Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3203

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/445966 / FA RK 26-1295
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Gremmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis voor twaalf maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 maart 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1988, voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis die leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. De rechtbank baseert haar beslissing op medische verklaringen, het zorgplan en de mondelinge behandeling waarbij betrokkene, zijn familie en zorgverleners zijn gehoord.

Betrokkene vertoont symptomen als psychose, onrust, angst, passiviteit en achterdocht. Hij is medicatieontrouw en heeft geen ziektebesef, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is. De verplichte zorg omvat het toedienen van medicatie, medische controles, onderzoek van de woonruimte en beperkingen in de vrijheid, zoals periodiek contact met het ART-team. Opname en bewegingsbeperkingen worden niet toegewezen omdat deze niet voorzienbaar zijn.

De rechtbank acht de toegewezen vormen van zorg evenredig en noodzakelijk om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de veiligheid te waarborgen. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie, medische controles en beperkingen in vrijheid, maar wijst opname en bewegingsbeperkingen af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445966 / FA RK 26-1295
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • vader en broer van betrokkene;
  • de heer [naam 1], mentor;
  • de heer [naam 2], verpleegkundig specialist in opleiding;
  • mevrouw [naam 3], verpleegkundig specialist.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 10 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene beantwoordt op alle vragen van de rechtbank met ‘weet ik niet’. Hierdoor heeft de rechtbank niet af kunnen leiden wat het standpunt is van betrokkene.
4.2.
De verpleegkundig specialist in opleiding zegt dat het slechter ging met betrokkene de afgelopen week. Betrokkene is toenemend psychotisch, onrustig en angstig. Daarom zijn ze afgelopen week al gestart met een nieuwe medicijn, dit is eerder dan aanvankelijk het idee was. Over de werking hiervan kan de verpleegkundig specialist in opleiding nog niets zeggen; daar is het te kort voor. Betrokkene heeft schizofrenie. Enerzijds zorgt de schizofrenie voor symptomen als achterdocht en hallucinaties en anderzijds voor initiatiefverlies waardoor betrokkene erg passief is. De hulpverlening richt zich nu bij betrokkene op het krijgen van structuur en het in actie komen. Op de vraag van de rechtbank of betrokkene medicatie accepteert, geeft de verpleegkundig specialist in opleiding aan dat het onduidelijk is wat betrokkene wel of niet wil. Hij heeft een tijd gesmokkeld met medicatie, waardoor ze naar depotmedicatie zijn geswitcht. Echter kan de huidige medicatie, clozapine, alleen in tabletvorm worden toegediend. Ten aanzien van de opname hier is het ook niet duidelijk of betrokkene dit wil. Hij heeft weleens in een doelengesprek aangegeven graag zelfstandig te willen wonen. De verpleegkundig specialist hoopt dat de clozapine gaat zorgen voor een verschil in ziektelast waardoor hij ook meer naar buiten gaat. Op dit moment is betrokkene veel in zijn woning omdat hij moe is en angstig is voor de buitenwereld. De verpleegkundig specialist in opleiding zegt dat betrokkene graag rookt. Betrokkene krijgt ieder uur twee sigaretten, anders zou hij de hele dag roken. Betrokkene gaat gevaarlijk om met aanstekers en vergeet weleens het gas uit te zetten na het aansteken.
4.3.
De verpleegkundig specialist voegt toe dat ze vanwege de ambivalentie van betrokkene niet weten of hij hier tegen zijn zin in verblijft, maar dat dit wel een klinische opname is. Daarnaast zou het kunnen dat betrokkene meer naar buiten gaat lopen als de medicatie werkt zoals ze hopen.
4.4.
De broer zegt dat betrokkene nu niet in staat is om vragen te beantwoorden. Vorig jaar was dit volgens hem anders en kon hij nog wel vertellen wat hij nodig had. Op dit moment is betrokkene er slecht aan toe en kan hij geen antwoord geven op vragen. De broer denkt dat betrokkene diep van binnen weet dat hij hier moet zijn en beter moet worden.
4.5.
De vader ziet bij betrokkene verandering in negatieve zin. Betrokkene heeft tegen hem gezegd dat hij beter wil worden.
4.6.
De mentor sluit zich aan bij hetgeen de verpleegkundig specialisten hebben gezegd. Hij vindt het lastig om te weten wat betrokkene denkt omdat het moeilijk is om met hem te communiceren. Zijn denken is vertraagd, waardoor het even kan duren voordat betrokkene antwoord geeft, maar het is dan niet duidelijk of betrokkene al die tijd met die vraag bezig was. De mentor vindt dat opname als vorm van verplichte zorg uit voorzorg nodig is. Eerder heeft betrokkene tijdens een opname veel gedwaald. Het zou kunnen dat dat nu ook gebeurt als zijn passiviteit afneemt.
4.7.
De advocaat hoopt dat het nieuwe medicijn aanslaat. De advocaat vindt het jammer dat hij geen gesprek kan voeren met betrokkene. Hij hoopt dat het beter met hem zal gaan. De advocaat vindt de verplichte vormen van zorg ‘medicatie’ en ‘het aanbrengen van beperkingen’ nodig om in de zorgmachtiging op te nemen. ‘Opname’ vindt de advocaat niet nodig. Mocht dit in de toekomst wel zo zijn, kan de zorgmachtiging worden gewijzigd. Gelet op het feit dat een zorgmachtiging het uiterste middel is, vindt hij dat er met terughoudendheid getoetst moet worden.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrumstoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene zich inactief en lusteloos toont. Betrokkene moet actief aangespoord te worden om zichzelf te verzorgen en is lastig uit bed te krijgen.
Betrokkene heeft geen structuur in zijn dag, leeft in een sociaal isolement en is voornamelijk gefocust op roken en eten. Bij het roken let hij niet op de veiligheid en ontstaat gevaar voor brand. Soms eet hij weken heel veel waardoor hij daarna moet braken. Dit is afwisselend met dagen dat hij normale hoeveelheden eet. Betrokkene heeft veel last van angsten. Hij wordt heel angstig van vliegtuigen die overvliegen en is recent door een vliegoefening in de buurt een week van slag geweest. Hij geeft soms ook aan stemmen te horen.
In het verleden is betrokkene fysiek agressief geweest tegen derden, waaronder familieleden en hulpverlening. Daarnaast liet hij ook impulsief vluchtgedrag zien. Zo is hij in het verleden onvindbaar geweest tijdens een vakantie in Servië en is hij ooit zonder plan of overleg naar het buitenland gevlucht.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht en is onvoldoende gemotiveerd voor behandeling of medicatie-inname. Betrokkene is medicatie ontrouw gebleken, daarom is toezicht op inname noodzakelijk. Verder is het lastig om in te schatten wat hij ergens van vindt. Betrokkene komt vlak over in gesprek en is hierdoor oninvoelbaar en onvoorspelbaar. Daarnaast heeft er net een medicatieswitch plaatsgevonden waarbij de medicatie oraal moet worden ingenomen. Daardoor is extra controle noodzakelijk. De rechtbank heeft onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • aanbrengen beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, namelijk het periodiek contact met het ART-team.
5.7.1.
Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat deze vormen van verplichte zorg niet voorzienbaar zijn. Dit geldt voor zowel een gesloten opname als de huidige opname, het begeleid wonen bij [accommodatie] . Het afgelopen jaar is hiervoor geen verplichte zorg ingezet. Het gegeven dat het nodig zou kunnen zijn als betrokkene energieker wordt, vindt de rechtbank niet voldoende. Wanneer het toch noodzakelijk blijkt te zijn, kan hiervoor een wijziging van de zorgmachtiging worden aangevraagd.
5.7.2.
De rechtbank bepaalt dat onder het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, moet worden verstaan ‘periodiek contact met het ART-team.’ De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe, met uitzondering van het gebruik van communicatiemiddelen. Dit deel wijst de rechtbank af.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • aanbrengen beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, namelijk het periodiek contact met het ART-team.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr Gremmen, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 30 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.