De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van drie minderjarigen, geboren in 2015, 2018 en 2022, vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door aanhoudende conflicten tussen de ouders. De kinderen wonen bij hun moeder en ervaren loyaliteitsconflicten en problematiek die voortkomt uit de gespannen relatie tussen de ouders.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, spraken de kinderrechter en de betrokken partijen, waaronder de ouders en de gecertificeerde instelling. De kinderen gaven aan dat zij het eens zijn met de ondertoezichtstelling en wensen dat hun ouders beter met elkaar communiceren zonder ruzies.
De kinderrechter oordeelde dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is en stelde de kinderen onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant voor de duur van een jaar. De doelen zijn onder meer het bevorderen van onbelast contact met beide ouders, het verbeteren van de communicatie tussen ouders, het voorkomen dat kinderen worden belast met ouderlijke conflicten, en het creëren van rust en stabiliteit in de opvoedsituaties.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De beslissing is op 20 maart 2026 mondeling gegeven en op 27 maart 2026 schriftelijk vastgelegd.