Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3195

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/446138 / FA RK 26-1386
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken acuut ernstig nadeel

Betrokkene verblijft op grond van een crisismaatregel in een zorgaccommodatie, afgegeven door de burgemeester van Woensdrecht op 17 maart 2026. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om deze maatregel met drie weken te verlengen.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn waarnemend advocaat, evenals een specialist ouderengeneeskunde. Betrokkene gaf aan het verblijf als zeer belastend te ervaren en een doodswens te hebben, maar staat open voor het starten van een euthanasietraject dat naar verwachting lang zal duren.

De specialist bevestigde dat betrokkene goed kan aangeven wat hij nodig heeft en dat het starten van het euthanasietraject verlenging van de crisismaatregel overbodig maakt. De waarnemend advocaat voerde aan dat er geen acuut dreigend ernstig nadeel is en dat betrokkene niet heeft geprobeerd zijn leven te beëindigen.

De rechtbank concludeerde op basis van de verklaringen dat niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel en wees het verzoek af. De beschikking werd mondeling gegeven op 20 maart 2026 en schriftelijk vastgelegd op 3 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446138 / FA RK 26-1386
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijven de in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. M.A.J. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn waarnemend advocaat, mr. Breewel-Witteveen;
- mevrouw [naam] , specialist ouderengeneeskunde.
1.3.
Tevens was een verpleegkundige aanwezig. Zij is echter niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van Woensdrecht heeft de crisismaatregel op 17 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het voor hem een hel is om op de afdeling te verblijven en hij graag naar huis wil. Betrokkene heeft nog steeds een doodswens maar hij is in overleg met zijn behandelaren om een euthanasietraject bij zijn huisarts te starten. Betrokkene weet dat dit traject lang duurt maar hij vindt dit niet erg.
4.2.
De specialist ouderengeneeskunde verklaart tijdens de zitting dat betrokkene goed kan aangeven wat hij nodig heeft en waarmee hij worstelt. Ook staat betrokkene open om te starten met een euthanasietraject waardoor verlenging noodzakelijkerwijs niet meer nodig is.
4.3.
De waarnemend advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Er is geen sprake van acuut dreigend ernstig nadeel. Betrokkene heeft niet daadwerkelijk geprobeerd een einde te maken aan zijn leven en hij staat open om een euthanasietraject te starten.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit het verhoor van betrokkene en uit hetgeen de specialist ouderengeneeskunde hebben verklaard tijdens de zitting is de rechtbank gebleken dat er ten aanzien van betrokkene geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Nu niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria zal de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afwijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 3 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.