De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige, die sinds april 2025 onder toezicht staat en uit huis is geplaatst. De minderjarige verblijft bij een woongroep en vertoont wisselend gedrag, waaronder het niet naleven van afspraken, agressie en softdrugsgebruik, hoewel dit recentelijk lijkt te zijn gestopt.
De vader verklaart dat de situatie zorgelijk is, met gebrek aan motivatie en begeleiding, terwijl de moeder niet aanwezig was bij de zitting. De kinderrechter constateert dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet met vrijwillige hulp kan worden weggenomen en dat de dynamiek met de ouders problematisch blijft.
Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd tot 22 april 2027 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 22 oktober 2026. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden in hoger beroep worden aangevochten. De kinderrechter benadrukt het belang van motivatie van de minderjarige voor een positieve toekomst.