Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3193

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/445965 / FA RK 26-1294
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Gremmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens vasculaire dementie

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1949, die lijdt aan vasculaire dementie. Betrokkene vertoonde ernstig nadeel door zijn aandoening, waaronder suïcidepogingen, vergeetachtigheid, wanen, verwaarlozing en sociaal isolement. Ondanks het verzet van betrokkene is opname noodzakelijk om levensgevaar en ernstige schade te voorkomen.

Tijdens de zitting, gehouden op 20 maart 2026, werden betrokkene, zijn mentor, zorgcoördinator en casemanager gehoord. De casemanager en zorgcoördinator bevestigden de ernst van de situatie en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven. Betrokkene toonde ambivalentie over opname; hij erkende deels de noodzaak maar verzette zich ook.

De rechtbank concludeerde dat voldaan is aan de wettelijke criteria voor een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). De machtiging wordt verleend voor de duur van drie maanden, korter dan het door het CIZ gevraagde half jaar, om betrokkene de kans te geven vrijwillig te berusten in opname. De beschikking is op 20 maart 2026 mondeling gegeven en op 30 maart 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor drie maanden wegens ernstig nadeel en verzet van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445965 / FA RK 26-1294
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [naam 1] , mentor;
  • de heer [naam 2] , zorgcoördinator;
  • mevrouw [naam 3] , casemanager dementie;

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Wanneer door de rechtbank de vraag wordt gesteld of betrokkene naar een verpleeghuis wil gaan, antwoordt hij ‘dat zal dan moeten’ en ‘ik kan niet alles zelf doen’. Betrokkene zegt vervolgens dat hij het niet nodig vindt. Betrokkene bevestigt dat hij af en toe wat vergeetachtig is en dat hij weleens vergeet te eten of zijn fornuis aan laat staan. Hij geeft aan zijn eten op te eten als er boodschappen voor hem worden gedaan.
3.2.
De casemanager zegt dat betrokkene suïcidepogingen heeft gedaan. Betrokkene heeft een brief gekregen waarin staat dat hij niet meer mag autorijden. Mogelijk is dat de aanleiding geweest voor de suïcidepogingen. Ze hadden grote zorgen en waren bang dat betrokkene zou overlijden. Na een week ebde dit gedrag weg. Daarnaast doet hij met ontbloot bovenlijf de voordeur open en heeft hij last van wanen. De casemanager zegt dat betrokkene medicatie heeft gekregen, maar steeds vergeetachtiger wordt. De tijd haalt hem in. De maximale zorg is in de thuissituatie ingezet. Er is aanstaande maandag plek in [verpleeghuis] . Een vrijwillige opname is niet mogelijk gezien zijn verzet. Betrokkene is bij de [accommodatie] geweest, maar hij vond deze kamer niet goed, waardoor hij daar niet heen wilde. Verder zegt de casemanager dat ze moeilijk kan inschatten of het verzet afneemt als betrokkene opgenomen is. Hij is daarin erg ambivalent.
3.3.
De zorgcoördinator sluit zich aan bij de casemanager en voegt daaraan toe dat betrokkene soms meteen de deur open doet, maar dat er soms meerdere keren moet worden aangebeld.
3.4.
De mentor vindt het prettig als betrokkene vrijwillig mee zou gaan naar een verpleeghuis. Betrokkene zou echter tegen een Thebe medewerker hebben gezegd dat wanneer het hem elders niet bevalt, hij weer naar huis gaat. De mentor zegt dit verzet van betrokkene zelf niet waargenomen te hebben, maar ze geeft ook aan dat ze betrokkene niet dagelijks ziet.
3.5.
De advocaat zegt dat betrokkene gisteren nog zei dat hij het eens was met een opname. Hij had van de begeleiders ook begrepen dat er geen verzet meer was. Tijdens de zitting blijkt er toch ambivalentie te zijn. Het zou kunnen dat betrokkene tijdens de opname wat meer berust en een rechterlijke machtiging niet meer nodig is. Daarom pleit de advocaat voor een vrijwillige opname. Anderzijds zegt de advocaat zich er niet tegen te verweren als de rechtbank voor zekerheid kiest en de rechterlijke machtiging toe wijst.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk vasculaire dementie.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene ondersteuning nodig heeft bij dagelijkse taken zoals eten en drinken, zelfzorg en het huishouden. Betrokkene stopt spullen in de magnetron die hier niet voor bedoeld zijn en bereidt maaltijden op het fornuis die juist in de magnetron horen. Betrokkene was recent een ei aan het bakken, maar vergat dit, waardoor het hele huis blauw van de rook kwam te staan.
Betrokkene is incontinent, maar kan hier niet adequaat mee omgaan. Hierdoor raakt de woning van betrokkene ook vervuild. Daarnaast heeft betrokkene geen overzicht, is vaak angstig en barricadeert dan de deur tegen inbrekers. Hij heeft last van wanen en beschuldigt de overbuurman structureel van stelen. Betrokkene heeft meermaals de politie gebeld. Ook is sprake van geluidsoverlast.
Verder is betrokkene meerdere keren bijna telefonisch opgelicht, maar de thuiszorg heeft dit kunnen voorkomen. Betrokkene vereenzaamt steeds meer en komt nauwelijks buiten. Hierdoor raakt hij geïsoleerd. Betrokkene heeft geen sociaal netwerk of contact met familieleden en buren. Ook deed betrokkene suïcidale uitingen en leek daarin erg overtuigend. Hij heeft geprobeerd met een breinaald in zijn buik te steken en dreigde een fles Sun op te drinken, maar die bleek leeg te zijn. De aanleiding lijkt een brief te zijn waarin staat dat betrokkene niet meer mag autorijden.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Uit de stukken blijkt dat betrokkene wel een keer wil gaan verhuizen naar een verpleeghuis, maar nu nog niet. Hij vindt dat het goed geregeld is thuis. Later leek betrokkene wel bereid om na te denken over een verhuizing. Ook tijdens de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene erg wisselend is ten aanzien van een eventuele verhuizing naar een verpleeghuis.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Meer dan de maximale zorg en hulp door verschillende zorgverleningsinstanties en de mentor zijn in de thuissituatie ingezet, maar dit is niet langer voldoende. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig in een verpleeghuis.
4.7.
Ten aanzien van de duur van de rechterlijke machtiging oordeelt de rechtbank deze te beperken tot een duur van drie maanden. De laatste weken gaf hij aan het eens te zijn met de opname. Maar ook wordt een ambivalente houding van betrokkene gezien. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat betrokkene snel berust in een opname en het verzet afneemt, waardoor betrokkene de kans moet krijgen om vrijwillig te verblijven. De rechtbank vindt een rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden daarom niet proportioneel omdat dit altijd voor een zo kort mogelijke duur moet worden ingezet.
4.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 juni 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr Gremmen, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 30 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.