Uitspraak
2.De verzoeken
3.De beoordeling
minimaaleen wekelijks, professioneel begeleid, contactmoment tussen [minderjarige] en de man van een uur. De rechtbank onderstreept dat het verder aan de betrokken hulpverlening is om te bepalen hoe de regeling in vorm, duur en/of frequentie moet worden ingericht. Als de hulpverlening van oordeel is dat uitbreiding van het contact in duur of frequentie verantwoord is, is het aan de hulpverlening om tot die uitbreiding over te gaan. Partijen dienen zich te richten naar de visie van de betrokken hulpverlening. Tenzij de hulpverlening contra-indicaties ziet voor onbegeleide omgang, gaat de rechtbank er op basis van de nu beschikbare gegevens vanuit dat de regeling stapsgewijs kan worden uitgebreid eb overgaan in onbegeleide omgang, uiteindelijk ook met overnachtingen.