardoor er vermoedens zijn van middelengebruik. Momenteel verblijft de moeder bij familie in afwachting van een klinische opname. Zij stelt zich meewerkend op en de kinderrechter spreekt de hoop uit dat de moeder deze positieve lijn weet vast te houden. Ook de vader heeft uitgesproken dat hij de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkent en bereid is mee te werken met de ondertoezichtstelling.
Binnen de ondertoezichtstelling zal gewerkt moeten worden aan de volgende doelen:
- [minderjarige 2] en [minderjarige 1] [minderjarige 2] ontwikkelen zich positief ( [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen last van
nare/ traumatische herinneringen aan huiselijk geweld tussen moeder en een ex-
partner, [minderjarige 2] uit zijn gedachten en gevoelens, [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben een gezonde
emotieregulatie, [minderjarige 1] gaat weer volledig naar school, [minderjarige 2] en [minderjarige 1] maken een
gezonde seksuele ontwikkeling door);
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een veilige, voorspelbare opvoedsituatie, waar ze
kunnen bouwen en vertrouwen op hun ouders en zij een gezonde hechtingsrelatie
kunnen aangaan.
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] leren hun halfzusje en halfbroers beter kennen.
Hiervoor is het noodzakelijk dat de minderjarigen therapie zullen volgen. In eerste instantie vaktherapie waarbij zij leren om hun gedachten en emoties goed te uiten en waarbij duidelijk moet worden wat zij nodig hebben. Daarnaast zal ook traumabehandeling nodig zijn gezien hun belaste verleden.
De ouders zullen aan de slag moeten met een vorm van ouderschapsbemiddeling zodat er weer een vorm van samenwerking zal worden gevonden. De hulp van de Gezinsadvocaat lijkt hierin ontoereikend. Ook is het belangrijk dat de moeder zal verhuizen naar een omgeving die kindvriendelijk is. Vanuit die situatie kan zij gebruik maken van opvoedingsondersteuning en zal er meer zicht komen op haar opvoedkwaliteiten, alsmede traumabehandeling om haar persoonlijke stabiliteit te vergroten.
5.2.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 20 maart 2026 tot 20 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking zal worden verstrekt aan de GI.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van Rozendaal als griffier, en op schrift gesteld op 27 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s- Hertogenbosch . Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.