ECLI:NL:RBZWB:2026:321
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en niet voortzetten procedure
Op 8 oktober 2024 ontving de rechtbank een beroepschrift namens belanghebbende tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2020. Het beroepschrift was ingediend door een gemachtigde zonder dat een machtiging was bijgevoegd. De rechtbank verzocht meerdere malen om een machtiging, maar deze werd niet ingediend omdat de gemachtigde was overleden.
De rechtbank vroeg vervolgens belanghebbende of zij de procedure wilde voortzetten, maar hierop werd niet gereageerd ondanks meerdere aangetekende brieven. Hierdoor oordeelde de rechtbank dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was en deed zij uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen is gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na bekendmaking van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en het niet voortzetten van de procedure.