Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3211

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/446143 / FA RK 26-1390
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens ernstig psychisch nadeel en dreigend levensgevaar

Betrokkene verblijft sinds 17 maart 2026 in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een crisismaatregel die door de burgemeester van Goes is afgegeven. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken. Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, is betrokkene gehoord, evenals haar behandelend arts en begeleider.

Betrokkene kampt met ernstige psychische problemen, waaronder diverse trauma’s en een maniform toestandsbeeld, wat heeft geleid tot gevaarlijk gedrag richting anderen. De arts benadrukt dat vrijwillige behandeling niet mogelijk is vanwege ambivalentie ten aanzien van medicatie. Betrokkene verzet zich tegen de voortzetting en wil graag naar huis.

De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door een psychische stoornis. De toegewezen verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en toezicht, en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging wordt daarom voor drie weken verlengd tot 10 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor betrokkene voor drie weken wegens ernstig psychisch nadeel en levensgevaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446143 / FA RK 26-1390
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] (Ethiopië),
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2] ,
advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Anthonise-Gieling;
  • mevrouw [naam 1] , arts en behandelaar;
  • mevrouw [naam 2] , begeleider.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [psychiatrisch ziekenhuis] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 17 maart 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het niet goed gaat met haar. Betrokkene ziet het leven niet meer zitten vanwege de vele trauma’s uit haar verleden en door het incident van een paar dagen geleden waarbij zij is mishandeld door een man.
4.2.
De arts verklaart tijdens de zitting dat betrokkene een vrouw is met vele trauma’s. Er is nu sprake van een maniform toestandsbeeld waardoor zij bepaalde uitingen doet. Ook heeft er daardoor een incident plaatsgevonden waarbij zij andere mensen in gevaar heeft gebracht. Het is belangrijk om betrokkene met medicatie stabiel te krijgen zodat gekeken kan worden welke zorg betrokkene verder nodig heeft. Behandeling op vrijwillige basis is niet mogelijk omdat betrokkene ambivalent is in het nemen van medicatie.
4.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil graag naar huis zodat zij haar eigen leven weer kan oppakken. Betrokkene is het dan ook niet eens met de machtiging.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene een doodswens heeft en zich voor een rijdende bestelbus heeft geworpen. Ook is betrokkene een vrouw met veel jeugdtrauma’s en is zij daardoor kwetsbaar voor misbruik van derden.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen, depressieve-stemmingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene geeft aan naar huis te willen.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] (Ethiopië), wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
10 april 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 3 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.