Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3214

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/02/445937 / FA RK 26-1274
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Gremmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychische stoornissen en verslavingsproblematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 maart 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1986, voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan schizofrenie, een stoornis in het gebruik van middelen, borderline persoonlijkheidsstoornis en een licht verstandelijke beperking. De zorgmachtiging is aangevraagd door de officier van justitie en betreft verplichte zorg, waaronder het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten.

Tijdens de zitting, die deels in afwezigheid van betrokkene plaatsvond, zijn verschillende betrokkenen gehoord, waaronder een psychiater en een zorgverlener. Uit hun verklaringen blijkt dat betrokkene stabieler is dan bij opname, maar nog steeds risico loopt op ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, verwaarlozing en agressie. Betrokkene vertoont onvoorspelbaar gedrag en heeft moeite met het accepteren van medicatie, met name depotantipsychotica.

De rechtbank concludeert dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege het gebrek aan ziekte-inzicht en motivatie bij betrokkene. De toegewezen verplichte zorg is proportioneel en noodzakelijk om de geestelijke gezondheid te stabiliseren en ernstig nadeel af te wenden. De machtiging geldt tot 20 maart 2027 en omvat ook het periodiek contact met het FACT-team, ondanks het bezwaar van de advocaat tegen deze vorm van zorg.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445937 / FA RK 26-1274
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [naam 1] , psychiater, telefonisch gehoord;
  • [naam 2] , zorgverlener, helpende plus
1.3.
Tevens was een stagiaire van mr. Van ’t Hoff aanwezig tijdens de mondelinge behandeling, maar zij is niet gehoord.
1.4.
De curator van betrokkene, mevrouw [naam 3] , was niet aanwezig tijdens de mondelinge behandeling. Uit de stukken blijkt dat de curator akkoord is met het verzoek.
1.5.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
1.6.
Aanvankelijk was betrokkene aanwezig tijdens de mondelinge behandeling. Toen de rechtbank telefonisch contact legde met de psychiater, verliet ze in haast de ruimte om naar haar kamer te gaan. Betrokkene wilde volgens een medewerker van het [accommodatie 1] niet meer bij de mondelinge behandeling aanwezig zijn. Nu de rechtbank, gelet op de wet, zelf moet vaststellen dat betrokkene niet bereid is gehoord te worden, heeft de rechtbank dit aan haar gevraagd in haar kamer. Betrokkene heeft toen haar visie op het verzoek kenbaar gemaakt. Daarna is de mondelinge behandeling voortgezet in afwezigheid van betrokkene. Betrokkene en de advocaat hadden hiertegen geen bezwaar.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 6 mei 2026.
2.2.
Betrokkene is onder curatele gesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat ze een zorgmachtiging niet erg vindt. Ze wil medicijnen nemen en maandelijks een gesprek voeren met zorgverleners. Betrokkene zegt wel liever op de [afdeling] te verblijven.
4.2.
De zorgverlener zegt dat het nu beter gaat met betrokkene dan op het moment dat zij hier binnen kwam. Uit de politierapportages blijkt betrokkene goed te zijn gestabiliseerd en daar is de zorgverlener het ook mee eens. Over het algemeen is er meer structuur bij betrokkene, maar ze is ook nog weleens weg. Betrokkene gebruikt nog wel van alles qua middelen.
4.3.
De psychiater zegt dat betrokkene weerstand heeft tegen een depot en antipsychotica. De ene keer accepteert ze het depot onder protest en soms is er wel echt begeleiding en politie nodig. De psychiater zegt dat betrokkene sinds ze in het [accommodatie 1] verblijft haar leven kan leiden zoals ze dat leidt, maar het lijntje blijft dun. Dit komt ook door de mensen uit het gebruikersmilieu waar ze mee omgaat. De psychiater is op zich tevreden over hoe het nu gaat, maar daar zijn het depot en het [accommodatie 1] bij nodig. Er is sprake van triple problematiek. De psychotische stoornis en verslavingsstoornis zijn voorliggend. Een plek bij [accommodatie 2] in [plaats 2] zou passend kunnen zijn voor betrokkene, maar deze plekken zijn schaars met enorme wachtlijsten.
4.4.
De advocaat zegt dat betrokkene achter een zorgmachtiging kan staan. De advocaat pleit voor enkel het toewijzen van de vorm van verplichte zorg ‘het toedienen van medicatie’, want daarin is betrokkene ambivalent. De advocaat zou het prettig vinden als kan worden gekeken naar een depot welke eens in de drie maanden wordt gegeven, omdat het steeds zo’n strijd is om het depot te plaatsen. De advocaat vindt het aanbrengen van beperkingen niet noodzakelijk omdat de zorg betrokkene uiteindelijk niet dwingt tot het voeren van gesprekken.
4.5.
Uit de stukken blijkt dat de curator achter een verlenging van de zorgmachtiging staat.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofrenie, een stoornis in het gebruik van middelen, een borderline persoonlijkheidsstoornis en een licht verstandelijke beperking.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene voor overlast zorgt en agressief is richting derden. Betrokkene brengt zichzelf in gevaarlijke situaties die zij niet of beperkt kan overzien.
Betrokkene is onvoorspelbaar in contact. Ze heeft goede dagen waarin ze vriendelijk is, maar het merendeel van de dagen houdt ze het contact af en is ze onvoorspelbaar. Zo heeft ze onlangs een bierflesje naar het hoofd van de begeleiding gegooid.
Betrokkene verblijft in een beschermde woonvorm van [accommodatie 1] , maar is de afgelopen periode meermaals fysiek mishandeld in het gebruikersmilieu. Betrokkene loopt het risico dat er misbruik van haar wordt gemaakt, omdat het gebruikersmilieu naar haar blijft lonken.
Daarnaast verwaarloost betrokkene zichzelf en bestaat er een risico op een zwangerschap en/of SOA omdat betrokkene zich met enige regelmaat kwetsbaar en ondoordacht opstelt bij seksuele contacten. Verder dreigt betrokkene haar woonplek te verliezen omdat zij zich onvoldoende laat begeleiden en ook agressief is richting hulpverleners.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht en is niet gemotiveerd om iets te veranderen aan haar situatie. Betrokkene is afwerend en geagiteerd richting behandelaren. Ten aanzien van het toedienen van het depot is betrokkene wisselend. De ene keer accepteert betrokkene het depot onder protest en de andere keer is er begeleiding en politie nodig. De rechtbank heeft daardoor onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken.
5.8.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het aanbrengen beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.8.1.
Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’ en ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen omdat deze vormen van zorg niet nodig zijn.
5.8.2.
De rechtbank bepaalt dat onder het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact houdt met het FACT-team en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe.
5.8.3.
Anders dan het standpunt van de advocaat oordeelt de rechtbank periodiek contact met het FACT-team wel als vorm van verplichte zorg op te nemen in de zorgmachtiging. Uit de toelichting van de psychiater ter zitting blijkt dat er wekelijks gesprekken worden gevoerd met betrokkene. Op het moment dat blijkt dat betrokkene liever niet op dat moment in gesprek gaat, komt er een medewerker van het FACT-team op een ander moment terug. Het feit dat op dat moment niet wordt overgegaan tot het verplicht voeren van gesprek, maakt nog niet dat er sprake is van vrijwilligheid ten aanzien hiervan. Daar komt bij dat betrokkene zich ervan bewust is dat deze vorm van zorg in de zorgmachtiging is opgenomen naast medicatie. Dit geeft haar duidelijkheid dat ze deze gesprekken dient te voeren.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het aanbrengen beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Hieronder wordt verstaan het periodiek contact hebben met het FACT-team en de door hen gegeven aanwijzingen opvolgen.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door mr Gremmen, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 30 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.