De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 maart 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1986, voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan schizofrenie, een stoornis in het gebruik van middelen, borderline persoonlijkheidsstoornis en een licht verstandelijke beperking. De zorgmachtiging is aangevraagd door de officier van justitie en betreft verplichte zorg, waaronder het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten.
Tijdens de zitting, die deels in afwezigheid van betrokkene plaatsvond, zijn verschillende betrokkenen gehoord, waaronder een psychiater en een zorgverlener. Uit hun verklaringen blijkt dat betrokkene stabieler is dan bij opname, maar nog steeds risico loopt op ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, verwaarlozing en agressie. Betrokkene vertoont onvoorspelbaar gedrag en heeft moeite met het accepteren van medicatie, met name depotantipsychotica.
De rechtbank concludeert dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege het gebrek aan ziekte-inzicht en motivatie bij betrokkene. De toegewezen verplichte zorg is proportioneel en noodzakelijk om de geestelijke gezondheid te stabiliseren en ernstig nadeel af te wenden. De machtiging geldt tot 20 maart 2027 en omvat ook het periodiek contact met het FACT-team, ondanks het bezwaar van de advocaat tegen deze vorm van zorg.