Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam 1] , mentor;
- de heer [naam 2] , zorgcoördinator;
- mevrouw [naam 3] , casemanager dementie;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1949, die lijdt aan vasculaire dementie. Betrokkene vertoonde ernstig nadeel door zijn aandoening, waaronder suïcidepogingen, vergeetachtigheid, wanen, verwaarlozing en sociaal isolement. Ondanks het verzet van betrokkene is opname noodzakelijk om levensgevaar en ernstige schade te voorkomen.
Tijdens de zitting, gehouden op 20 maart 2026, werden betrokkene, zijn mentor, zorgcoördinator en casemanager gehoord. De casemanager en zorgcoördinator bevestigden de ernst van de situatie en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven. Betrokkene toonde ambivalentie over opname; hij erkende deels de noodzaak maar verzette zich ook.
De rechtbank concludeerde dat voldaan is aan de wettelijke criteria voor een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). De machtiging wordt verleend voor de duur van drie maanden, korter dan het door het CIZ gevraagde half jaar, om betrokkene de kans te geven vrijwillig te berusten in opname. De beschikking is op 20 maart 2026 mondeling gegeven en op 30 maart 2026 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor drie maanden wegens ernstig nadeel en verzet van betrokkene.